Wie de technologie bezit, bezit de wereld: waarom Europa wakker moet worden | Recensie Haroon Sheikh

In de jaren negentig werd Europa een economische reus, een politieke dwerg en een militaire worm genoemd. Dertig jaar later geldt dat laatste net zo goed voor de digitale wereld. In Atlas van de digitale wereld laat Haroon Sheikh zien hoe technologie het nieuwe geopolitieke slagveld vormt en waarom Europa op achterstand staat.

Door: Ruwan van der Vaart

De digitale wereld in lagen

In een kort en krachtig betoog onderzoekt Sheikh de machtsverhoudingen binnen de digitale infrastructuur. Om grip te krijgen op de digitale wereld, introduceert Sheikh het model van de ‘stack’. Dit model vormt de kern van het boek en helpt om de zeer complexe digitale wereld in kaart te brengen. Dit model is afkomstig uit de techwereld en beschrijft de verticale opbouw van technologieën in zeven lagen: die van de grondstoffen, chips, netwerken, cloud, AI, applicaties en apparaten. Elke laag is afhankelijk van de vorige en samen vormen ze het digitale ecosysteem. Per laag laat Sheikh zien welke landen en bedrijven dominant zijn en hoe Europa zich daartoe verhoudt. Zijn conclusie is verontrustend: Europa is op belangrijke onderdelen structureel afhankelijk van China en de Verenigde Staten. De vraag is niet of dat een probleem is, maar hoe lang we ons deze afhankelijkheid nog kunnen veroorloven.

China is namelijk bezig met een forse inhaalslag. Europa beschikt wel over grondstofvoorraden, maar mist de capaciteit om die zelfstandig te winnen en te verwerken. Op de lagen van de cloud, AI en applicaties domineren Amerikaanse en Chinese bedrijven. De Europese invloed op deze lagen is marginaal. Op de lagen van de chips, waar het Nederlandse ASML een sleutelrol vervult, en de netwerkinfrastructuur is de Europese positie nog sterk, maar het totaalbeeld is zorgwekkend. Deze afhankelijkheid van buitenlandse technologie is geen technisch detail, maar een strategisch risico dat Europa’s kwetsbaarheid blootlegt.

De geopolitiek van technologie

Wat Sheikh vooral blootlegt, is hoe digitale infrastructuur een strategisch machtsmiddel is geworden. Technologie bepaalt niet alleen wie toegang heeft tot informatie, maar ook wie de regels bepaalt. Wie namelijk controle heeft over de netwerken, chips en data heeft invloed op economie, veiligheid en zelfs oorlogsvoering. In dat licht is de uitspraak van Poetin uit 2017, dat wie AI beheerst de wereld zal domineren, geen loos dreigement maar een geopolitieke realiteit. Europa speelt in deze machtsstrijd een minimale rol.

Ter illustratie wijst Sheikh op het diplomatieke conflict tussen China en Japan in 2010, waarbij China de export van zeldzame aardmetalen – cruciaal voor technologische productie – tijdelijk stopzette. Japanse en Amerikaanse bedrijven kwamen direct in de problemen. China is wereldwijd marktleider in de winning van deze grondstoffen en gebruikt die positie steeds vaker als politiek drukmiddel, zoals Saudi-Arabië bijvoorbeeld olie inzet voor politiek gewin. In Gaza en Oekraïne zien we hoe digitale technologie, van gezichtsherkenning tot autonome drones, militaire strategieën ingrijpend verandert. Dergelijke technologieën bepalen steeds meer hoe oorlog wordt gevoerd en vrede wordt afgedwongen. Dit bevestigt dat technologie een geopolitiek machtsmiddel is geworden en werpt de dringende vraag op hoe Europa soeverein kan blijven, nu haar digitale infrastructuur grotendeels in handen is van andere grootmachten.

De illusie van soevereiniteit

Europa spreekt graag over (digitale) soevereiniteit, maar de praktijk laat een ander beeld zien. Wie data opslaat bij Amerikaanse cloudproviders, chips importeert uit Taiwan en afhankelijk is van software van Google, Microsoft en Apple, verliest controle over de systemen waarop communicatie, economie en veiligheid rusten.

In het publieke debat wordt deze afhankelijkheid steeds zichtbaarder. Overheden worstelen met de dominantie van Amerikaanse techbedrijven in hun digitale infrastructuur. Scholen draaien op Microsoft en Google zonder duidelijkheid over wat er met hun data gebeurt. E is TikTok, een Chinees platform met miljarden gebruikers, diep verankerd in het dagelijks leven van jongeren, terwijl Europees toezicht over hun gegevensbescherming nagenoeg ontbreekt.

Sheikh laat zien dat de EU weliswaar sterk is in regelgeving, maar dat het daar juist wringt. Wie alleen reguleert maar zelf niets bouwt, zet zichzelf buitenspel. Zijn boodschap is helder: wie digitale soevereiniteit wil, moet ook investeren in digitale innovatie en infrastructuur. Dat vereist volgens hem politieke moed en visie.

De filosofische urgentie van digitale macht

Hoewel dit boek in de eerste plaats geopolitiek georiënteerd is, is het tegelijk filosofisch relevant. Het boek roept fundamentele vragen op over macht, afhankelijkheid en verantwoordelijkheid in een digitale wereld. Wat betekent vrijheid als onze digitale infrastructuur in handen is van buitenlandse bedrijven? Hoe autonoom zijn we nog als we geen zeggenschap hebben over onze eigen data? En wie draagt morele verantwoordelijkheid wanneer onze digitale afhankelijkheid gebouwd is op uitbuiting, vervuiling en geopolitieke chantage?

Deze vragen raken aan kernthema’s van de politieke filosofie zoals autonomie, soevereiniteit en rechtvaardigheid. Sheikh maakt indirect duidelijk dat deze concepten opnieuw doordacht moeten worden nu macht zich verplaatst naar de digitale wereld. Precies daarom is het belangrijk dat filosofen zoals Sheikh zich niet alleen met de sterk gefocuste thema’s als ethiek van AI bezighouden, maar het bredere geopolitieke plaatje schetsen waarin technologie als machtsstructuur opereert. Want zonder filosofische reflectie blijft het publieke debat steken in symptoombestrijding als schermtijd voor kinderen en ontbreekt een daadkrachtige visie die juist nu zo hard nodig is.

Europa kan niet blijven snoozen

Atlas van de digitale wereld biedt een helder overzicht van de digitale infrastructuur die voor velen onzichtbaar blijft. Sheikh maakt deze complexe realiteit inzichtelijk via het stackmodel, en toont overtuigend hoe digitale technologie verweven is met geopolitieke macht.

Toch laat het boek op inhoudelijk vlak nog ruimte open. Met slechts 94 pagina’s is het meer een aanzet dan een diepgravende studie. Vooral de lagen over AI en applicaties zijn vrij beknopt uitgewerkt, terwijl ook daar grote risico’s en kansen liggen. Ook de aanbevelingen blijven vrij beknopt en algemeen. Sheikh benoemt het belang van Europese samenwerking en strategie, maar werkt dit verder niet concreet uit. Als lezer blijf je dan ook met vragen achter: hoe maakt Europa zich los uit de greep van buitenlandse technologie? Welke stappen zijn nodig om digitale soevereiniteit vorm te geven? Hoe zorgen we dat burgers en publieke instellingen zeggenschap houden over hun data? En hoe blijven zij bovendien digitaal beschermd zonder dat Europese alternatieven zelf uitgroeien tot technocratische systemen waar burgers niets meer over te zeggen hebben?

Desondanks is het knap hoe Sheikh in weinig woorden een complex en urgent vraagstuk blootlegt dat tot nu toe weinig filosofische en politieke aandacht krijgt. De dringende waarschuwing over Europa’s digitale achterstand klinkt als een wekker die we liever zouden snoozen, terwijl we als Europeanen allang hadden moeten opstaan.

Haroon Sheikh, Atlas van de digitale wereld. Amsterdam: Boom, 2024.

Dit artikel is verschenen in iFilosofie #83. Klik hier voor de volledige editie.


Winkelwagen
Scroll naar boven