Zorgen en de zorg: onlosmakelijk verbonden en essentieel | Essay Jonge Denker Mees de Jong

Door: Mees de Jong

We leven in een tijdperk waarin ons leven steeds eenvoudiger, efficiënter, of zelfs zorgelozer lijkt te worden, aan de hand van technologie of zogenaamde uitbesteding, waarbij men deze zorg uit handen laat nemen door een daarvoor bedoelde derde partij. We naderen daarmee een samenleving waarbij het dagelijks leven, gekenmerkt door lasten, druk en zorgen, schijnt te veranderen in een leven dat losgemaakt is van dat alles; een zorgeloos leven. Dit roept echter de vraag op: in hoeverre is een zorgeloos leven wenselijk? Wat betekent het om afstand te kunnen doen van deze zorg, om een zorgeloos leven te leiden? Daarnaast kent ons menselijk bestaan ook nog een ander begrip van zorg. Vanaf onze geboorte zijn we afhankelijk van de zorg van anderen – onze ouders, familieleden, oppassers, leraren – en deze zorg vormt uiteindelijk wie wij zijn. Het duurt niet lang voordat ook wij deze rol van zorg-besteding op ons nemen en zelf voor anderen beginnen te zorgen. Deze zorg oefent druk op ons uit en wordt vaak ervaren als een last. Maar hoe belangrijk is deze wisselwerking van zorgen voor elkaar? Wat is er zo erg aan het uit de handen laten nemen van deze zorg?

Ik wil het hier hebben over twee definities van zorgen: aan de ene kant het zorg verlenen aan de ander en aan de andere kant de zorgen die men ervaart in het dagelijks leven. Beiden zijn zij verbonden met het feit dat alles aangenamer, makkelijker en conventioneler lijkt te worden, buiten onszelf kan worden geplaatst, niet meer onze verantwoordelijkheid hoeft te zijn of dat we de gevolgen ervan niet per definitie dienen te ervaren. Om binnen deze column deze twee niet door elkaar te halen zal ik een onderscheid maken tussen ‘de zorg’ en ‘zorgen/het lijden’ (of woorden die hiermee worden geassocieerd).

De zege van de zorg

Zoals het er nu voorstaat, wordt de zorg erkent als een essentieel deel van de samenleving, omdat het niet ethisch verantwoord of praktisch zinnig is om mensen zomaar ‘aan hun lot over te laten’. Het wordt echter interessant wanneer men deze zorg, zoals eerder benoemd, laat overnemen door technologie of op een andere manier uitbesteedt. Het lijkt dan alsof er geen bezwaar gemaakt kan worden tegen het laten vallen van deze zorg. Aan het einde van de dag gaan de mensen in het ziekenhuis niet dood, hebben de kinderen gegeten, is de hond uitgelaten en hebben je grootouders hun medicatie ingenomen. Maar het is daarmee niet gedaan. Zo beschreef de filosoof Martin Heidegger in zijn boek Sein und Zeit (1927) de zorg als de essentie van het menselijke bestaan. Hij stelde dat zorg dragen ons verbindt met elkaar, gevoel van verantwoordelijkheid geeft en zo betekenisvolle relaties doet ontstaan. En wanneer je Heideggers visie op de zorg deelt, zie je al snel in wat het probleem kan zijn van het uitbesteden van de zorg. Zonder zorg voor elkaar zou je het leven al snel kunnen beschouwen als oppervlakkig en leeg. Als ik denk aan wat mijn leven betekenis geeft, dan zijn dat voornamelijk de mensen om mij heen. Mijn moeder, die haar leven heeft gewijd aan mij grootbrengen, ervoor zorgen dat ik goed terecht kom. Mijn oma, die altijd klaar stond haar hierbij te helpen, onvoorwaardelijk en liefdevol. Mijn vrienden en vriendin, die mij bijstaan in moeilijkere tijden en er altijd voor mij zijn. Als mijn moeder vervangen zou worden door een voogd-AI, waardoor mijn oma’s zorg dus overbodig was en al mijn vrienden slechts mijn zonnige dagen zouden kennen, wat is er dan precies over? Wat is er dan precies over van die relaties die mijn leven zin of een betekenis geven? Waar is de diepgang?

Het leven is lijden

Nu is het mij niet vreemd dat de zorg die deze mensen verlenen ze zwaar kan vallen. We geven iets op van onszelf, ervaren druk onder het uitoefenen van de zorg en het doet meer dan eens pijn. Dit is dan ook waarom deze twee definities van zorg verbonden zijn aan elkaar. Het positieve uit de zorg is duidelijk zichtbaar, maar de zorgen (die dus ook deels komen uit de zorg voor anderen), de druk, het lijden en de last, hebben dus ook een negatieve connotatie en het is niet verwonderlijk dat we er vanaf proberen te komen. Zorgeloosheid is niet een intrinsieke waarde om naar te streven. Het is niet de zorgeloosheid die je wilt bereiken, maar eerder de rust en uiteindelijk het geluk dat hieruit voortvloeit. Wij zien lijden vaak als hetgeen dat in de weg zit van geluk. Maar het lijden, de druk, de last, de zorg, hoe je het ook wil noemen, is naar mijn mening onlosmakelijk van het mens-zijn. Dit zou ik graag uit willen leggen aan de hand van Gautama Boeddha’s definitie van het begrip dukkha. In de Dhammacakkappavattana Sutta, het boeddhistisch geschrift dat wordt gezien als de eerste preek van Gautama Boeddha, licht hij het woord dukkha – waar geen directe vertaling van is, maar wat kan worden gezien als lijden, ongemak, stress etc. – als volgt toe:

Geboorte is dukkha, ouder worden is dukkha, ziek zijn is dukkha, sterven is dukkha. Verbonden zijn met hetgeen je niet verbonden wilt zijn is dukkha. Gescheiden zijn van hetgeen je verbonden wilt zijn is dukkha. Niet krijgen wat je wil hebben is dukkha. Samengevat zijn de vijf khandha’s dukkha.

Hier zijn de vijf khandha’s misschien wel het belangrijkst om naar te kijken. Zij bestaan uit: materie (in de zin van de fysieke wereld), gewaarwording (contact met de materie via zintuigen), perceptie (waarbij ook het geheugen wordt gerekend), intenties (ook wel gedachten) en bewustzijn. Nu hoop ik dat ik u niet verlies in deze spirituele geschriften, ik zie mijzelf ook niet als een boeddhist, maar waar ik naar toe probeer te werken is dat het voor een mens pas lukt zorgeloos te zijn als het een soort nirwana bereikt. Een verlichting waarbij men zich distantieert van alle vormen van dukkha, en het zijn leven zoals het die kent achterlaat.

Gelukkig zonder zorgen?

Nu is het al de vraag of je ervoor kiest te geloven in zo’n soort verlichting, maar ook of technologie ons ooit zover zou weten te brengen. Als we ervan uitgaan dat dat kan, dat een zorgeloos leven te bereiken valt, dat technologie alles pijnloos maakt, we niet ouder worden, we kunnen hebben wat we willen (of zelfs kunnen sturen wat we willen), kan men zich nog steeds afvragen of we gelukkig zijn. Want dat was het doel toch? Zorgeloosheid als middel tot het geluk. We zijn zorgeloos, dus we zijn gelukkig… Maar dan blijft er toch nog iets over. Want wat als geluk slechts te ervaren valt in contrast met zorgen, in contrast met dukkha? Wat als we teruggaan naar het zijn van gedachteloze dieren? Bewustzijn is immers één van de khandha’s. Iemand die op deze manier naar het lijden kijkt, kan dan ook niet heel veel anders dan het ideale beeld van zorgeloosheid verwerpen.

Zowel zorgen als de zorg lijken dus een fundamenteel concept binnen het mens-zijn: om het leven zin te geven, banden te scheppen, geluk te relativeren of mensen scherp te houden. Dat is dan ook de conclusie die ik voor mezelf trek: zorgen en de zorg zijn onlosmakelijk verbonden en essentieel.

Dit artikel is verschenen in iFilosofie #82. Klik hier voor de volledige editie.

Winkelwagen
Scroll naar boven