Laden Evenementen

Filosofisch practicus 2024

Let op: deze leergang is al begonnen!

 

De toonaangevende opleiding voor filosofische een-op-eengespreksvoering


Wat doet een filosofisch practicus?

Filosofisch practici zijn, in één woord, denkpedagogen. In individuele gesprekken begeleiden zij de mensen tegenover hen bij het ontwikkelen van een filosofische denkhouding en bij het verfijnen én versterken van hun denken. Wat kenmerkt die filosofische houding? De bereidheid telkens weer te bevragen wat je meent te weten.

Dat begint bij Socrates, aan wie de uitspraak ‘Ik weet alleen dat ik niets weet’ wordt toegeschreven. Dat is te kort door de bocht, want aan kennis ontbrak het hem als ontwikkelde Athener niet, maar: hij bleef bij die kennis steeds vraagtekens plaatsen. Wat weten we echt? En wat is weten? De mensen die door Socrates bevraagd werden, hoe deskundig ze aanvankelijk ook leken, moesten een voor een hun onwetendheid erkennen.

De dialogen van Socrates eindigen zonder dat een oplossing is bereikt. Dat doet niets af aan de waarde ervan, want het erkennen van je eigen onwetendheid is zeker een vorm van wijsheid. In de gesprekken die filosofisch practici met hun bezoekers voeren, zijn we dan echter pas op de helft.

Bij het besef dat je denken tekortschiet, dat de begrippen waarmee je werkt niet goed passen bij de werkelijkheid waarmee je te maken hebt, begint de fase van het begripsonderzoek. Hier is de werkwijze sterk geënt op de dialectiek van Hegel, die heeft laten zien dat je juist daar waar je vastloopt kunt doorbreken naar nieuwe denkvormen. Het vastlopen én het doorbreken is de eigen denkarbeid van de bezoekers, want pasklare antwoorden geven filosofisch practici niet. Maar zij reiken hun bezoekers de tools aan die zij nodig hebben en brengen structuur en discipline in het gesprek. Ook geven ze hun bezoekers ‘huiswerk’ mee in de vorm van denkoefeningen rond de vraag waarmee het voorgaande gesprek geëindigd is.

De kwestie waarmee de bezoeker bij de filosofisch practicus aanvankelijk binnenkwam (op het terrein van bijvoorbeeld werk, liefde, zingeving) vormt aanleiding tot een denk-oefening waar de bezoeker, met een groot maar niet te groot woord, wijzer van wordt. Als je op dinsdag kunt denken wat je op maandag nog niet denken kón, ben je als mens, als denkend wezen, vrijer geworden. Dat ook die oorspronkelijke kwestie er nu anders uitziet, of zelfs blijkt te zijn opgelost, zal dan niet verbazen.

Voor wie is deze opleiding?

De beroepsopleiding tot filosofisch practicus aan de ISVW biedt sinds tien jaar een intensieve scholing in wat (verwijzend naar de eigen beroepsvereniging) de Gildemethode is gaan heten. Sommige deelnemers starten met het oogmerk een eigen filosofische praktijk te beginnen, anderen vanuit de behoefte in hun huidige professionele context een ander soort gesprekken te kunnen voeren — bijvoorbeeld een decaan met leerlingen, een projectleider met medewerkers, een hoogleraar met de wetenschappelijke staf. Na het examen heeft vrijwel iedereen het voornemen om voltijds of in deeltijd 1-op-1-gesprekken te gaan aanbieden, in aanvulling op eventuele andere toepassingen. Daarnaast benadrukken veel alumni de waarde die de opleiding voor hen persoonlijk heeft gehad. Wie leert om anderen te begeleiden bij het ontwikkelen van hun denken, ontkomt er niet aan om ook aan de slag te gaan met de eigen gekoesterde vooroordelen, ambivalente waarden, en schijnbaar vanzelfsprekende begrippen.

Voor deelname aan de opleiding is geen academische graad in de filosofie vereist, maar wel een kennismakingsgesprek met de docent, dat formeel ook een toelatingsgesprek is. Wie belangstelling heeft, maar ook nog aarzelt, kan het gesprek benutten om de nodige vragen te stellen en met de docent te onderzoeken of de opleiding een goede volgende stap kan zijn. Het is aan te bevelen voorafgaand aan de kennismaking het boek Wie het niet weet, mag het zeggen (ISVW, 2014) te lezen. De werkwijze heeft zich sinds de publicatie daarvan op belangrijke punten verder ontwikkeld tot wat nu de 2.0-versie wordt genoemd, maar de fundamenten zijn dezelfde en die vind je daar geformuleerd.

De Gildemethode is niet de enige methode van filosofische 1-op-1-gespreksvoering, maar in Nederland inmiddels wel de toonaangevende. Wil je volgens deze werkwijze het denken van anderen én dat van jezelf op een hoger plan leren brengen, dan ben je hier aan het juiste adres.

Wat leer je?

Om als denkpedagoog te kunnen werken moet je je om te beginnen een nieuwe manier van luisteren eigen maken. Je leert de juiste vragen stellen en dóórvragen. Je gaat onderscheid maken tussen het narratief (het verhaal of de kwestie waarmee een bezoeker binnenkomt) en de denkinhoud en je oefent je in manieren om de bezoeker te verleiden zich voor de duur van het gesprek steeds op de denkinhoud te richten. Je leert problematiseren en toewerken naar een ‘aporie’ (waar de bezoeker de grenzen van het eigen denken bereikt). Je wordt getraind in het herkennen van drogredenen en van soorten denk-problemen. En je leert ook veel af: begrijpend luisteren en oplossingsgericht vragen stellen, bijvoorbeeld. In andere gesprekken is daarmee niets mis, maar wel in de sessies die je als filosofisch practicus aanbiedt. Tijdens de vele oefensessies die de opleiding telt, krijg je door de interventies van de docent steeds meer de ‘kneepjes’ van het vak onder de knie. Dat werkt zoals tijdens de autorijles: je neemt een bocht te ruim of geeft te laat voorrang en de instructeur wijst je daarop. Zo komt alles aan de orde. De oefensessies (waarbij je soms ook de bezoeker bent) worden ook uitvoerig nabesproken.

De opleiding geeft ook een stevige theoretische basis. Elke tweedaagse bijeenkomst begint met een inleiding door de docent over een aspect van het vak en de wijsgerige achtergronden daarvan. Voorbeelden van onderwerpen die aan de orde komen zijn: ‘de drie kardinale momenten van het filosofisch gesprek’, ‘taal en wereld’, ‘complexiteit’, ’problematiseren’, ‘denken gaat over grenzen’, ‘het kennismakingsgesprek’. De inleidingen worden, als thuis-oefening, door de deelnemers telkens samengevat in vijf volzinnen, waarbij gebruik gemaakt kan worden van geluidsopnamen.

Daarnaast is tijdens de lesbijeenkomsten tijd voor groepsgesprekken over het vak en de toepassingen daarvan, en voor supervisie over de (30 tot 40) oefensessies die je als deelnemer gaat voeren met in je eigen omgeving geworven proefbezoekers.

Buiten de lesdagen in Leusden heb je als deelnemer nog vier sessies met de docent, waarbij je zelf de bezoeker bent en drie oefenmiddagen in klein verband, met twee groepsgenoten en de docent, in Utrecht. Daarnaast organiseren deelnemers vaak onderling ondersteunende activiteiten, zoals lees- en oefengroepjes.

De literatuur die je bestudeert, naast ‘Wie het niet weet, mag het zeggen’, is ondersteunend en verbredend van karakter: gesprekstechniek, psychodiagnostiek en kritisch denken (drogredenen herkennen, zindelijk argumenteren). De opleiding concentreert zich op de Gilde-methode en alternatieve vormen van filosofische (anti-)coaching komen slechts en passant aan de orde.

De opleiding wordt afgesloten met een praktijkexamen onder verantwoordelijkheid van de ISVW en het Gilde van Filosofisch Practici.

Studiebelasting

Deze opleiding bestaat uit circa 70 contacturen en circa 50 uur zelfstudie. Daarnaast voert elke deelnemer circa 40 oefengesprekken van drie kwartier met door hem of haar zelf geworven cliënten.

Opbouw opleiding

– Zes bijeenkomsten van vier dagdelen, op zaterdagen en zondagochtenden.
– Vier individuele sessies met de docent, in Utrecht.
– Drie groepssessies met de docent en enkele medecursisten, van 3 uur, in Utrecht.
– Arrangement met diner op zaterdag, lunchbuffetten op zaterdag en zondag en koffie/thee gedurende de bijeenkomst.
– Overnachtingen in een comfortkamer op Landgoed ISVW.
– Syllabus met een deel van de verplichte literatuur.
– Examendag 10.00-17.00 uur (inclusief lunch, koffie en thee).
– Uitreiking van een certificaat bij afronding van alle onderdelen.

Elk cursusweekend heeft dezelfde opbouw. Zaterdag 09.45 uur ontvangst met koffie/thee, 10.30 uur aanvang. Einde op zondag 12.30 uur met daarna een afsluitende lunch.

Data

10-11 februari 2024
23-24 maart 2024
18-19 mei 2024
22-23 juni 2024
7-8 september 2024
12-13 oktober 2024

30 november 2024 examendag

Deelname

Arrangement 1: € (€ 5.300,- incl. btw) (inclusief diner met wijn, 2 x lunch en koffie/thee).
Arrangement 2: € (€ 5.980,- incl. btw) (arrangement 1 + comfortkamer en ontbijt).

Literatuurlijst

Harm van der Gaag, Wie het niet weet, mag het zeggen (lezen ter voorbereiding op het toelatingsgesprek, aan te schaffen op onder meer athenaeum.nl)
Julian Baggini & Peter S. Fosl, The Philosopher’s Toolkit: A Compendium of Philosophical Concepts and Methods, derde druk, Wiley-Blackwell 2020
Bruce Fink, Fundamentals of Psychoanalytic Technique, W. W. Norton & Co., 2011 (apart aanschaffen)
Willem van der Does, Zo ben ik nu eenmaal, Scriptum, 2013 (apart aanschaffen)
Plato, Theaetetus (vert. Xaveer de Win, 1978, niet de herziene versie) (niet meer leverbaar, komt in de syllabus)
Harry Stroeken, Kleine psychologie van het gesprek, Boom, 1995 (apart aanschaffen)
Paula Steenwinkel, Drogredenen, Boom, 2021 (apart aanschaffen)

Docent

Harm van der Gaag opende in 2004 een filosofische praktijk in het centrum van Utrecht. Het succes daarvan trok de aandacht van toenmalig directeur van de ISVW René Gude, die Harm vroeg om zijn benadering te komen onderwijzen. De opleiding loopt nu ruim tien jaar. Daarnaast voert Harm nog zijn praktijk, geeft hij supervisie aan gezellen binnen het Gilde, en verzorgt hij denk-interventies bij organisaties.


×