Para-doxaal: Guy Debord | Column René ten Bos

De geschiedenis doet zich dus aan de mensen plotseling voor als het inbreken van het vreemde, als datgene wat ze niet hebben gewild en waarvoor ze zich veilig waanden.

Aan het woord is de Franse filosoof Guy Debord (1931-1994). Het citaat komt uit De spektakelmaatschappij, zijn bekendste boek, en men kan het vinden in sectie 128. Het is een fantastisch citaat dat naadloos van toepassing lijkt te zijn op de huidige tijd. We hebben de geschiedenis weer terug: oorlogen, andere catastrofes en krankzinnige politici die geen benul hebben van wat ze eraan moeten doen. We zijn dus niet blij met de geschiedenis, willen haar niet en hopen dat ze weer opduvelt. Hoe fijn was toch de tijd waarin we sluimerend door de winkelstraten slaapwandelden. Nu worden we weer opgeroepen ons in dienst te stellen van het vaderland en ons voor te bereiden op de grote conflicten die eraan zitten te komen. Voor de slaapwandelaars is geschiedenis een vijand.

Ik heb De spektakelmaatschappij, dat in 1967 werd gepubliceerd, altijd een extreem moeilijk boek gevonden. Dat komt vooral doordat het zwaar schatplichtig is aan denkers uit de marxistisch-communistische traditie als Korsch, Hilferding, Lukacs en vele anderen die tegenwoordig onbekend of halfvergeten zijn. Debord doet nergens zijn best om een soort systematisch overzicht van dit soort gedachtegoed te geven. Van meet af aan lijkt hij met die denkers in dialoog te zijn, een dialoog waarbij hij zijn vaak niet malse kritiek op hen niet schuwt. Als lezer moet je dan maar proberen te achterhalen waarover het gaat.

Toch wordt Debord tegenwoordig door tal van commentatoren gezien als niets minder dan een profeet. Dat komt natuurlijk doordat zijn theorie van het spektakel, die hij vooral in de eerste sectie van het boek uiteenzet, zo naadloos op onze tijd van toepassing is. Zoals de mensen zich ooit lieten bedriegen door religieuze illusies, zo laten zij zich nu bedriegen door het spektakel. Hoe moeten we dat spektakel denken? Wat ons in de kapitalistische samenleving aangeboden wordt, is een wereld die zich voor alles op onze ogen richt, of dat nu in de supermarkt, op televisie of via het schermpje van je mobieltje gebeurt. We zijn ontvankelijker voor bedrog, al was het alleen al omdat de ogen bij uitstek de zintuigen zijn die zich makkelijk laten bedriegen. We zijn wat dat betreft niet veel verder dan de middeleeuwers. In sectie 20 lezen we bijvoorbeeld dat ‘het spektakel de materiële reconstructie is van de religieuze illusie’.

Wat Debord zo gevaarlijk vindt aan het spektakel is dat het mensen ‘afscheidt’ van hun geschiedenis en daardoor van elkaar. Ik lees hem vooral als iemand die op boze en droeve toon bezingt hoe het spektakel een einde maakt aan iedere verbinding en solidariteit tussen de mensen. Het kapitalisme heeft voor elk wat wils, maar juist dat ondermijnt de saamhorigheid. Het leidt tot het isolement van de massa’s. Wat we ervoor in de plaats krijgen is een soort collectieve slaap. ‘Het spektakel’, zo lezen we in sectie 21, ‘is de boze droom van de geketende moderne maatschappij, die welbeschouwd alleen haar wens om te slapen uit. Het spektakel is de hoeder van die slaap.’

Zoals de mensen ooit, in slaperige tijden, toen er niets gebeurde, toen de geschiedenis leek stil te staan of er zelfs helemaal niet was, toch af en toe werden opgeschrikt door een gebeurtenis, zo worden we nu in de verdoofde consumentensamenleving, in ons heerlijke waren- en dienstenparadijs, opgeschrikt door iets wat we niet voor mogelijk hielden. De onrust, ‘de negatieve onrust van het menselijke’, die aan de oorsprong van alle politieke, maatschappelijke en ook technologische ontwikkelingen staat, maar die was ‘ingeslapen’, is thans weer helemaal terug. Daar moet je overigens niet over treuren. Het vereist echter wel dat we een bepaalde vorm van saamhorigheid opnieuw uitvinden.

Dit artikel is verschenen in iFilosofie #82. Klik hier voor de volledige editie.

Winkelwagen
Scroll naar boven