Door Dominick Thiese
Foto: Noes Petiet
‘Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ (Openbaring 21:4)
Dat is het motto waarmee ik leef. Een hoopvolle gedachte aan een hiernamaals vol met vreugde, geluk en blijdschap, een echte zorgeloze plek. Deze zinnen dempen het stemmetje in mijn hoofd dat mij zorgen geeft, en brengen me naar een zorgeloze plek achterin mijn bewustzijn. Tenminste, totdat ik de kwade wereld van zorgen weer induik. Maar is die wereld vol zorgen nou echt zo kwaad? Wat zijn zorgen? Hoe moet men omgaan met zorgen? Wat is de rol van God in de schepping van zorgen? Mijn opvatting is dat zorgen een verhulde zegen is, die essentieel is voor karaktervorming voor de mens en dat deze zorgen met een onbewogen houding aangepakt moeten worden. Allereerst wil ik ingaan op wat zorgen zijn. Zorgen worden gedefinieerd als 1) wat je doet voor iets of iemand die hulp of aandacht nodig heeft en 2) het gevoel dat er iets onaangenaams zal gebeuren. Ik denk echter dat zorg een substantie is die zich in allerlei vormen kan opdoen. Denk bijvoorbeeld aan de overstekende oma, het bijbaantje in de supermarkt en de klimaatcrisis. Zorgen kunnen van alles zijn, jouw verbeelding is het medium. Zorgen bestaan dus alleen in jouw gedachten; het is een verzonnen idee dat we onszelf voorhouden om betekenis te geven aan ons dagelijkse leven. Dit betekent echter niet dat het nep is of dat we het moeten negeren. Het is ons natuurlijke beschermingsmechanisme dat ons helpt om onszelf te verbeteren.
Bij een wereld zonder zorgen moest ik al snel denken aan een ondoordringbare bubbel van vreugde die afgesloten is van de buitenwereld. In de sciencefictionroman Brave New World is sprake van zo’n bubbel. In deze roman wordt er gebruikgemaakt van een verdovend middel, zodat iedereen denkt dat ze in een perfecte wereld zonder zorg leven: ‘The world’s stable now. People are happy; they get what they want, and they never want what they can’t get.’Maar is het zo dat mensen in een zorgeloze wereld nooit zullen strijden om wat zij ‘niet kunnen hebben’? Nou, als iemand geen zorgen heeft, hoeft diegene niet na te denken over de toekomst of het verleden maar leeft die in het nu. In deze constante staat van euforie kan hij zichzelf niet vormgeven, er is geen reden voor, want alles is oké. Hij is oké. Het mens in de bubbel ontvangt geen zorgen van anderen, waarmee hij zichzelf effectief afschermt van de rest van de wereld. Daarnaast ontvangt hij geen zorgen vanuit zichzelf, zelfzorg is daartoe ook uitgeschakeld. Hieruit is al snel de conclusie te trekken dat iemand in de bubbel simpel gezegd niet kan overleven zonder zorgen, want het centrale principe van overleving is adaptatie, het vermogen om jezelf steeds opnieuw vorm te geven wanneer dat van belang is. De persoon in de bubbel kan dat niet.
Volgens de stoïcijn Seneca is er niemand ongelukkiger dan een mens die nooit zorgen ervaart. Hij gelooft dat wij tegenslagen moeten zien als omstandigheden waar wij van kunnen profiteren, als een soort training die ons sterker maakt. Een generaal stuurt alleen zijn beste soldaten naar een lastige strijd. Mensen die zorgen ervaren en zich staande houden, hebben dan ook een deugdzaam karakter. Maar hoe zit dat met mensen die exact het tegenovergestelde ervaren, een overvloed aan geluk? Deze mensen leiden juist het ongelukkige leven. Een leven met zorgen is een mogelijkheid om jezelf te verbeteren, en als iemand deze kansen niet voldoende krijgt, zal hij nooit deugden ontwikkelen. De meesten van ons in de westerse wereld zien onszelf waarschijnlijk als bevoorrechte burgers met meer geluk dan tegenslag. Ik ben hier ook een van. Na de geboorte bevinden we ons in een land waar zo goed als alles voor ons is geregeld: een dak boven onze hoofden, eten op onze borden en kleding die ons warm houdt. Als zorgen onze karakters verbeteren, wat moeten wij dan doen? Moeten wij ons geluk weggooien onder het mom van onze ontwikkeling?
Nee, ik vind dat men geen zorgen moet opzoeken maar zich constant moet voortbewegen in een toestand van vreugde. Hoewel het waar is dat zorgen je een hoop handige vaardigheden kunnen bijbrengen, is het beter om te leren hoe je het best om kan gaan met zorgen. De stoïcijnen geloven in premeditatie van toekomstige zorgen. Seneca pleit voor een houding waarbij mensen constant reflecteren op mogelijke gebeurtenissen, ook al zijn deze soms erg ernstig en onvoorspelbaar. Denk bijvoorbeeld aan de dood van een familiegenoot, gezondheidsproblemen, financiële tegenslagen of misverstanden. Naar mijn mening is het inderdaad gunstig om deze omstandigheden in gedachten te houden maar ook onrealistisch en overweldigend. Deze doemscenario’s kunnen negatief uitpakken voor mensen die gevoelig zijn voor angst. Zij zullen constant piekeren over scenario’s die misschien nooit plaats zullen vinden, of denken te ernstig over scenario’s die in de werkelijkheid niet zo dreigend zijn. Om een toestand van rust en vreugde te bewaren moeten deze scenario’s soms gedempt worden.
God speelt ook een rol in het hebben van zorgen. Ik, als christen, ervaar dit maar al te goed. De vraag: ‘Als God zo van ons houdt, hoezo neemt Hij dan niet al de zorgen uit de wereld?’ krijg ik erg vaak te horen. Hoewel ik niet voor God kan spreken, geloof ik wel dat God zorgen biedt aan de mensheid als middel voor karaktervorming. Als drijfveer om steeds een beter mens te worden. Ik ben iemand die, zoals Seneca gelooft, zijn zorgen ziet als training in plaats van last. Een voordeel van religie is echter dat je er niet helemaal alleen voor staat. Je kan die overweldigende, chaotische zorgen even loslaten en vrede ervaren. Daarnaast geeft geloof ons een bestemming en hoop voor een beter leven aan het einde van de rit. Memento Mori, je berusten in de dood, is hierbij van groot belang. Deze gedachte kan ons helpen om beter na te denken over hoe we met onze zorgen omgaan, wetende dat onze tijd op aarde een limiet heeft. Het stoïcijnse idee amor fati, liefde voor het lot, sluit nauw aan bij deze gedachte. Dit idee stelt dat het accepteren van het leven in zijn totaliteit, ondanks haar uitdagingen, leidt tot innerlijke rust. Hoewel dit een mooie gedachte is, laat het het leven na de dood buiten beschouwing. Moeten we ons daar geen zorgen over maken?
Christenen geloven in een zorgeloos paradijs na de dood, in harmonie met God. Nu dat zorgen ons juist het vermogen geeft tot ontwikkeling, klinkt zo’n paradijs al niet zo perfect. Je zou kunnen stellen dat men totaal stopt met groeien wanneer hij de hemel bereikt. Hij zal zich nu daadwerkelijk bevinden in de bubbel. Invloedrijke theologen zoals C.S. Lewis hebben hier ideeën over ontwikkeld. Hij beschrijft in zijn boeken de hemel meer als een plek van constante vernieuwing, ontdekking en een dynamische relatie met God, waarin mensen hun ware potentie kunnen vinden. We kunnen ons dus afvragen of er daar een ander soort zorg bestaat. Een zorg waardoor deze mensen niet versuffen maar juist versterken.
Hoewel zorgen vaak als iets negatiefs wordt gezien, zijn ze onlosmakelijk verbonden met het menselijk bestaan en vervullen ze een belangrijke rol in onze ontwikkeling. Een wereld zonder zorgen lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk, maar zou ons beroven van diepgang en groei. Het stoïcisme benadrukt het belang van zorgen als oefening die een deugdzaam karakter opbouwt. Daarnaast speelt God een grote rol in het hebben van zorgen. God geeft ons zorgen als bron van karaktervorming en doelgerichtheid. Religie veroorzaakt vaak ook zorgen over het hiernamaals. Hoewel het leven na de dood in het christendom vaak wordt voorgesteld als een zorgeloze plek, hoeft dat niet zo te zijn; het kan juist een plek zijn van betekenisvolle zorgen.
Voor nu blijven zorgen in ons dagelijks leven bestaan als schaduwsporen, altijd aanwezig in de hoek van ons bewustzijn. Bij mij kan dit vaak leiden tot stress en nerveusheid. Net zoals Seneca suggereert, probeer ik ze wel aan te pakken als oefening, om mezelf te verbeteren. Reflectie op mezelf, mijn acties en motieven is bij mij essentieel voor het verwerken van zorgen. Uiteindelijk is de keuze aan jou: hoe reageer jij? Wat doe jij in de storm van zorgen?

