Wanneer je de woorden "intiem" en "vreemde" in één vraag ziet

Dit artikel is verschenen in iFilosofie #62. Klik hier voor de volledige editie.

“Ik ben Fabienne Touset. Tenminste, zo word ik genoemd. Wie ik echt ben? Dat zou heel lastig worden om te vertellen, aangezien ik het zelf niet goed weet. Wel kan ik details over mezelf vertellen, zoals: ik ga naar Melanchthon Bergschenhoek, ik word dit jaar zestien, ik houd van pianospelen, ik vind hockeyen leuk en ik ben graag met mijn familie.”

Dit is wat ik in de allereerste les filosofie op school heb geleerd: het beantwoorden van vragen is soms niet zo makkelijk als het lijkt.

Tekst: Fabienne Touset

Vragen in het algemeen

Een antwoord op een vraag lijkt vaak makkelijk te vinden. In het dagelijks leven worden veel vragen gesteld waar je een eenvoudig antwoord op geeft. Bij andere vragen denk je langer na, om te bedenken wat er gevraagd werd, of om een beter antwoord te bedenken en formuleren. Er zijn maar een paar gevallen waarbij je de vraag in zijn geheel gaat ontleden: dat je probeert om zo veel mogelijk aspecten te zien en uit te lichten.

In Thinking, Fast and Slow beschrijft psycholoog Daniel Kahneman dat onze hersenen uit twee personages bestaan: eentje dat snel denkt (systeem 1) en eentje dat traag denkt (systeem 2). Systeem 1 werkt automatisch, intuïtief, onvrijwillig en moeiteloos. Systeem 2 is vereist bij diep nadenken, redeneren, focussen, concentreren en niet te snel conclusies trekken. Systeem 2 vereist ook inspanning: het heeft invloed op je lichaam, je aandacht en je energie. Ook neemt onze zelfbeheersing af wanneer we moe, hongerig of mentaal uitgeput zijn. We zijn dan geneigd om systeem 1 het initiatief te laten nemen en worden daardoor impulsief. Omdat langzaam denken energie kost, denken we bij voorkeur snel. Maar volgens Kahneman werkt systeem 1 vaak niet goed: je maakt sneller fouten met snel denken. Omdat systeem 1 je eerste ingeving is, maar vooral omdat systeem 1 héél kort nadenkt en dan tevreden is.

Ook al maken we met systeem 1 sneller fouten, toch gebruiken we dit 98% van de tijd in ons dagelijks leven. En dat is ook logisch, anders zouden we geen energie meer over hebben voor andere activiteiten. Maar het is vaak ook nodig om systeem 2 te gebruiken, anders zouden we niet veel verder komen.

De woorden ‘intimiteit’ en ‘vreemde’

Toen ik de vraag “Kun je intiem zijn met een vreemde?” hoorde, dacht ik meteen: nee. En ik schrok bijna van mezelf: waarom zo’n stellig nee? En toen viel het kwartje: ik gebruikte mijn systeem 1. Maar om deze vraag zo goed mogelijk te beantwoorden, is systeem 2 nodig. Wanneer je de woorden ‘intiem’ en ‘vreemde’ opzoekt, zijn er verschillende, dicht bij elkaar staande definities te vinden. Bijvoorbeeld: - Van Dale: ‘intiem’ betekent: innig, vertrouwelijk, gezellig, knus, seksueel. En ‘vreemd’ betekent: onbekend (persoon), raar, niet verwant. - En de mensen op internet en de mensen om mij heen zeggen: ‘intiem’ betekent: vertrouwd, seksueel, gezellig. En ‘vreemd’ betekent: onbekend, raar. Aan de hand hiervan gebruik ik: intiem, in de zin van vertrouwd; en vreemd, in de zin van onbekend.

Alleen mensen?

Toen was er ineens een moment. Een plotseling inzicht. Want ineens besefte ik dat niet alleen mensen als vreemden voor je kunnen zijn. Ook voorwerpen, smaken, geuren, kleuren, geluiden, emoties, gevoelens, culturen, talen en dieren kunnen vreemd voor je zijn. Stel je eens voor: een pen. Een alledaags gebruiksvoorwerp, waar je niet meer van opkijkt. Maar wat als je nog nooit een pen hebt gezien en er dan een tegenkomt? Je kijkt, je voelt, je ruikt. Misschien probeer je te luisteren of proef je: je bent aan het onderzoeken en ontdekken. Je tilt hem op en bekijkt hem van alle kanten. Wanneer je aan de punt voelt, zie je inkt op je hand. Wanneer je ontdekt dat je ermee kunt schrijven, kun je er hele verhalen mee schrijven, misschien zelfs vertrouwelijke. In een dagboek, of aan vrienden en familie. Je raakt vertrouwd, en dus eigenlijk intiem, met deze pen. En dat terwijl dit eerst iets onbekends, iets vreemds voor je was.

En dan

Alweer: een pen. Een voorwerp waar je zo vertrouwd mee bent dat je je niet meer kunt voorstellen dat je niet zou weten wat pennen zijn, laat staan dat je ervan op zou kijken als je er eentje ziet. Maar wat als iemand van jouw leeftijd nooit in aanraking is gekomen met pennen en jullie allebei dezelfde soort pen in handen krijgen? De ander zal deze onderzoeken, terwijl jij er waarschijnlijk nauwelijks aandacht aan zal besteden. Dan is het dus mogelijk dat zelfs al ben jij vertrouwder met pennen, de ander intiemer met deze pen zou kunnen zijn. Hier zie je dat de systemen 1 en 2 weer aan bod komen. Jij gebruikte systeem 1: je was niet op de pen gefocust en dacht er niet veel bij na. De ander gebruikte, hoogstwaarschijnlijk, systeem 2: diep nadenken, onderzoeken, redeneren. Jij kende het voorwerp al en de ander niet. Wat dus opvalt is dat je systeem 1 gebruikt bij iets wat je al kent en dat je systeem 2 gebruikt bij iets wat nog vreemd voor je is.

Inspiratie

Zoals ik eerder al zei: ik kwam ineens op het idee dat je niet alleen mensen als vreemden kan zien, maar dat ook de rest van de wereld vreemd voor je kan zijn. Hierbij werd ik wel een beetje geholpen door mijn tweejarige zusje. Toen ik met haar naar verschillende winkels ging, vroeg ze bij van alles: “Wat is dat?” Etenswaren en schrijfwaren, verschillende soorten speelgoed en kledingstukken, zelfs bij dieren als honden, katten en vogels. Maar dat was om zo’n stellig nee? En toen viel het kwartje: ik gebruikte mijn systeem 1. Maar om deze vraag zo goed mogelijk te beantwoorden, is systeem 2 nodig. Wanneer je de woorden ‘intiem’ en ‘vreemde’ opzoekt, zijn er verschillende, dicht bij elkaar staande definities te vinden. Bijvoorbeeld:

- Van Dale: ‘intiem’ betekent: innig, vertrouwelijk, gezellig, knus, seksueel. En ‘vreemd’ betekent: onbekend (persoon), raar, niet verwant.

- En de mensen op internet en de mensen om mij heen zeggen: ‘intiem’ betekent: vertrouwd, seksueel, gezellig. En ‘vreemd’ betekent: onbekend, raar.

Aan de hand hiervan gebruik ik: intiem, in de zin van vertrouwd; en vreemd, in de zin van onbekend.

Alleen mensen?

Toen was er ineens een moment. Een plotseling inzicht. Want ineens besefte ik dat niet alleen mensen als vreemden voor je kunnen zijn. Ook voorwerpen, smaken, geuren, kleuren, geluiden, emoties, gevoelens, culturen, talen en dieren kunnen vreemd voor je zijn. Stel je eens voor: een pen. Een alledaags gebruiksvoorwerp, waar je niet meer van opkijkt. Maar wat als je nog nooit een pen hebt gezien en er dan een tegenkomt? Je kijkt, je voelt, je ruikt. Misschien probeer je te luisteren of proef je: je bent aan het onderzoeken en ontdekken. Je tilt hem op en bekijkt hem van alle kanten. Wanneer je aan de punt voelt, zie je inkt op je hand. Wanneer je ontdekt dat je ermee kunt schrijven, kun je er hele verhalen mee schrijven, misschien zelfs vertrouwelijke. In een dagboek, of aan vrienden en familie. Je raakt vertrouwd, en dus eigenlijk intiem, met deze pen. En dat terwijl dit eerst iets onbekends, iets vreemds voor je was.

En dan

Alweer: een pen. Een voorwerp waar je zo vertrouwd mee bent dat je je niet meer kunt voorstellen dat je niet zou weten wat pennen zijn, laat staan dat je ervan op zou kijken als je er eentje ziet. Maar wat als iemand van jouw leeftijd nooit in aanraking is gekomen met pennen en jullie allebei dezelfde soort pen in handen krijgen? De ander zal deze onderzoeken, terwijl jij er waarschijnlijk nauwelijks aandacht aan zal besteden. Dan is het dus mogelijk dat zelfs al ben jij vertrouwder met pennen, de ander intiemer met deze pen zou kunnen zijn.

Hier zie je dat de systemen 1 en 2 weer aan bod komen. Jij gebruikte systeem 1: je was niet op de pen gefocust en dacht er niet veel bij na. De ander gebruikte, hoogstwaarschijnlijk, systeem 2: diep nadenken, onderzoeken, redeneren. Jij kende het voorwerp al en de ander niet. Wat dus opvalt is dat je systeem 1 gebruikt bij iets wat je al kent en dat je systeem 2 gebruikt bij iets wat nog vreemd voor je is.

Inspiratie

Zoals ik eerder al zei: ik kwam ineens op het idee dat je niet alleen mensen als vreemden kan zien, maar dat ook de rest van de wereld vreemd voor je kan zijn. Hierbij werd ik wel een beetje geholpen door mijn tweejarige zusje. Toen ik met haar naar verschillende winkels ging, vroeg ze bij van alles: “Wat is dat?” Etenswaren en schrijfwaren, verschillende soorten speelgoed en kledingstukken, zelfs bij dieren als honden, katten en vogels. Maar dat was niet alles. Ook vroeg ze vaak: “Wat hoor ik?” en “Wat ruik ik?”

En ik realiseerde me: al deze voorwerpen, geluiden en geuren zijn zo normaal en vertrouwd voor mij, maar zijn voor haar nog vreemd, omdat ze nog met weinig in aanraking gekomen is. Ook realiseerde ik me dat dit voor mij ooit ook zo was. En dat er nog veel is wat ik niet weet, dat er nog veel is wat vreemd en onbekend is voor mij.

De vraag als voorbeeld voor zichzelf

De vraag was eerst vreemd voor mij: hij werd me voorgelegd. Ik heb onderzoek gedaan en over deze vraag nagedacht: hij werd me vertrouwder. En bij anderen die ook deze opdracht hebben of die het onderwerp interessant vinden, kom ik dichterbij, omdat we heel vaak over deze vraag praten.

Eigenlijk gaat deze vraag dus ook over zichzelf: “Kun je intiem zijn met een vreemde?” en dat terwijl de vraag zelf eerst vreemd voor je is. Na het horen van deze vraag heb ik hier zo vaak en lang over nagedacht dat ik me ook in bepaalde mate verbonden voelde met deze vraag: hier heb ik toch weer een deel van mijn leven aan besteed. Je zou dus eigenlijk ook intiem kunnen zijn met vragen.

“Kun je intiem zijn met een vreemde?”

Na zo lang met deze vraag bezig te zijn geweest, heb ik nog steeds niet een concreet antwoord kunnen vinden. Dit is ook wat ik terugzie uit de eerste les filosofie: het beantwoorden van vragen is soms niet zo makkelijk als het lijkt. Bij deze vraag is dat waarschijnlijk het geval omdat er vele plekken zijn die iedereen individueel in kan vullen. Wat de ene ziet als iets intiems, kan de ander zien als iets ongemakkelijks. Waar iemand in bijna iedereen een vreemde ziet, kan iemand anders in diegene een verwant zien. Al met al zal de mening per persoon verschillen, afhankelijk van welke betekenissen je aan de woorden ‘intiem’ en ‘vreemde’ geeft, en dus ook het antwoord op deze vraag.

Mijn antwoord

Maar dit is mijn antwoord op de vraag “Kun je intiem zijn met een vreemde?” Als je intiem bent met een vreemde, is diegene dan nog wel een vreemde? Dus als je iets vreemds of onbekends tegenkomt en je bent er in een bepaalde mate intiem of vertrouwd mee, kan je het niet iets vreemds meer noemen. Iets of iemand is dan alleen vreemd voor je als je er geen enkele mate of vorm van intimiteit mee hebt. Daarom denk ik dat je nooit intiem zou kunnen zijn met een vreemde.