In een democratie horen alle belangen gewogen te worden. Niet alleen menselijke belangen, maar ook die van dieren, planten, schimmels en bacteriën. Volgens Erno Eskens is het verlenen van rechten aan alle levende wezens de enige manier om die belangen serieus te nemen. Het Zoölogisch Manifest is zijn betoog voor rechten voor alles wat leeft.
Door: Felice Starreveld
Vanaf welk moment besloot je te betogen dat alle wezens rechten verdienen?
Dat was toen ik me realiseerde dat je alle criteria op basis waarvan je rechten zou willen toekennen aan dieren ook vindt bij planten. Weliswaar soms in een andere vorm, of bij bepaalde aspecten in mindere mate, maar het onderscheid tussen dieren en planten bleek niet zo duidelijk te maken. Plantenonderzoekers Stefano Mancuso en Paco Calvo hebben daar beiden heel interessante boeken over geschreven. In de negentiende eeuw is er al onderzoek naar het bewustzijn van planten verricht. Het bleek dat je bijvoorbeeld het kruidje-roer-me-niet kon verdoven. En Darwin opperde al het idee dat er hersenen in planten zitten. Maar dat is allemaal niet serieus genomen.
Nu begint dat pas een beetje te verschuiven en leren we dat planten een geheugen hebben, dat ze elkaar waarschuwen en zelfs kunnen luisteren. Op basis van akoestiek kunnen bepaalde planten bepalen waar een goede paal staat om tegenaan te groeien. Al dit gedrag zou je kunnen verklaren door middel van de evolutietheorie en instincten. Maar dat is toch een beetje problematisch, omdat je dan hetzelfde gedrag bij de ene soort als intelligent verklaart en bij de andere niet. Wanneer een aap een boom inklimt, zien we dat als een bewuste handeling, maar wanneer een plant hetzelfde doet, gaan we dat ineens in een ander jargon verklaren. En dat begrijp ik wel, maar het is toch gewoon discriminatie. Het is een oneerlijk onderscheid maken op basis van iets triviaals, te weten de soort.
Daarom wil ik eerst maar eens naar het gedrag van wezens kijken en dit niet proberen te verklaren. Eerst maar eens de verschijnselen serieus nemen, en er niet direct allerlei dubieuze en per soort wisselende verklaringen bij slepen. Hiermee hoop ik recht te doen aan het democratische grondbeginsel: gelijke gevallen moet je gelijk behandelen. Maar ik heb ook lang geaarzeld. Toen ik het idee van rechten voor bacteriën opschreef, dacht ik dat ze me allemaal zouden uitlachen.
Hoe weten we wat wezens willen? En op basis waarvan krijgen ze dan rechten?
Het is eigenlijk heel simpel. Ik kijk primair naar het gedrag, en daar wil ik zo min mogelijk op projecteren. Als je kijkt naar het gedrag, dan kom je erachter dat wezens moeite doen, en wel in twee categorieën. Ze doen moeite om hun eigen lichaam in stand te houden en ze doen moeite voor dingen buiten zichzelf. Ze zoeken bijvoorbeeld een plek in de zon of een partner. Waarom doen ze moeite? Ik denk dat het moeilijk anders te verklaren is dan dat ze moeite doen omdat iets er voor hen toe doet. Dus ja, ik kom ook met een verklaring, maar met de simpelst mogelijke, en met eentje die voor alle soorten kan gelden. Moeite doen getuigt ervan dat iets de moeite waard is, dus dat het voor het wezen in kwestie van belang is. En ik denk dat het hebben van belangen voldoende is om rechten te krijgen.
Is het niet gevaarlijk dat wij het gedrag van deze wezens alleen kunnen interpreteren, maar daar dan wel allerlei serieuze politieke en rechtsmatige consequenties aan verbinden?
Gevaarlijk is het altijd. Maar ik denk dat deze manier wel het meest clean is. Andere vormen van het gedrag interpreteren zijn nog veel gevaarlijker, want dan projecteer je iets op het innerlijk van die wezens waar je sowieso geen toegang tot hebt. Ik projecteer niets op het innerlijk, maar kijk alleen naar wat ze doen. Dat gedrag probeer ik te verklaren zoals ik ook het gedrag van mijn partner probeer te verklaren. Maar ik denk niet dat je ooit helemaal aan projectie ontkomt. Ik geloof wel dat er goede en slechte interpretatie is.. Een goede interpretatie heeft geen verschillende verklaringsmodellen nodig voor gelijk gedrag. En we moeten maar hopen dat er goede wetenschappers zijn die hun best doen om het gedrag van andere wezens goed te kunnen interpreteren.
Wat betreft de consequenties voor de politiek en de rechtbank, denk ik dat die op een logische manier volgen. Ze zullen namelijk aansluiten op onze diepste morele gevoelens: gelijke gevallen moet je gelijk behandelen. Dat is denk ik de basis van de ethiek. En ook van ons rechtssysteem; het is artikel 1 van de grondwet. Bovendien zijn het goede consequenties, omdat ze ons de mogelijkheid geven onszelf te redden. Nu hebben we het idee van de natuur die buiten ons staat en op een andere manier verklaard moet worden. Daardoor zien we de natuur als lager. Omdat we de natuur als lager zien, vernietigen we haar. Daarmee vernietigen we uiteindelijk ook onszelf.
Dit model levert wel een ingewikkeld politiek systeem op, als alle rechten van alle wezens gewaarborgd moeten worden.
Jazeker, maar ik probeer het project een beetje te beperken. We gaan bijvoorbeeld niet alles in de natuur reguleren, maar alleen datgene wat met onszelf te maken heeft. Het gaat mij erom dat we onszelf moeten temmen. Dat kan alleen door andere wezens ook rechten te geven zodat ze vertegenwoordigd kunnen worden.
Maar uiteindelijk worden ze wel weer vertegenwoordigd door mensen.
Ja dat is absoluut zo, want wij hebben nu eenmaal de macht en je kan geen pissebedden in de Tweede Kamer laten zitten. Je moet een vertaalslag maken. We moeten vertegenwoordigers en advocaten aan die wezens toewijzen. Dat brengt het risico met zich mee dat sommigen de belangen van de wezens die ze vertegenwoordigen niet serieus genoeg nemen. Je moet dus ook het serieus nemen van de belangen op de een of andere manier verankeren. Maar ik geef toe dat ook mijn systeem niet waterdicht is. Als de mens echt niet wil en liever alles kapot wil maken, dan denk ik niet dat iets ons tegenhoudt. Wij zijn nu eenmaal de machtigste. Het enige wat je kan doen is tegenmacht organiseren en proberen dat zo goed mogelijk te doen. Alle macht corrumpeert, dus zonder een tegenmacht gaat het sowieso fout. Daarom hebben wij ook een trias politica. Maar waar is de tegenmacht ten opzichte van ons en de natuur? Het is mijn streven die te organiseren.
Hoe zal de samenleving eruitzien als alle wezens rechten hebben? Kunnen we dan nog wel huizen bouwen of boeken van papier maken?
Er zal een hoop veranderen en het zal allerlei consequenties hebben, maar wat die consequenties precies zijn dat weet ik niet precies. Misschien moeten we eerst een overgangsrecht hanteren of een bepaald proefgebied uitkiezen. Maar mijn intuïtie is dat het haalbaar is. Ik ga niet mee in de gedachte dat je, als je de toekomst niet geheel kan overzien, er dan maar van af moet zien. We moeten het project niet opgeven, omdat we het nog niet helemaal tot in de puntjes hebben uitgewerkt. Politiek en recht zijn juist bedacht om zaken die nog niet helemaal duidelijk zijn goed te regelen. Dus ik ben huiverig om me over allerlei praktische casussen te buigen, omdat ik dan op de stoel van de politiek of van de rechter ga zitten.
Mijn punt is dat alle belangen van alle wezens moeten worden afgewogen. Maar ik wil hier niet zeggen ‘dus mag je geen romans meer lezen, want de papierproductie schaadt bepaalde wezens’. Ik vind het goed om een gesprek te hebben over de vraag welk product nu eigenlijk noodzakelijk is en wat onnodige en schadelijke rommel is, maar ik vind niet dat ik nu alles zou moeten gaan invullen. Ik bedenk een rechtsstelsel, maar niet de uitkomst ervan. Dat is niet aan mij, maar aan de democratie en aan de rechter.
In een eerder interview zei je dat het boek minder weerstand opriep dan verwacht. Hoe kan dat, denk je?
Dat weet ik eigenlijk nog niet precies. Ik denk dat mensen nu allemaal zoekende zijn naar een manier om uit deze crises te komen. Mensen staan op dit moment open voor nieuwe ideeën. En het denken over rechten voor dieren en de natuur is wel echt veranderd de afgelopen jaren. Toen ik 2009 Democratie voor dieren schreef en daarover voor zaaltjes sprak, was vaak minstens de helft vijandig opgesteld. Ze zagen het als aanval op hun levensstijl en riepen spottend of planten dan ook rechten verdienen. Nu zijn mensen eerder benieuwd hoe ik het dan wil organiseren, hoe het er dan uit zou zien in de praktijk. Maar ik preek natuurlijk ook voor eigen parochie, wat mensen er in andere kringen van vinden weet ik niet. Daarom zit ik te wachten tot ik gerecenseerd word door wat minder linkse blaadjes, om het maar zo te zeggen. Dat zou goed zijn.

Erno Eskens, Het Zoölogisch Manifest. Rechten voor alles wat leeft. Leusden: ISVW Uitgevers, 2025.
