Heeft de roes ons iets te bieden? Kan het deuren openen naar diepere en verscholen betekenissen of moeten we ervoor oppassen omdat de roes ons juist gevangen houdt? In De dronken filosoof van Thomas Crombez komt een rijk palet aan denkers aan het woord over het fenomeen van de roes.
Door: Tjeerd Boorsma
Ah, de roes! Hoe heerlijk is het toch om je mee te laten voeren door een gevoel van vrijheid en onbevangenheid. Een gevoel dat alles klopt, of in ieder geval dat alles zou kúnnen kloppen. Een gevoel dat de wereld samenvalt met zichzelf en dat jij degene bent die daar een onderdeel van uitmaakt. Misschien ben jij zelfs de essentiële schakel die dat allemaal mogelijk maakt.
Het moet bij iedereen een bekend fenomeen zijn dat door veel omstandigheden kan worden ingeluid, zeker niet alleen door verdovende middelen. Als opening van De dronken filosoof is dan ook een lofzang op de roes van Baudelaire opgenomen waarin hij oproept om altijd dronken te zijn: ‘Van wijn, poëzie of deugd, het staat u vrij’.
Thomas Crombez heeft bijzondere teksten van uiteenlopende moderne denkers verzameld die, zoals hij zelf ook opmerkt, het begrip roes heel verschillend invullen. De roes blijkt verre van eenduidig en laat zich dus niet gemakkelijk beschrijven. Er is misschien wel nog meer creativiteit voor nodig dan eruit kan ontstaan. We lezen teksten van denkers die de roes serieus nemen en nauwgezet te werk gaan om de roeservaring te beschrijven, aan te prijzen of ervoor te waarschuwen.
Onder invloed
Precies omdat de roes moeilijk te duiden is nadat de roes voorbij is, besluit een aantal denkers om zelf te experimenteren met middelen, en Ãn die roes aantekeningen te maken van hun ervaringen en overpeinzingen. Zo is prachtig te lezen hoe er tijdens de roes steeds een besef aanwezig blijft van het feit dat het een roeservaring is. En ook al is die ervaring anders, beter of specialer dan de alledaagse, wereldse ervaring, er blijft wel een verbinding met de alledaagsheid.
Paolo Montegrazza doet in 1859 verslag van zijn belevenissen met het kauwen van cocabladeren. Hij noteert netjes zijn temperatuur en hartslag in de verschillende stadia van de roes. Hij beschrijft hoeveel cocabladeren welk effect op het lichaam sorteren (maagdarmklachten, huiduitslag, droge ogen, erectiestoornissen), en stap voor stap neemt hij een extra hoeveelheid bladeren om vervolgens te noteren wat hij voelt: ‘Van twee tot vier drachmen begin je je steeds meer van de buitenwereld af te zonderen en verzink je in een gelukzalig bewustzijn van genieten en je intens levend voelen.’ Het leidt uiteindelijk tot een ‘ideale luiheid’. Ook Sigmund Freud zag vijfentwintig jaar later vele voordelen van het gebruik van coca en noteert een ‘eliminatie van deprimerende elementen in het algemene gevoel’. Hij doet vervolgens aanbevelingen voor het therapeutisch gebruik ervan bij onder andere maagstoornissen, astma en zelfs als hulpmiddel om af te kicken van een alcoholverslaving.
Aldous Huxley ziet driekwart eeuw later in mescaline een sleutel tot een zuivere, directe manier van waarneming waardoor er iets van de ‘perceptuele onschuld uit de kindertijd’ terugkomt. Het zijn ervaringen als deze die hem ervoor doen pleiten om op zoek te gaan naar een nieuwe drug ‘die onze lijdende diersoort verlichting en troost brengt zonder op de lange termijn meer kwaad te doen dan goed op de korte termijn’.
Want of het nou alcohol, hasj, coca, peyote, paddo’s of lachgas is, bij alle gebruikers is er wel degelijk enige terughoudendheid bij het gebruik van deze middelen en een besef van de potentiële gevaren. Baudelaire ziet onder andere in hasj een volmaakt middel van de duivel, verantwoordelijk voor ‘morele ravage’.
Het Goddelijke
Zoals gezegd is middelengebruik zeker niet de enige wijze om een roes te ervaren. Erotiek, dans, kunst en zelfs wetenschap kunnen op eenzelfde wijze ervaringen geven die de wereld in een ander, ruimer of scherper perspectief plaatsen. Volgens Nietzsche bijvoorbeeld is de roes voor het functioneren van kunstenaars zelfs een noodzakelijke voorwaarde, zij hebben een ‘ingeboren roes’.
Wat veel beschrijvingen van de roes gemeen hebben, is een zeker gevoel van contact met een buitenmenselijke volmaaktheid, met iets goddelijks. Er zijn gedeelde gevoelens van verschuivingen in tijd en ruimte, het opgaan in een groter geheel en het beleven van een hogere of diepere waarheid. Er heerst een sterk gevoel, waarvan je soms het idee krijgt dat het meer een wens is, dat er meer is buiten onze alledaagse waarneming en dat de roes ons (tijdelijke) toegang kan verlenen tot die ‘echte’ wereld. Zo merkt Benjamin Blood op dat het gezonde verstand geen basiskwaliteit van intelligentie is, maar slechts een variabele conditie, en ‘dat alleen binnen de grenzen van het gezonde verstand er formeel of contrasterend denken bestaat, terwijl het naakte leven alleen buiten het kader van het gezonde verstand wordt gerealiseerd.’
Moderne roes?
De dronken filosoof is een mooie bundeling van spannende, ontroerende en inzichtgevende teksten. Elk tekstfragment is door Thomas Crombez voorzien van een korte inleiding die net iets meer context geeft en een prettige vorm van spanning opwekt. Toch kan ik uit de inleiding niet helemaal goed destilleren wat nu de aanleiding voor Thomas Crombez is geweest om juist déze teksten te bundelen. Hij stelt enkel vast dat veel denkers en dichters in de laatste helft van de negentiende eeuw met de roes aan de slag gaan, maar iets meer duiding bij zijn keuzes had wel gemogen. Want hoe gevarieerd ook, het boek is een bloemlezing van moderne westerse denkers. Het ontbreekt bijvoorbeeld aan oude Grieken, Romeinen en Middeleeuwse denkers, om van Arabische en Oosterse denkers maar te zwijgen. Alleen op de achterflap wordt Plato’s Symposium kort genoemd, terwijl Plato toch ook in Phaedrus over de roes van de liefde schrijft. Juist omdat dit boek zo mooi de variatie aan ervaringen overpeinzingen blootlegt, had een aanvulling met een paar niet-Westerse en niet-moderne denkers in mijn ogen tot nog meer enthousiasme kunnen leiden.
Mateloos enthousiasme
Over enthousiasme gesproken, Crombez heeft ook een tekst van Karl Jaspers uit zijn Psychologie der Weltanschauungen geselecteerd. Hierin omschrijft Jaspers dat de ‘enthousiaste houding’ zich kenmerkt doordat ‘alles in een geheel geplaatst wordt, dat de opoffering van de eigen individualiteit vanzelfsprekend wordt’.
Hij maakt het in mijn ogen arbitraire onderscheid tussen enthousiasme en roes, omdat roes volgens hem veroorzaakt wordt door factoren die buiten de persoon liggen en enthousiasme vanuit de persoon zelf tot wasdom komt: ‘Het enthousiasme is op een object gefixeerd, leeft in het oneindige en is gericht op een geheel; de roes vergeet alle dingen en realiteiten.’ Hierdoor heeft de roes het gevaar in zich van mateloosheid en fanatisme.
Wat mij betreft is zo’n onderscheid niet nodig. Ik heb tijdens het lezen van dit boek op meerdere momenten een lezersroes ervaren en liet me meeslepen door de levendige teksten. Ik kon net zo denken, mijmeren, en me verbazen over mijn eigen persoonlijke roeservaringen (met en zonder middelen) als de denkers in dit boek. Zo kon ik enthousiast worden over het boek en over het onderwerp, de roes. Vervolgens nam ik dat enthousiasme weer mee naar de volgende roeservaring, waar ik dan weer tijdens die roes extra enthousiast over was, enzoverder. De roes en het enthousiasme zijn op deze manier met elkaar en met mij geïntegreerd. Daar zit weliswaar mateloosheid in, maar daar ben ik juist enthousiast over.

Thomas Crombez, De dronken filosoof. Moderne denkers schrijven over de roes. Borgerhout: Letterwerk, 2024.
