Kunstmatige intelligentie (AI) is geen toekomstmuziek meer, maar dagelijkse realiteit. Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat maatschappelijk wenselijk is. AI raakt ons allemaal: het beïnvloedt hoe we leren, werken, liefhebben en dromen. In IK AI nodigt Lotte van Elteren ons uit kritisch na te denken over onze rol en verantwoordelijkheid in een wereld waarin mens en machine steeds meer vervlochten raken.
Door Samira van de Meulengraaf
Foto door Gesina van der Werf
Je hebt een boek samengesteld over machtige algoritmen en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Wat versta jij zelf onder kunstmatige intelligentie?
Kunstmatige intelligentie gaat in de kern over hoe we cognitie in computers kunnen realiseren. In het nieuws gaat het echter vaak over Large Language Models (LLM) zoals ChatGPT of toepassingen van deep learning, omdat daar nu veel geld mee wordt verdiend. Maar AI is veel breder dan dat. Zo kunnen we AI bijvoorbeeld gebruiken om inzichten te krijgen in hoe het menselijke brein werkt.
Pim Haselager, een van de auteurs in het boek, definieert intelligentie als een vorm van praktische kennis die automatisch bij mensen verloopt. Mensen zijn bijvoorbeeld goed in volkspsychologie: we kunnen inschatten wat er in het hoofd van anderen omgaat. Voor computers is dat veel ingewikkelder. Neem de koppeling tussen ‘tomaat’ en ‘rood’. Voor ons is dat logisch – aangezien tomaten rood zijn – maar een computer legt dat verband puur op basis van statistiek, omdat deze woorden vaak samen voorkomen in teksten. Het systeem begrijpt niet dat tomaten rood zijn.
Is het in de toekomst mogelijk dat kunstmatige intelligentie niet alleen statistische verbanden legt, maar ook echt begrijpt dat tomaten rood zijn?
Dit is een vraag die filosofen zich graag stellen. Dat hangt af van hoe je “begrijpen” definieert. Net als bewustzijn is dat een weinig tastbare kwestie. Mijn standpunt hierin is dat een computer net zo bewust is als een wasmachine of een stoel dat is.
Begrip ligt ingewikkelder. Als een machine in staat is onze woorden te reproduceren of de indruk wekt iets te begrijpen, mogen we dan concluderen dat er daadwerkelijk sprake is van begrip? Dat betwijfel ik.
Je eigen bijdrage gaat over politieke microtargeting. Waarom is dit onderwerp belangrijk?
Politieke microtargeting gebruikt AI om een kiezersmodel te maken dat kiezers analyseert en voorspelt hoe ze reageren op specifieke advertenties. Dat kan een effectief campagnemiddel zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Het gevaar is dat het hierbij niet meer gaat om overtuigen, maar om manipuleren. Dan rijst de vraag: wie is er verantwoordelijk voor jouw politieke keuze?
In een democratie willen we ten eerste dat burgers goed geïnformeerd zijn en ten tweede dat burgers zélf verantwoordelijk zijn voor hun stem, ook voor de keuze om níet te stemmen. In de VS zien we hoe dit onder druk is komen te staan. In Nederland is het risico wellicht kleiner, maar dat neemt niet weg dat we voorzichtig moeten zijn. Zeker met het oog op de komende verkiezingen moeten we partijen blijven controleren en mensen bewust maken van de gevolgen van deze technologieën voor onze democratie.
We beschikken over een prachtige technologie die ons inzicht kan geven in wat mensen interessant vinden, wat hen motiveert, en waarom ze op de ene partij stemmen en niet op een andere. In het slechtste geval wordt deze kennis gebruikt om mensen in een bepaald hokje te duwen of hen gevangen te houden in hun eigen informatiebubbel. Maar diezelfde technologie kan ook op een positieve manier worden ingezet om kiezers beter te informeren en te helpen bij het maken van weloverwogen politieke keuzes. Ik verwacht niet dat dit op korte termijn werkelijkheid wordt, maar het is een voorbeeld om te laten zien dat AI-technologie niet inherent slecht is, maar ook voor goede zaken gebruikt kan worden.
Het hangt dus af van wie het ontwikkelt en waarvoor het wordt ingezet?
Die vraag doet me denken aan de Amerikaanse uitspraak: “Guns don’t kill people, people kill people.” Maar als je wapens maakt, dan is het doel daarvan uiteindelijk om te doden. Ik wil dan ook niet beweren dat AI geen kleur zou kennen.
In de basis bestaat AI natuurlijk slechts uit eentjes en nulletjes. Er zullen maar weinig mensen zijn die een rekenmachine ‘slecht’ zouden noemen. Hooguit wordt beweerd dat we er lui van kunnen worden, maar een rekenmachine is niet intrinsiek goed of slecht. AI kun je zien als een complexe rekenmachine. Toch vind ik het te kort door de bocht om te zeggen dat het alleen maar afhangt van hoe we het gebruiken. Voor mij is techniek niet neutraal, juist omdat ze altijd verweven is met mensen en ontworpen wordt met bepaalde doelen en waarden in gedachten.
De Europese AI-Act is recent ingevoerd. Hoe kijk jij daartegenaan?
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) was een belangrijke eerste stap voor de Europese filosofie van techniek en AI: burgers kregen immers zeggenschap over hun data. De AI-Act borduurt hierop voort door AI-toepassingen te classificeren op basis van risico. Ik vind dat een goed uitgangspunt. Net zoals medicijnen en auto’s aan Europese regelgeving moeten voldoen en vooraf getest dienen te worden, moet de overheid ook AI reguleren. Dat belemmert de technologische innovatie niet. Sterker nog, betere, duurzamere en veiligere technologie wordt juist vaker gebruikt, waardoor er meer middelen vrijkomen voor onderzoek en ontwikkeling.
Zit er dan een verdienmodel achter ethische en privacygevoelige AI?
Twee jaar geleden gaf ik een college aan de Radboud Universiteit. Na afloop vroeg een student me wat hij uit mijn vak kon leren om rijk te worden. Toen ik dit aan mijn collega-filosofen vertelde, moesten ze lachen: zij weten al lang dat je van filosofie meestal niet rijk wordt. Ik nam de vraag serieus, want ook voor bedrijven geldt dat het negeren van ethische regels grote gevolgen kan hebben. Kijk bijvoorbeeld naar de mensen die massaal Facebook verlaten omdat het bedrijf nalatig is omgegaan met privacy. Ik maak me geen zorgen dat Mark Zuckerberg binnenkort zonder boterham zit, maar het imago van het bedrijf liep flinke schade op.
Veel bedrijven doen aan ethics washing: ze presenteren zich als ethisch verantwoord, maar houden zich in de praktijk niet aan hun eigen richtlijnen. Maar er zijn ook genoeg bedrijven die oprecht ethisch handelen en daar zelfs door floreren. Ethisch ondernemen hoeft dus geen belemmering te zijn voor succes. Mijn antwoord aan de student was uiteindelijk simpel: onethisch handelen schaadt uiteindelijk je bedrijf. Ethisch handelen is misschien niet de goedkoopste weg, maar het is uiteindelijk altijd de moeite waard.
Een essay uit het boek gaat over de negatieve milieu-impact van AI. We weten dat AI energie vreet, maar toch blijven we het gebruiken. Waarom is het als individu zo lastig om verantwoordelijkheid te nemen?
Mensen handelen vaak niet naar wat ze weten. We weten dat vlees eten slecht is voor het milieu, maar bestellen toch dat biefstukje. Hetzelfde geldt voor AI: we weten dat het energie kost, maar stellen toch die extra vraag aan ChatGPT. Hoewel wij onszelf de slimste soort op deze aarde noemen, zijn er veel dingen waar we nog niet goed in zijn. Waarom gebruiken we technologie dan niet juist om die tekortkomingen te verbeteren? Het is belangrijk dat we ons blijven afvragen: waar zijn we eigenlijk mee bezig? Gebruiken we AI om de wereld beter te maken, of vooral om bestaande machtsstructuren te versterken?
Tegelijkertijd moeten we voorzichtig blijven. Technologie mag nooit een pleister worden die alleen de symptomen bedekt zonder het onderliggende probleem aan te pakken. Dit fenomeen wordt ook wel technosolutionism genoemd: het idee dat technologie – in dit geval AI – dé oplossing is voor al onze maatschappelijke problemen. Neem bijvoorbeeld eenzaamheid bij ouderen. Sociale robots kunnen wellicht wat verlichting bieden, maar we moeten ons kritisch afvragen of dit werkelijk dé oplossing is.
AI blinkt uit in rekenen, woorden genereren en beelden analyseren, maar empathie is een menselijke vaardigheid waar AI vooralsnog zwak in blijft. Waarom zetten we AI dan niet in voor fysieke, belastende taken, zoals het tillen van patiënten? Zo houden zorgverleners tijd en energie over voor het sociale en emotionele werk waar mensen wél in uitblinken. Als empathie de sleutel is tot ethischer handelen, dan ligt de oplossing misschien niet bij AI, maar ergens anders.
In de inleiding schrijf je dat je hoopt dat dit boek niet alleen vragen oproept, maar ook gesprekken op gang brengt. Welke gesprekken bedoel je?
Ik hoop dat we voorbij de hype-discussies komen over AI in het onderwijs of datalekken. AI is veel meer dan dat, en het zou zonde zijn als we het alleen maar als bedreiging zien of er moe van worden. Ik hoop dat lezers kritisch blijven, maar ook een technologisch enthousiasme voelen voor wat AI allemaal kan betekenen.
Zelf doe ik onderzoek naar zelfrijdende auto’s. We hebben hiervoor een uitgebreide simulator gebouwd, en het is geweldig om theorie en praktijk samen te zien komen. Het is waardevol om niet alleen te denken, maar ook te doen – door in die auto te stappen. Daarom zeg ik altijd: ga zelf aan de slag! Ik grap weleens dat iedere idioot met een laptop AI kan maken. Niet alleen kletsen met ChatGPT, maar echt bouwen en experimenteren. Zo krijg je inzicht in hoe AI werkt en wat het kan betekenen, in plaats van het enkel vanaf de zijlijn te bekritiseren.

Lotte van Elteren (red.), IK AI. Over machtige algoritmen en verantwoordelijkheid. Leusden: ISVW Uitgevers, 2025.

