Vérdenken: kunnen we de mensheid helpen? | Essay Jonge Denker Ilja Groothof Schröder

Essay door Ilja Groothof Schröder

En opeens stond ze in een wereld waarin alles perfect was, geen onrecht, ongelijkheid en iedereen was gelukkig. Toen werd ze wakker en bleek het een droom, een verhaal, een woordenspinsel… Onze wereld is niet perfect, bij lange na niet. Maar waarom proberen we daar dan niet iets aan te doen? De perfectie kunnen we nooit bereiken, dat hoeven we ook niet te verwachten, maar we zouden toch op zijn minst ons best kunnen doen om de wereld te verbeteren? Hoe dan? Nou, daar ga ik met behulp van het concept vérdenken achter proberen te komen.

Als een probleem voor ons als persoon te groot is om het hoofd te bieden, vertrouwen we op iemand die ouder, wijzer of in een andere positie is, of we schuiven het aan de kant. Het is echter niet zeker dat die persoon het probleem wel op kan lossen en door een passieve houding kunnen we onze problemen alleen nog maar groter maken. Daarom denk ik dat vérdenken ook belangrijk is om zelf ons leven te kunnen bepalen door (gezamenlijk) onze problemen op te lossen. Ik denk namelijk ook dat als we ons bewust zouden inzetten voor een betere maatschappij, we veel meer zouden kunnen bereiken. Als we goed zouden nadenken over wat er nu eigenlijk precies mis is in onze maatschappij en dan zouden nadenken over hoe we dat zouden kunnen verbeteren, denk ik dat we veel meer zouden kunnen bereiken, dan dat als we zoals nu afwachten totdat iemand anders het doet terwijl de oneerlijkheid in de wereld voortduurt en de problemen alleen maar groter worden.

Eerst zouden we kunnen kijken naar wat het vérdenken nu eigenlijk is. We kunnen ons vérdenken voorstellen door te kijken naar verhalen, en hier specifiek naar boeken. Ikzelf ben een echte boekenwurm, dus ik vind dit een fijne methode om het vérdenken beter te begrijpen. Als een schrijver een boek gaat schrijven, bedenkt zij eerst waarover zij het boek wil schrijven. Zij begint dus met waar ze vandaan komt: wie zijn de hoofdpersonen, wat vinden ze leuk, enzovoorts. Vervolgens bedenkt zij waar ze heen wil, wat is de plot. Als laatste bedenkt ze hoe ze die personages hierin kan brengen. Dit zouden we kunnen vergelijken met het vérdenken: hierbij bedenk je waar je vandaan komt en waar je heen wilt, om vervolgens te bedenken hoe je daar kan komen. En dit zonder je te houden aan sociale grenzen of bubbels. Vérdenken betekent echter niet dat de route voor hoe je komt waar je wilt komen vaststaat. Net zoals een schrijver ervoor kan kiezen om tijdens het schrijven de plot te veranderen, heeft ieder mens de keuze om zijn of haar leven zelf in te richten en als de methode van vérdenken iemand zou beperken om te doen wat nodig is, zou het niet iets zijn wat we zouden kunnen gebruiken, maar zouden het juist ketenen zijn en mensen dwingen om langs (zelf gelegde) rechte lijnen te lopen. Dan zou het bijdragen aan wat Rousseau zei: ‘de mens is vrij geboren maar leeft overal geketend,’ en naar mijn mening is het niet het doel van het leven om de hele tijd geketend te zijn en zouden we dus tijd en wilskracht moeten besteden om onszelf te bevrijden, want dan zou het vérdenken juist de verbetering tegengaan.

Laten we kijken naar de drie onderdelen van het vérdenken en uitzoeken waarom ze belangrijk zijn. Ten eerste, het verleden. Het is nodig om naar het verleden te kijken, zodat we kunnen zien wat al eerder gedaan is en op deze manier kunnen voorkomen dat we al eerder gemaakte fouten maken. Ten tweede de toekomst: het is nodig om naar de toekomst te kijken omdat we op deze manier het doel helder voor ogen hebben en we kunnen zien wat nodig is om het te bereiken. Als laatste, buiten de grenzen van de sociale en politieke bubbels. Dit is nodig omdat deze vaak zijn gelegd uit angst of onwetendheid. Neem nou pesterijen, die ontstaan door angst om buiten de groep te vallen, of oorlogen, die ontstaan doordat andere mensen als minderwaardig worden beschouwd.

Hoewel ik nog nooit van het concept vérdenken gehoord had, zijn er al wel eerder filosofen geweest die een voorstander van zelfreflectie waren, zo had Socrates het bekende motto ‘ken uzelf’. Hij deed dit door middel van de ‘vroedvrouwmethode’, waarbij hij mensen vragen stelde en ze zo samen tot een antwoord kwamen, vaak heel anders dan het oorspronkelijke antwoord. Dit lijkt een beetje op het vérdenken omdat hier ook naar een onderwerp vanuit verschillende kanten werd gekeken en er geen beperkingen werden gesteld, wat wij vaak wel automatisch doen.

De Oudgriekse filosoof Aristoteles zei dat elk wezen een doel heeft, en dat het doel van elk wezen, organisme en object is om daar te komen. Dat betekent dat dit wezen eigenlijk in het begin van haar bestaan ‘weet’ waar ze vandaan komt en waar ze naartoe moet gaan, en vervolgens bedenkt dit wezen een weg om daar te komen. Als we als Aristoteles denken, zou dit betekenen dat het eigenlijk in onze, en ieders aard zit om te analyseren waarvandaan we komen en waar we naartoe moeten, maar dat we ons daar alleen niet bewust van zijn. Zogezegd zouden we alleen moeten ontdekken hoe we met deze ‘gave’ (of is het een vloek, daar moest dit essay toch over gaan) om zouden moeten gaan. Om dit vervolgens te gebruiken om de mensheid vooruit te helpen.

Maar waarom moet je dan kijken naar het verleden, de toekomst, en buiten de sociale en politieke bubbels om verbetering te bereiken? Waarom kan je niet gewoon in het heden blijven en als het op dit moment niet nodig is om echt iets te doen? Dit is een goede vraag, maar of dit is wat we zouden moeten willen, weet ik nog niet zo zeker, omdat je dan niet meer zou streven naar Aristoteles’ perfectie, terwijl dit volgens hem in onze aard zit. Ook denk ik dat je als dier, en zeker ook als menselijk dier, een doel nodig hebt om naar te streven, omdat dit anders de vooruitgang tegen zouden houden, wat volgens mij niet goed is aangezien we volgens Darwins evolutietheorie onszelf steeds moeten blijven aanpassen om te kunnen overleven, en omdat ik denk dat je zonder ongelukkig wordt, omdat je dan voor altijd zal blijven hangen in ‘imperfectie’.

En nu de hoofdzaak: maakt vérdenken gelukkig? Ik zou zeggen dat het aan de ene kant wel gelukkig maakt, want het zorgt voor een doel en maakt de kans groter dat we dit doel ook daadwerkelijk kunnen bereiken. Ook maakt het de kans dat we eerder gemaakte fouten opnieuw maken, en daardoor ongelukkig worden, kleiner, dus zo bekeken zou vérdenken het geluk zeker vergroten. Idealiter zou het de hele mensheid helpen als we onszelf zouden aanleren om bij alles dat we doen, en dan speciaal bij elke fout die we maken, zouden kijken naar wat we hebben gedaan en wat we zouden willen doen. Ik las ooit in een artikel dat we vaardigheden die we aanleren genetisch door kunnen geven aan onze kinderen. Als we dus allemaal aan vérdenken zouden doen, zou er dus op een gegeven moment een mensheid zijn die door vérdenken en zelfreflectie bewust aan evolutie doen en zo zouden we steeds dichter bij een perfecte samenleving komen waarbij we de hele aarde en mensheid zouden kunnen helpen. Aan de andere kant zou het ons geluk ook kunnen verkleinen, doordat het mensen te veel zou kunnen doen piekeren over hun zijn, waardoor ze niet meer aan hun daden zouden toekomen, en we als het ware stil zouden staan. Dus of vérdenken gelukkig maakt weet ik niet, maar ik denk dat het zeker zou kunnen en dat we er waarschijnlijk allemaal baat bij zouden hebben als we het onszelf zouden aanleren. Dus waar wachten we nog op om ons eigen verhaal te schrijven. Een droom, een verhaal, een woordenspinsel…

Nu vroeg ik me ook af wat geluk eigenlijk is en waarom we daarnaar zouden moeten streven. Want is dat niet wat we allemaal willen, gelukkig zijn? Maar zouden we niet veel gelukkiger zijn als we niet zouden streven naar geluk maar het nu zouden accepteren? Of zou dat juist de vooruitgang tegen houden en ons zo ongelukkiger maken? Ik weet het niet, maar is dat niet precies wat filosofie is?

Dit essay verscheen in iFilosofie #86. Bekijk hier het gehele nummer.

Winkelwagen
Scroll naar boven