Hoe verzamel je de moed om de waarheid te spreken? Negen tips van filosofen

Door Marthe Kerkwijk

Jaren geleden werkte ik op een redactie bij een grote multinational. Op een dag woonde ik, met tweehonderd collega’s, een bijeenkomst bij waar een manager een enthousiast betoog afstak over de ambities van het bedrijf: de Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse ‘territoria veroveren’. We moesten allemaal ‘aan boord’ van een metaforisch voertuig – hij zei een bus, maar het had een schip kunnen zijn – dat hard op weg was om dat te bereiken. We moesten enthousiast worden van al deze groei, maar ik werd dat niet. Ik voelde me ongemakkelijk bij deze kolonistentaal, maar ik zei niets. Na de bijeenkomst heb ik nog lang gefantaseerd over wat ik had kunnen zeggen: ‘We hebben eerder territoria in Afrika en Latijns-Amerika veroverd, maar kolonisatie vinden we tegenwoordig moreel afkeurenswaardig. Wat je nu voorstelt heeft veel overeenkomsten met het koloniale argument van weleer. Heb je dit voldoende overwogen?’

Maar dat heb ik niet gezegd. Waarom niet? Ik heb drie hypotheses: ik durfde niet, ik achtte het zinloos om dit te zeggen, of ik achtte het niet aan mij om te zeggen.

Het is ongetwijfeld waar dat ik iets te verliezen had, zoals mijn baan en mijn reputatie. Het is ook waar dat mijn opmerking waarschijnlijk weinig veranderd zou hebben, en ook is het waar dat sommige dingen – zoals de bedrijfsstrategie van dit bedrijf – simpelweg niet aan mij zijn. Maar zijn dat goede redenen om dan maar niet te zeggen wat volgens jou wel gezegd moet worden? Van de hardnekkigheid van mijn fantasieën leid ik af dat ik ergens diep van binnen had gewild dat ik het wél had gezegd, ongeacht de consequenties. Waarom is waarheidspreken zo moeilijk? En waar haal je de moed vandaan om het wél te doen? Tips van filosofen.


Michel Foucault (1926-1984)

Foucault noemt waarheidsspreken parrhèsia: de waarheid spreken tegenover iemand die macht over je heeft, waarbij je niets achterhoudt, geen rekening houdt met het effect op je publiek en jezelf op het spel zet. Volgens Foucault staat de handeling van het waarheidsspreken niet op zichzelf. De Grieken herkenden een parrhèsiast, een waarheidspreker, als zodanig omdat die ‘zekere morele kwaliteiten’ bezat, in de eerste plaats moed. Die moed houdt verband met wat de waarheidsspreker op het spel zet. Om van parrhèsia te kunnen spreken, moet de toehoorder dus enige macht hebben over de waarheidsspreker, anders is er geen moed nodig. Kortom, twee tips van Foucault:

1. Het helpt als je al enige geloofwaardigheid hebt opgebouwd, door ook op andere gebieden morele kwaliteiten te tonen. Als je bekend staat als iemand die zorgvuldig is en niet zomaar wat roept, nemen mensen je serieuzer.

2. Het helpt als je begrijpt welke macht jij hebt en welke macht je toehoorder over jou heeft. Die macht is niet alleen formeel.


Epictetus (50-138 n.Chr.)

Volgens Epictetus – een van de belangrijkste stoïcijnse denkers – denken we vaak ten onrechte dat zaken als geld, status, reputatie en je baan ons gelukkig maken. In werkelijkheid kan alleen ons eigen morele handelen ons gelukkig maken. Zo bekeken, hoef je nooit bang te zijn je baan te verliezen of je reputatie, want die maken je sowieso niet gelukkig! Tips van Epictetus:

3. Je bepaalt zelf de prijs van je eigen morele kwaliteiten, en maak jezelf niet te goedkoop! Kortom: laat jezelf niet te makkelijk tot (medeplichtigheid aan) leugens verleiden in ruil voor zaken die je niet echt gelukkig maken (status, positie, geld, baan, imago…).

4. Maak helder onderscheid tussen wat aan jou is en wat niet. Bijvoorbeeld: het is aan het bestuur om de bedrijfsstrategie te bepalen, maar het aan mij als kritisch burger om te wijzen op de gevolgen voor de samenleving.


Hannah Arendt (1906-1976)

Volgens Arendt zijn we snel geneigd de waarheid niet te willen zien als die ons niet schikt. Maar de werkelijkheid trekt zich niets van ons aan! ‘Feiten hebben een despotisch karakter’, zegt Arendt, wat verklaart waarom we ze zo irritant vinden. Toch kunnen we niet zonder, want we kunnen pas ‘in de wereld zijn’ en die met elkaar delen, als we bereid zijn ‘te zeggen wat is omdat het is’. Een totalitair regime is een regime waar het waar/onwaar onderscheid elke betekenis heeft verloren. De waarheid spreken wordt dan ‘een politieke handeling van de eerste orde’, aldus Arendt. Tips:

5. Als je begrijpt dat respect voor de waarheid de voorwaarde is voor een gedeelde wereld, dan zul je beter bereid zijn risico’s te nemen voor de waarheid.

6. Het kan zinvol zijn de waarheid te spreken zonder je druk te maken over wat anderen met je uitspraak zullen doen.


Zhuang Zi (ca. 369-286 v.Chr.)

Maar pas op! Hoe weet je dat je echt de waarheid aan het spreken bent? Hoe weet je wat er echt gezegd moet worden? Wat we denken dat waar is, kan onze ogen sluiten voor wat werkelijk waar is. Wat we denken dat gezegd moet worden, kan in de weg staan van wat werkelijk gezegd moet worden. Een belangrijk begrip in de taoïstische traditie is wuwei. Letterlijk betekent dat niet doen, maar in het werk van Zhuang Zi betekent het zoiets als: iets alleen doen als de situatie daarom vraagt. Dat vraagt volgens Zhuang Zi ontvankelijkheid en oefening. Denk aan een ervaren zwemmer die de golven benut om vooruit te komen, in plaats van zich ertegen te verzetten en zo veel energie te verspillen. Tip van Zhuang Zi:

7. Doen wat de situatie van je vraagt, vraagt soms dat je een stapje terug doet en je eigen overtuigingen aflegt, zodat er ruimte ontstaat waarin de waarheid zichtbaar kan worden.


Aristoteles (384-322 v.Chr.)

Volgens Aristoteles is een deugd het juiste midden tussen te veel en te weinig. Als waarheidsspreken een deugd is, hoe handelt dan iemand die te veel waarheid spreekt? Dat is misschien een flapuit, die te pas en te onpas diens mening verkondigt. En iemand die te weinig waarheid spreekt? Een meeprater, een zwijger, een leugenaar. Je kunt je er iets bij voorstellen.

 8. Als je helder voor ogen hebt wat te veel en wat te weinig zou zijn in een specifieke situatie, dan wordt vanzelf helder wat je te doen staat en wat je moet zeggen om het juiste te doen.    


Audre Lorde (1934-1992)

Audre Lorde was een zwarte, lesbische feministe, alleenstaande moeder, dichter, schrijver en denker. Ze concludeerde dat mensen die onderdrukt worden, vooral onderdrukt worden door stilte en zwijgen. Doordat ze letterlijk niet mogen spreken of schrijven, geen podium krijgen, niet gehoord worden, dat wat ze zeggen er niet toe doen, maar ook doordat men collectief zwijgt over onderdrukkende praktijken. Zelfs degenen die onderdrukt worden, zwijgen. Vaak om zichzelf te beschermen, maar Lorde roept hen op zich toch uit te spreken: ‘Je stilte zal je niet beschermen’, waarschuwt ze.

9. Bedenk dat zwijgen niet neutraal is. Welke belangen dien je als je zwijgt? Welke praktijken laat je voortbestaan? En welke gevaren zijn aan die praktijken verbonden? Als je dat helder voor ogen hebt, kan dat motiveren om je toch uit te spreken, zelfs als je daarmee risico’s loopt.


Vond je de negen tips van filosofen voor waarheidsspreken interessant? Dit en meer bespreken deelnemers en docenten tijdens de vierde bijeenkomst van de leergang Macht en moed; praktische filosofie voor ambtenaren.

Winkelwagen
Scroll naar boven