Lies Pycke werkte jarenlang als docent in het basisonderwijs. Tegenwoordig doceert ze Filosoferen met kinderen en jongeren aan een lerarenopleiding en bij de ISVW. Daarnaast is ze therapeut voor kinderen en volwassenen. Ook in haar therapeutische praktijk gebruikt ze deze filosofische manier van vragenstellen. Marthe Kerkwijk spreekt haar over de noodzaak van filosoferen voor kinderen.
Wat deed je voordat je met filosofie in aanraking kwam?
In mijn vorige leven gaf ik les op een basisschool. Daar stel je de hele dag vragen waar je het antwoord al op weet. Dat gaf mij niet voldoende stimulans. Toen ben ik op mijn vijfendertigste filosofie gaan studeren. Filosofie gaf me een denkkader en een taal om betere structuren aan te brengen in mijn hoofd. Ik kon mijn eigen aannames en oordelen doorprikken.
Tijdens mijn studie had ik een docent, Peter Visser. Hij had net zo’n traject doorlopen, en zei: misschien moet je gaan filosoferen met kinderen. Ik ben toen bij hem afgestudeerd.
Op welk moment besloot je dat filosofie je werk zou worden?
Al tijdens mijn studie ben ik elke vrijdag gaan filosoferen met mijn basisschoolklas. Er was een meisje, Annie, die een beetje buiten de groep lag. De filosofielessen veranderen dat. Zo hadden we het eens over de vraag: ‘wat is een gedachte?’. Annie zei: ‘een gedachte kan ook een tekening zijn, of een lied.’ Daar hadden de anderen nog nooit zo over nagedacht, maar Annie wel. En de rest dacht: ja, dat kan natuurlijk ook! Een gedachte kan best een tekening of een lied of iets anders zijn! Ze kregen waardering voor Annie door haar originele manier van denken.
Toen dacht ik: yes! Dát miste dus.
Door Annie kwam ik tot het inzicht dat filosofie niet alleen het plezier van samen denken is, maar ook kinderen leert hoe met elkaar om te gaan. Filosofie is geen luxe; het is een fundamenteel pedagogisch instrument, dat verbinding en inclusie in het onderwijs mogelijk maakt. Het is trouwens niks nieuws: voor de middeleeuwen doceerde men filosofie op elke school!
Wat maakte dat dit gesprek met Annie en de rest van de klas zo succesvol was?
Annie werd nooit opgenomen in de klas, omdat ze cognitief niet heel sterk was, althans, gemeten aan de lat van ons onderwijs. Tijdens de filosofische gesprekken kreeg ze wél de tijd en ruimte om haar gedachten te verwoorden. Dat is best moeilijk, maar dat kon ze wel! Dat maakte dat ze plotseling gezien werd. Haar vader kwam naar me toe om me te bedanken. Hij zei: ‘door dat filosoferen is Annie volledig opgefleurd.’
Er zijn werkvormen en methodieken om die ruimte te maken. Als je zo’n gesprek goed begeleidt, leren de kinderen hun aannames te bekijken, hun oordelen bloot te leggen. Ze ervaren dat je het ook niet eens mag zijn met jezelf. Dat is echt een vaardigheid: leren vragen stellen, leren een gesprek filosofisch te maken. Dat kan niet van het een op het andere moment, dat leer je gaandeweg.
Hoe begin je zo’n gesprek?
Een gesprek begint met een goede vraag die de leefwereld van de kinderen raakt. Dan heb je een goede stimulus waardoor kinderen direct betrokken raken. Dat kan iets zijn dat gebeurd is, een verhaal uit de klas of van de speelplaats, of een thema dat speelt of dat ze boeiend vinden.
Wat betekent filosofie voor jou?
Filosofie heeft mijn manier van lesgeven veranderd. Ik kreeg daardoor veel meer verbinding in de klas. De kinderen zochten niet naar de antwoorden die ik wilde horen, maar gingen dieper nadenken.
Ik ben gaan lesgeven op de lerarenopleiding en mag nu filosofie op het curriculum zetten. Ik vind dat heel belangrijk. Gelukkig heb ik een leidinggevende die ook echt gelooft in filosoferen in het onderwijs. Dat is heel belangrijk. Er is nu zoveel animo voor het keuzevak Filosoferen met kinderen en jongeren, dat er een tweede docent is geworven.
Naast het lesgeven aan de pabo ben ik ook coach en therapeut geworden. Ik begon met therapie voor kinderen en jongeren, inmiddels ook voor volwassenen. Ik help hen diepere lagen in hun eigen ervaringen te vinden en aannames te bevragen. Door vragen te stellen help ik hen een ander perspectief in te nemen, op zichzelf en de wereld om hen heen. Ik kan wel zeggen dat ik nu ben geland.
Je geeft al heel lang de leergang Filosoferen met kinderen en jongeren aan de ISVW. Wat doen alumni met wat ze geleerd hebben?
Ilse Daems en Paulien Hilbrink schrijven op dit moment een boek over filosoferen met kinderen – Nooit te klein om groot te denken (2026) – en ik mag dat proeflezen. Ik ben daar heel trots op.
Fabien van der Ham heeft Praatprikkels ontwikkeld, een kaartenset met filosofische vragen en opdrachten, die je kunt gebruiken in de klas.
Sommige alumni hebben zich gespecialiseerd in familierelaties. Ze stimuleren filosofische gesprekken met kinderen, ouders en grootouders. Iemand anders is bezig filosofeermethodieken te integreren in elk leerdomein van de basisschool in België. Zo kan ik nog wel even doorgaan!
Heb je een tip om te beginnen met filosoferen in het onderwijs?
Je hoeft niet veel kennis te hebben om het eens te proberen. Het slechtste dat je kan overkomen is dat je een goed gesprek hebt met de kinderen. Lukt het niet? De volgende keer misschien wel. Leren filosoferen is als leren fietsen: je moet gewoon oefenen.
Een leestip?
Het filosofisch gesprek van Kristof van Rossum, of Filosoferen doe je zo van Rob Bartels en Marja van Rossum.
Heb je een favoriete denker?
Mijn pleegdochter is de beste denker die er is! Een kind is vaak de meest interessante denker, de denker die je het meest verrast.

