De koorddans tussen afstand en nabijheid

In Filosofie van de kroeg neemt Hans Schnitzler de lezer mee naar de kroeg als plek van bezinning en sociale verbinding. Met een combinatie van persoonlijke verhalen en filosofische verwijzingen schetst hij een treffend beeld van de kroeg en de existentiële rol die de kroeg in onze samenleving speelt.

Door Tine Gielliet

Hans Schnitzler is filosoof en schrijver. In zijn werk bespreekt hij maatschappelijke thema’s, zoals onderwijs of digitalisering. Ook in Filosofie van de kroeg staat de maatschappij centraal. De vraag die Schnitzler aan het begin van het boek stelt luidt: hoe moeten we samenleven? Tijdens de zoektocht naar het beantwoorden van deze vraag belandde Schnitzler in de kroeg. Niet per se letterlijk – of misschien ook wel letterlijk, aan de vele persoonlijke kroeganekdotes te lezen – maar in ieder geval figuurlijk: de kroeg dient als laboratorium voor de samenleving.

Volgens Schnitzler is de vraag hoe we moeten samenleven eigenlijk een vraag naar de perfecte balans tussen afstand en nabijheid. Deze balans is volgens Schnitzler essentieel voor een gezonde samenleving. In het café kunnen de voorwaarden voor deze ‘meer ontspannen samenleving’ gevonden worden. De kwaliteit van onze kroegen weerspiegelt volgens hem dan ook de leefbaarheid van onze maatschappij. Schnitzler beschouwt de kroeg namelijk als de perfecte omgeving waarin ‘de precaire relatie tussen gemeenschap en individu’ onderzocht kan worden.

De kroeg als utopie

Op de helft van het boek dacht ik dat ik het ondertussen wel begrepen had: het draait dus allemaal om de juiste balans tussen nabijheid en afstand. Schnitzler heeft veel verschillende manieren om deze balans te beschrijven, zoals ‘de juiste afstand die nodig is om te co-existeren’ of een ‘precair evenwicht tussen distantie en betrokkenheid’, maar het wordt niet duidelijk wat deze afstand nu precies inhoudt. De omschrijvingen voelen eerder herhalend dan verdiepend aan en het is niet duidelijk wat de juiste afstand nu precies inhoudt, alleen dat deze belangrijk is. Het belang van de juiste balans noemt Schnitzler namelijk helemaal aan het begin van het boek en hij benadrukt het elk hoofdstuk weer, maar dan door net een ander aspect te belichten of een andere metafoor te gebruiken. Zo lijkt de kroeg volgens hem aan de ene kant op het warme nest van een huiskamer, aan de andere kant is het een tussenruimte waar je de ‘koorddans tussen afstand en nabijheid’ kunt oefenen.

Naast de grote hoeveelheid beeldspraak barst Filosofie van de kroeg van de referenties. Schnitzler behandelt krantenartikelen, sociologisch onderzoek en literatuur. Daarnaast komen veel filosofen aan bod, van Plato tot Arendt. Helaas dienen de filosofische verwijzingen meer ter ondersteuning van het punt dat Schnitzler in zijn eerste hoofdstuk al had gemaakt, dan dat ze grondig worden uitgewerkt of op een filosofische wijze worden toegelicht. Dit maakt het boek toegankelijk, maar minder geschikt voor lezers die op zoek zijn naar diepgaande filosofische analyse. Tegelijkertijd vraag ik me af in hoeverre het voor de niet-filosofisch geschoolde lezer interessant is om een boek te lezen waarbij de filosofische en literaire verwijzingen in sneltreinvaart langskomen zonder dat deze echt onderzocht of uitgewerkt worden. Het veelvoud aan verschillende filosofische stromingen voelt soms als cherrypicking: anekdotes en citaten verzamelen bij een al bedacht argument. Dit zorgt ervoor dat het boek meer als een inspiratiebron fungeert dan als een grondige verhandeling.

Schnitzler schrijft lovend over de kroeg, door zijn poëtische manier van schrijven lijkt het boek wel een ode. Helaas is het gevolg hiervan een eenzijdige benadering van de kroeg. Schnitzler beschrijft hoofdstuk na hoofdstuk de positieve aspecten van de kroeg, zoals humor en geborgenheid. Hoewel hij sporadisch negatieve aspecten aanstipt van de kroeg, zoals een dronken bezoeker die van zijn kruk glijdt, wuift hij die weg als niet echt onderdeel van de kroeg. Dit roept de vraag op of de kroeg niet te utopisch wordt neergezet. Neem bijvoorbeeld dronken gasten die tot in de late uurtjes aan de bar blijven hangen en na een borreltje te veel dingen zeggen waar ze misschien de dag erna spijt van zullen hebben. Zij lijken mij bij uitstek een vast onderdeel van het kroegleven, maar kunnen ook een bedreiging zijn voor Schnitzlers idee van de kroeg als een veilige thuishaven. Een bredere bespreking van minder ideale facetten had zijn betoog evenwichtiger kunnen maken.

Een filosofische zoektocht zonder antwoord

Nu goed, terug naar de vraag waar het boek om draait: hoe moeten we samenleven? Daarop krijgt de lezer geen duidelijk antwoord van Schnitzler. Hij geeft het belang aan van de juiste afstand, maar wat die afstand precies is, wordt niet duidelijk. Het heeft te maken met tact, met liefde voor de wereld en het in acht houden van ‘de menselijke maat’. Een precies antwoord is wellicht ook niet mogelijk, geeft Schnitzler aan, omdat de mens zich niet zo makkelijk laat vatten in abstracties. Daar geef ik Schnitzler graag gelijk in. Maar de lezer die op zoek is naar duidelijke argumenten, in plaats van meer vragen, heeft er niet zo veel aan. Die lezer kan beter Filosofie van de kroeg dichtslaan en diens dichtstbijzijnde kroeg een bezoek brengen.

Al met al is Filosofie van de kroeg een boeiend boek dat op poëtische wijze de charme van de kroeg als sociale ruimte beschrijft. Schnitzlers bloemrijke en stilistische manier van schrijven zorgt ervoor dat je je als lezer volledig in de wereld van het café waant en enthousiast van metafoor naar metafoor leest. Hoewel het gebrek aan filosofische diepgang en de eenzijdige lofzang op de kroeg minpunten zijn, biedt het boek een interessante kijk op de rol van kroegen in onze samenleving. Voor wie een filosofisch of maatschappelijk georiënteerd boek zoekt dat aanzet tot reflectie zonder te zwaar op de theorie te leunen, is Filosofie van de kroeg een aanrader. Het is een ode aan de kroeg als sociale en zelfs ook filosofische ruimte, die de lezer uitnodigt om het sociale experiment zelf voort te zetten.

Hans Schnitzler, Filosofie van de kroeg, Amsterdam: De Bezige Bij, 2024

Dit artikel is verschenen in iFilosofie #81. Klik hier voor de volledige editie.

Winkelwagen
Scroll naar boven