Wanneer houdt nadenken op en begint vérdenken? Essay door Dewi Keuskamp
Ken je dat? Een stilte luider dan woorden? Het is niet alleen het moment zonder geluid dat je bezighoudt, maar vooral de vragen die het oproept. Het maakt me doof. Het begint vaak klein, met een simpele blik of juist iemand die wegkijkt. Een te lange stilte, een afwijking van het normale. Ben ik iets vergeten?
Soms is een enkele vraag al genoeg om de betekenis te achterhalen, soms worden het er in je hoofd wel tien. Ik ben nieuwsgierig tot ik niet meer weet of ik zoek naar een antwoord of een bevestiging. De vragen worden eindeloos uitgerekt: doordenken of ook wel vérdenken. Doordenken tot het niet meer over weten gaat, maar over verdwalen. Je bent te vér gegaan, vérdwaald in je gedachten, vérdacht. Soms vérdenk je de wereld, soms anderen, vaak jezelf. Dus stel jezelf de vragen: wanneer helpt het vérdenken je vooruit? Wanneer wordt het té veel? En hoeveel vragen mag ik stellen?
‘Voelen is soms een snelle manier van denken, alleen heb je er nog geen woorden voor,’ zegt Van Reybrouck. Daar herken ik mezelf in: vaak voel ik al iets voor ik het gevoel uit kan leggen. Dat gevoel roept meestal twijfel op. Twijfel, zegt van Reybrouck, is geen teken van zwakte maar van kracht. Maar wat als de twijfel zwaarder weegt dan de waarheid? Wat als ik te lang door blijf twijfelen en mijn kracht in onzekerheid verandert? Waar haal ik de nieuwe kracht dan vandaan?
Het begrip vérdenken lokt deze twijfel uit bij mij. Waar ‘ver’ vaak als ‘te ver’ klinkt, verwijst het vérdenken van Van Reybrouck niet naar verdwalen, maar naar dieper begrijpen. Het is een denken waarin verleden, heden en toekomst met elkaar verweven zijn. Durf aan jezelf te twijfelen, kritisch te zijn en kennis over de context waarin je (vér)denkt te gebruiken.
Wellicht is het vermoeiende heden, met al zijn onzekerheden, de geboorteplaats van jouw nieuwe soort denken.
Heb je ooit in een situatie gezeten waar je later nog lang over lag te piekeren? Misschien was het een boze blik van je moeder, waarvan je de betekenis niet kon achterhalen. Of was het een vriendin die bepaalde informatie verborgen leek te houden? Het gevoel dat er iets aan de hand is kan heel frustrerend zijn. Dus welke gebeurtenissen zijn relevant genoeg om over te piekeren? Niet de gebeurtenis zelf houdt je wakker, maar de manier waarop je erover denkt. Marcus Aurelius omschreef het al: ‘De kwaliteit van je gedachten bepaalt de kwaliteit van je leven.’ Wanneer jouw denken optimistisch is, zal de kwaliteit van je leven ook beter zijn. Verstoort mijn vermoeden mijn rust? Waarschijnlijk wel, dus veeg alles maar van tafel waar je normaal van wakker zou liggen. Uiteindelijk bestaan dingen alleen als we doen alsof ze bestaan.
Daarnaast merkte Socrates ooit op dat de meeste mensen slaapwandelend door het leven gaan, zonder zich af te vragen waarom ze doen wat ze doen. Misschien is dat ook wat ik voel wanneer ik te veel nadenk: ik beweeg, maar zonder richting. Marcus Aurelius zet ook deze gedachte voort binnen het stoïcisme. Het stoïcisme geeft adviezen over de werkelijkheid. Volgens hen is onze werkelijkheid in twee categorieën te verdelen: wat binnen onze macht ligt en wat daarbuiten valt. Binnen deze werkelijkheid bestaat er slechts één weg naar geluk: ophouden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt. De stoïcijnen leerden ons dat herhaling noodzakelijk is: door je frustrerende situaties te overdenken, worden ze niet enkel een theorie, maar een geaccepteerd onderdeel van jouw leven. Misschien betekent dit dat je zo veel vragen mag stellen als je wilt, zolang ze leiden tot aanvaarding in plaats van onrust. Dus denk op een stoïcijnse manier: focus enkel op wat je kunt beïnvloeden. Je zou dan gerust een paar dagen lang kunnen malen op je gedachten, en hier zelfs kracht uit halen. Betekent dit dat piekeren goed is? Uiteindelijk blijf ik me afvragen: welke vragen helpen mij verder, en welke houden me juist vast?
Denker Van Reybrouck verwoordt iets soortgelijks, maar benadert het op een andere manier: ‘Wie alleen de wereld ziet, vergeet de aarde.’ Wanneer je te veel bezig bent met je omgeving, verlies je contact met jezelf. Misschien stel je dan vooral vragen aan de wereld, terwijl je vergeet op jezelf te letten. Voldoening ontstaat niet uit de omstandigheden, maar uit onze verhouding tot die omstandigheden. Op invloeden van buitenaf, over ons lot en zelfs ons eigen lichaam hebben wij geen volledige macht. Je hebt geen controle over de externe wereld, maar wel over jouw gedachten, verhoudingen en de keuze om te denken en zien zoals wij dat willen. Misschien verlies je jezelf niet door te veel te vragen, maar juist door de verkeerde vragen te stellen. Vragen die ons dichter bij onszelf brengen, maken ons rustiger. Vragen die te ver buiten onze invloed dwalen, maken ons ongelukkig. We kijken soms zoveel naar de wereld dat we vergeten wat er in onszelf omgaat.
Wanneer houdt nadenken op en begint vėrdenken? Nadenken houdt op wanneer er geen plek meer is voor verwondering. Vérdenken begint waar we niet meer zoeken naar zekerheid, maar de twijfel durven te accepteren. Omdat we geen controle hebben over de externe wereld, maar wel over de innerlijke, is juist daar de ruimte om vrij te zijn. Tussen alle vragen door vind je rust en kracht. Wanneer we vérdenken niet langer zien als een vérdwalen, verandert piekeren in betekenisgeving. Vérdenken kun je zien als de moed om stil te staan bij wat je nog niet weet. Misschien is vérdenken niet zozeer een verdwalen, maar een noodzakelijke omweg naar betekenis. En daarom mogen we, zolang we onszelf niet verliezen, zoveel vragen stellen als nodig is.
