In hoeverre maakt vérdenken gelukkig? | Essay Jonge Denker Jim van Baarle

Essay door Jim van Baarle

We leven in een tijd waarin stilte een zeldzaamheid is en waarin stress en prikkels de norm zijn geworden. Het internet heeft in die zin een flinke stempel achtergelaten, want in de 21e eeuw is daar geen ontsnappen aan. Oorlog, klimaatverandering, hongersnood en al de narigheden in de wereld zijn tegenwoordig slechts enkele klikken verwijderd, en soms zelfs dat niet eens. Socialmedia-algoritmes, zoals die van TikTok, tonen ons in grote hoeveelheden wereldleed, allemaal met het doel om meer clicks en engagement te genereren.

Vanuit dat perspectief moet bij de casus ‘in hoeverre maakt vérdenken gelukkig’ eerst worden gesteld dat vérdenken voor mij helemaal niet meer zo ver voelt. De wereld wordt steeds homogener en globaler; het nieuws ging van dorpstoeter naar krant, van radio naar tv, en nu tikt het vrolijk door op onze telefoons. Voor mij heeft dat ervoor gezorgd dat vérdenken niet meer echt voelt als een keuze. Ik kan niet meer kiezen of ik iets wil bekijken dat mij aanzet tot vérdenken en dus kan ik, per definitie, ook niet meer kiezen óf ik wil vérdenken. Mijn opa las over de moordaanslag op JFK pas een week later in de Volkskrant, terwijl ik ongevraagd een video van de moordaanslag op Charlie Kirk in 4K voor mijn neus kreeg, simpelweg omdat TikTok dat besloot te tonen. Dit dwong me om over mortaliteit te vérdenken, of ik dat nu wilde of niet.

Mijn punt is dan ook dat vérdenken in deze tijd vaak geen intellectuele oefening meer is, maar bijna een reflex. Het wordt ons opgedrongen, en dat roept de vraag op: kan iets wat je niet meer vrijwillig doet je nog gelukkig maken? Of wordt vérdenken, in een wereld die constant om onze aandacht schreeuwt, juist een bron van onrust?

Voor mij is vérdenken dus niet simpelweg nadenken of reflecteren: het is het vermogen om een onderwerp, een situatie of een idee vanuit meerdere, vaak tegenstrijdige, perspectieven te bekijken vanuit zowel de toekomst als het verleden. Het is dus niet alleen een probleem constateren, maar ook relativeren met de context van de wereld om je heen. Jezelf af vragen waarom het een probleem is, hoe het een probleem is en hoe jij je er zelf toe verhoudt. In tegenstelling tot snelle meningen of reacties op sociale media, vereist vérdenken geduld, concentratie en een zekere mentale vrijheid. Tegelijkertijd merk ik dat deze vrijheid vandaag de dag steeds moeilijker te vinden is. Onze aandacht wordt constant opgeslokt door een informatiestroom die ons lijkt te dwingen alles te overdenken, vaak zonder dat we dat zelf willen. Zo ontstaat er een paradox, vérdenken is in theorie dus een keuze, een bewust intellectueel proces, maar in de praktijk voelt het voor mij soms als een reflex, opgelegd door de wereld om me heen.

Hoewel vérdenken veel voordelen kan bieden, heeft het ook een duidelijke schaduwzijde. Wanneer vérdenken niet langer een bewuste keuze is, maar een reflex wordt, kan dat leiden tot wat ik beschouw als de kern van de kwestie ‘in hoeverre maakt vérdenken gelukkig?’ Ik geloof dat vérdenken in sommige gevallen, in plaats van tot gezonde relativering, juist tot bagatellisering kan leiden. Juist dit verschil bepaalt of vérdenken geluk brengt of niet. Wanneer je dagelijks wordt geconfronteerd met al het leed in de wereld via sociale media, nieuws en internet, is het niet ondenkbaar dat je eigen problemen hierdoor worden gebagatelliseerd. Omgekeerd kan het vergelijken van je eigen prestaties met die van anderen leiden tot een gevoel van niet goed genoeg zijn en twijfel aan je eigen waarde. Zo kan vérdenken, wanneer het wordt opgedrongen of overmatig toegepast, paradoxaal genoeg leiden tot stress en onrust in plaats van de inzichten en voldoening die het idealiter zou moeten bieden.

Toch biedt verdenken, wanneer het bewust en doelgericht wordt toegepast, ook duidelijke voordelen. Het kan nuttig zijn om te relativeren, mits het op de juiste manier wordt ingezet. Het verschil tussen relativering en bagatelliseren zit hem hierin: bagatelliseren minimaliseert het probleem en erkent de gevoelens die erbij horen niet als geldig, omdat het ze afzet tegen een ander probleem. Relativering daarentegen erkent zowel het probleem als de gevoelens die ermee gepaard gaan als geldig, maar plaatst ze in contrast met iets anders, waardoor men een duidelijker beeld krijgt van hoe ernstig de situatie werkelijk is. Verdenken kan hierbij juist helpen om situaties of problemen op een gezonde manier te relativeren, wat bijdraagt aan geluk en emotioneel welzijn. Het gebruiken van verdenken om problemen te bagatelliseren daarentegen maakt niet gelukkig, omdat het de gevoelens ondermijnt. Het probleem ligt in het huidige online landschap: vrijwel al het nieuws dat we online tegenkomen is gepolariseerd, en objectiviteit wordt vaak ondergeschikt gemaakt aan wat de meeste clicks en engagement oplevert. Algoritmes filteren en selecteren content op basis van wat ons langer online houdt, en dat is vaak het meest extreme, vulgaire of polariserende materiaal. Al die informatie kan daardoor snel leiden tot vérdenken als reflex, waarbij de situatie gebagatelliseerd word in plaats van gerelativeerd, en daar ligt het kernprobleem. de manier hoe wij informatie consumeren in de 21e eeuw beinvloedt de mens om op een slechte manier te vérdenken.

Vérdenken kan ons zowel dichter bij geluk brengen als ons ervan verwijderen. Wanneer het een bewuste en vrije oefening is helpt het ons te relativeren, te begrijpen en betekenis te geven aan onze ervaringen. Maar wanneer het door een polariserend medialandschap op ons wordt geforceerd, leidt het vaak tot de bagatellisering van onze problemen en gevoelens. In plaats van helderheid brengt het dan onrust en vervreemding. De uitdaging ligt bij ons om opnieuw eigenaar te worden van ons denken. Niet klakkeloos alles te consumeren, maar bewust kiezen wanneer en hoe we vérdenken. Alleen zo kunnen we zonder verdere nuance vast stellen dat vérdenken gelukkig maakt.

Dit essay verscheen in iFilosofie #86. Bekijk hier het gehele nummer.

Winkelwagen
Scroll naar boven