Welke woorden kan een mens vinden voor mystieke ervaringen? In De extase van de jagers vraagt Kris Pint zich af welke taal we kunnen bezigen voor het gevoel overspoeld te worden door iets dat groter is dan de waargenomen wereld.
Door Tjeerd Boorsma
Ieder mens kan op meer of minder voorspelbare momenten geconfronteerd worden met een innerlijke wereld die in het alledaagse verborgen blijft en die zich plots hardnekkig opdringt. Bijvoorbeeld als je voor een schilderij als De jagers in de sneeuw (1565) van Pieter Bruegel staat. Het schilderij toont een winters landschap met op de voorgrond een groep jagers die na een ogenschijnlijke barre tocht, met gebogen hoofden voort sjokkend door de sneeuw, terugkeert van de jacht. Beneden in het dorp wordt er gespeeld en geschaatst op de bevroren vijver. In de verte de kerktoren van het volgende dorp in de schaduw van een ontzagwekkende bergketen. Dit even uitnodigende als bedreigende tafereel wekt bij Kris Pint een mysterieus gevoel op, maar het lukt hem telkens niet om deze ervaring goed onder woorden te brengen.
Mee op jacht
Hij voelt zich onbeholpen omdat die mystieke ervaring ‘geen moderne woordenschat ter beschikking heeft’. Volgens Pint heeft het moderne, functionalistische denken, waarin alles ondergeschikt wordt gemaakt aan productie en consumptie, ook het verlangen naar iets dat het alledaagse overstijgt gereduceerd tot een ‘onschuldige vrije tijdsbesteding’ zonder verdere horizon. Hij stelt dat de moderniteit tekortschiet en dat het collectieve gevoel van verlies aan zingeving, ondanks verwoede pogingen, voor veel mensen iets ondraaglijks blijft. Hier kan ‘religieuze verbeelding’ (ook als je niet gelovig bent, als fictie) ons de woorden verschaffen om ons op een andere manier tot ons zelf en tot de wereld te verhouden: ‘… als een oude taal die je kunt stelen om over bepaalde intense ervaringen te spreken.’ Religieuze verbeelding komt voort uit een collectief geheugen dat zich door de eeuwen heen heeft gevormd op basis van overgeleverde religieuze werken en verhalen. Kris Pint gaat op zoek naar de woorden en beelden uit dit collectieve geheugen die onze innerlijke wereld hebben vorm gegeven en neemt ons mee het winterlandschap in.
Aan de hand van archeologische vondsten, oude verhalen en getuigenissen en religieuze, filosofische en antropologische literatuur weet Pint een beeld te schetsen van de manier waarop het denken en spreken over mystieke ervaringen zijn sporen in onze cultuur achterlaat. We worden langs sjamanen, animisme en Noordse mythologieën geleid en leren over verschillende rituelen en gebruiken die moesten leiden tot kennisverwerving van de ‘andere zijde’. Bijbelverhalen en het vroege christendom komen in een nieuw daglicht te staan en laten ons bijvoorbeeld kennismaken met Jezus als rebelse cynicus. Als een netwerk van schimmeldraden in de bodem van het woud van gebruiken en gewoontes zien we hoe de religieuze verbeelding in verschillende gedaantes tevoorschijn komt en, vaak tijdelijk, zijn plek opeist in de taal en de cultuur. Om zich vervolgens weer terug te trekken, wachtend op de juiste omstandigheden om in een nieuwe gedaante weer op te komen.
Hobbels worden genomen
Kris Pint laat met een indrukwekkende hoeveelheid voorbeelden, referenties en citaten zien hoe uitgebreid dat netwerk is. Dit heeft wel tot gevolg dat de reis soms wat hobbelig verloopt. Sommige zijpaden lijken wat willekeurig en andere krijgen weer disproportioneel veel aandacht, waardoor het risico bestaat te verdwalen. Daarbij is Pint zelf ook niet geheel ongevoelig voor het moderne, functionalistische denken dat hij verantwoordelijk houdt voor een gedeeld gevoel van leegte en nietszeggendheid. Zo probeert hij het nut van religieuze verbeelding aan te tonen door te wijzen op het evolutionaire voordeel dat het zou opleveren als mensen zich betekenisvol kunnen uitdrukken.
Dit zijn gelukkig slechts hobbels op de weg en onze tocht wordt op geen enkel moment onplezierig. Eerder het tegendeel. De weelderige vertelstijl van Pint maakt dat je hem makkelijk als gids accepteert. Op overtuigende wijze laat hij namelijk zien hoe, van de prehistorie tot nu en in verschillende culturen, telkens de gang naar die mysterieuze andere kant van ons innerlijk gepaard gaat met lijden voordat het gelukzaligheid en verheven kennis kan opleveren. Van het offeren van vingerkootjes tot vasten: ‘Het diepe geluk bevat een moment van lijden.’
Dit overkoepelende gegeven maakt dat religieuze verbeelding zich kan aanpassen aan de context. De extase van de jagers zit vol met voorbeelden hiervan. Zoals de vele Mariakapelletjes die niet toevallig bij bomen, grotten en waterbronnen geplaatst zijn, de plekken van oude altaren voor heidense natuurgoden. We leren dat religieuze verbeelding, in al haar verschillende uitingsvormen, niet alleen gaat om het kunnen uitdrukken van de eigen mystieke ervaring, maar ook een vorm biedt om de chaos van de werkelijkheid te bezweren. Hoe dit kan werken wordt mooi inzichtelijk als Kris Pint de religieuze verbeelding van Gerard Reve bespreekt. Reve ziet zich geconfronteerd met een innerlijke wereld die hem beangstigt tot het moment dat hij zich tot Maria wendt: ‘De struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam, en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor terwijl ik werk.’
De wijde wereld in
Religieuze verbeelding geeft zo de mogelijkheid om het overweldigende gevoel, de angst, de vervreemding, de onbeholpenheid te beheersen. Een pasklare oplossing hoeven we niet te verwachten, maar er wordt wel een kans geboden om onze diepste binnenwereld te beschrijven en zo te bereizen, inclusief alle oneffenheden. En misschien is het juist omdat religiositeit wat verder van ons af is komen te staan, omdat het uit een andere wereld lijkt te komen, dat het de juiste taal kan bieden om dat vreemde innerlijke winterlandschap te verkennen. Zoals Kris Pint door De jagers in de sneeuw van Bruegel uitgenodigd wordt om de winter in te trekken, zo worden wij uitgenodigd om ons bij hem te voegen. ‘De religieuze verbeelding […] vraagt je mee te reizen, dieper dit onmogelijke landschap in.’ We worden jagers in de sneeuw.

Kris Pint, De extase van de jagers. Verbeelding van de mystieke ervaring. Amsterdam: Boom, 2024.

