Ronddwalend in het achttiende-eeuwse bruisende Weimar schreef een cultureel eclecticus teksten die zijn tijdgenoten bepaald niet onberoerd lieten. Zijn naam was Johann Gottfried (von) Herder. Anders dan veel teksten van zijn tijdgenoten – denk aan Goethe, Schiller of Kant – zijn we Herders teksten in de afgelopen twee à drie eeuwen enigszins uit het oog verloren. Onterecht, aldus vertaler Pieter Ippel: een standpunt waar ik me bij aansluit.
Door: Dani Lensen
Hoe worden we humaan? omvat een selectie van fragmenten uit het omvangrijke oeuvre van Herder, dat te karakteriseren is als zeer eclectisch: het beslaat een breed scala aan onderwerpen en hij put uit veel verschillende bronnen. Herders wereldbeeld zouden we vandaag de dag als ‘inclusief’ kunnen bestempelen. Hij wil geen Europa-georiënteerd verhaal schrijven, waarin de Westerse mens een centrale rol inneemt, maar een geschiedenis die alle culturen, volken en levensvormen even serieus neemt en een gelijkwaardige rol toebedeelt. Herder wordt niet voor niets door sommigen als de grondlegger van de culturele en sociale antropologie gezien. Gretig verzamelde hij ieder boek en reisverslag dat hij maar kon bemachtigen. Die vertelden hem meer over de unieke opvattingen die leefden in de uithoeken van de wereld.
Herders grote belezenheid en zijn empathische houding resulteren in een denken dat sterk modern oogt. Herder keert zich tegen voorliefdes voor bepaalde volken of culturen. Iedere cultuur is gelijk en verdient evenveel respect; de Europese culturen zijn niet de maatstaf. Een waarheidsgetrouwe weergave van de menselijke geschiedenis vraagt dan ook om een onpartijdige en empathische benadering die de unieke aspecten van iedere cultuur belicht. Dit kan ons laten inzien dat we allen met elkaar verbonden zijn – en met ‘allen’, bedoelt Herder ook écht allen. Zo vangt zijn magnum opus Ideeën over de filosofie van de geschiedenis van de mensheid aan met een onderzoek naar de ‘plantheid’ van mensen – een geestige vergelijking die verrassend treffend is. Herder presenteert een geschiedenis die soms wel een voorloper lijkt van het evolutionaire wereldbeeld.
Herders inclusieve kijk op de wereld resulteert in een felle kritiek op kolonialisme. Hij walgt van de West-Europese brutaliteit en veroordeelt in felle bewoordingen de gruwelijkheden die in andere werelddelen werden begaan onder de noemer ‘cultivering’. Dat bestempelt hij als een ‘worgengel’: een engel die enkel dood en verderf brengt. We zouden ons diep moeten schamen. ‘Wij hebben helemaal geen cultiverend werk gedaan, wij hebben de kiemen van de eigen cultuur van deze volken vernietigd waar het maar kon,’ aldus Herder.
De mens een worgengel of toch humaan?
Herder deelt rake klappen uit, maar biedt ook hoop. De titel van deze vertaling luidt niet voor niets Hoe worden we humaan?. Herders felle kritiek gaat gepaard met een groot vertrouwen in de mens. De term ‘humaan’ draagt bij Herder al de dubbele betekenis van zowel ‘menselijk’ als ‘goedaardig en menslievend’. De mens is geen kwaadaardig wezen. De slechte dingen die we doen zijn niet in overeenstemming met onze humane, goede aard. In Herders historische kijk op de mens komt naar voren dat we vanwege ons zwakke gestel enkel kunnen voortleven wanneer we elkaar helpen. We hebben geen grote klauwen of scherpe tanden: al onze kracht gaat naar ons intellect. Als eenling zijn we te zwak. Wanneer we elkaar niet helpen, zijn we gedoemd om uit te sterven. Minderheden helpen is daarmee onderdeel van ons wezen; elkaar schaden niet. Maar ook in de ver ontwikkelde taal van de mensheid ziet Herder een argument voor de goedaardigheid van de mens. Het zit in onze natuur om uitgebreid met elkaar te communiceren en samen te werken.
Waarom doen we dan toch zoveel slechte dingen? Terwijl de Engelse denker Thomas Hobbes ruim een eeuw eerder betoogde dat oorlog inherent is aan de mens, is Herder ervan overtuigd dat vrede de natuurtoestand is van de mens, en oorlog enkel een noodtoestand. Volgens Herder druist het heerszuchtig onderwerpen en kwaad doen van anderen in tegen onze natuur. Wel zijn we in staat om van onze aard af te wijken – iets dat enigszins tegenstrijdig klinkt. Verlangens, haat, egoïsme en hebzucht kunnen ons in zekere zin minder mens maken. Onze humanitaire aard is niet vanzelfsprekend, het is iets waar we constant aan moeten blijven werken.
Wanneer we vandaag de dag spreken over de humane aard van de mens levert dit wellicht een sporadische walging of stuiptrekking op. Het oogt antropocentrisch en lijkt moeilijk te rijmen met de zorgwekkende ontwikkelingen in de wereld. Tijdens het lezen van dit boek las ik over bombardementen in de Gazastrook, raketaanvallen in het centrum van Kyiv, en een auto die inrijdt op bezoekers van een kerstmarkt in het Duitse Maagdenburg. Is de mens ondanks deze grote lelijkheid dan nog werkelijk humaan? Durven we nog wel te spreken over de goede en empathische aard van de mens? Zouden we dan niet meer hebben moeten leren van onze fouten? Is het idee van humaniteit niet gewoon achterhaald, naïef en misplaatst? Op de laatste vraag zou Herder in ieder geval een volmondig ‘nee’ antwoorden. Hij is er stellig van overtuigd dat het een woord is dat we niet uit ons taalgebruik moeten verliezen.
Herders opvatting voelt een beetje flauw omdat het onmogelijk te weerleggen lijkt. Geen enkele slechte daad van de mens kan onze humane aard betwisten; het zijn slechts momenten waarop we onze aard verloochenen. Je zou het argument net zo goed kunnen omdraaien: de mens is slecht en iedere goede daad wijkt af van onze slechte aard, of oogt slechts goedaardig. Herders argumenten zouden we hier net zo goed voor kunnen hanteren. De zwakke mens kan enkel overleven wanneer het sluw en listig is; wanneer het kansen optimaal benut en altijd uit is naar meer macht en controle – ongeacht de negatieve gevolgen voor anderen. We kunnen het niet permitteren om onszelf niet voorop te stellen. En de taalkundigheid van de mens, die is er voornamelijk om elkaar te manipuleren ten behoeve van de overleving. Herders historische en zijn taalkundige argumentatie kunnen zowel de optimistische als de pessimistische blik ondersteunen. Dus wie heeft er nu gelijk? De hoop die Herder koestert voor de ‘edele mens’, afgezet tegen de nare gebeurtenissen in zijn tijd, zetten ons in ieder geval aan het denken. Wellicht kunnen we het concept van humaniteit in deze moderne tijd nog wel als een werkbaar en geloofwaardig begrip ontvouwen. Ik zal u hier niet proberen naar één van deze polen te bewegen; daarvoor moet u Herder maar zelf lezen!
Verder met Herder
Zijn er nog andere redenen om Herder te lezen? Het moderne karakter van Herders denken zou de indruk kunnen wekken dat het weinig vernieuwends biedt voor de hedendaagse mens – hadden ze zijn werken toen maar meer gelezen. Herders opvattingen over onderwerpen als nationalisme, kolonialisme en egoïsme zijn echter allesbehalve vanzelfsprekend en zetten je aan het denken over wat het betekent om een goed of slecht mens te zijn. Op allerlei vlakken bieden de tekstfragmenten originele perspectieven die hun weerklank hebben gevonden in de geschiedenis van de filosofie. Zo werd Herders bevinding dat onze zienswijzen sterk gevoed worden door onze (gelijkwaardige) historische en culturele situaties een belangrijke inspiratie voor de hermeneutiek (de filosofische studie van interpretatie), waarin benadrukt wordt dat betekenis niet in een vacuüm tot stand komt maar tegen een culturele achtergrond. Ook heeft Herders visie over taal een sterke invloed gehad op het denken van Friedrich Nietzsche. Ons denken is volgens hen beiden sterk afhankelijk van de taal die we hanteren. Een kritische reflectie op ons denken vereist dus altijd een kritische herziening op de ontstaansgeschiedenis van de woorden die we gebruiken. Dat is ook de reden waarom we de term ‘humaan’ moeten blijven gebruiken. Alleen wanneer we het woord blijven gebruiken blijft het werkzaam.
En dat alles verwikkeld in Herders mooie proza en veelvuldige gebruik van analogieën en vindingrijke metaforen, die in deze vertaling goed uit de verf komen. Zijn toon heeft wat arrogants en provocerends maar ook wel iets aantrekkelijks, iets heldhaftigs. Bovendien is aan deze vertaling een uitgebreide inleiding op het leven van Herder en zijn werken toegevoegd. Persoonlijk zou mijn voorkeur naar een meer fragmentgeoriënteerde toelichting gaan, waarin de tekstfragmenten afzonderlijk vergezeld worden door een toelichting. Net als bij Nietzsche is Herders stijl namelijk niet bepaald systematisch en ietwat speculatief – iets wat hem dan ook tot mikpunt van kritiek maakte door tijdgenoten als Immanuel Kant. Als lezer heb je regelmatig de vraag: waar baseert hij dit nu weer op? In Herders teksten krijgen we vaak geen direct antwoord. Een meer fragmentgeoriënteerde toelichting had de individuele uitingen explicieter kunnen verklaren en bekritiseren. Toch is de toelichtende inleiding een waardevolle bijdrage aan deze fijne vertaling. Ik zou het iedereen aanbevelen om Herder eens open te slaan.

Johann Gottfried Herder, Hoe worden we humaan? Teksten van een vergeten verlichtingsdenker. Gorredijk: Noordboek, 2024.

