Door: Max van den Berg
Ik zal nooit zorgeloos zijn. Het is simpelweg onmogelijk. Het lijkt mij geweldig om me nergens meer druk over te hoeven maken. En ik ben zeker niet de enige die er zo over denkt. Maar jammer genoeg zal ik die droom nooit waarmaken.
Het valt op dat velen zich liever presenteren als zorgeloos dan als gestrest. Dit is duidelijk te zien op sociale media, waar het streven naar perfectie op het gebied van uiterlijk, welvaart en levensstijl volop wordt gedeeld. De foto’s van je droomvakantie op Instagram, filters voor gezichten, video’s van lachende mensen en misschien wel het belangrijkst: het geweldige eten van de afgelopen week, om maar een paar voorbeelden te noemen. Een soort bubbel van perfectie waarin er geen zorgen (meer) zijn.
Maar waarom wordt dit liever gedeeld dan foto’s waarin mensen wel hun persoonlijke zorgen laten zien? Waarom zijn er zo weinig video’s te vinden van mensen die níet lachen? Je zou denken dat er genoeg redenen zijn om je ergens druk over te maken of boos te zijn. Denk aan urgente en actuele problemen als de klimaatcrisis, de oorlogen in Oekraïne en Israël en het grote tekort aan (studenten)woningen. Maar er zijn ook kleinschaligere problemen die voor veel mensen meer invloed hebben in hun leven. Een sterfgeval in je familie, de scheiding van je ouders, een ongelukkig liefdesleven of een spontane deuk in een langdurige vriendschap. Het aantal blije en zorgeloze posts komt niet overeen met het aantal waarschijnlijke zorgen en tegenslagen.
Blijkbaar hebben een zorgeloos leven en succesverhalen toch meer aantrekkingskracht dan depressie en mislukkingen. De meest logische verklaring hiervoor lijkt mij dat een zorgeloos leven betekent dat alle huidige zorgen opgelost zijn. En dat betekent dan weer dat je bereikt hebt wat je wil bereiken. Men wil doelen halen en succesvol zijn. Kortom: men wil zorgeloos zijn.
Helaas is dat onmogelijk. Zorgen maken is namelijk een essentieel onderdeel van leven. Zorgen maken staat gelijk aan denken. Zoals Descartes eeuwen geleden al bedacht had: cogito ergo sum (ik denk dus ik ben). Of wanneer je het vragen stellen belangrijker vindt: dubito ergo sum (ik twijfel dus ik ben). Dat betekent dat volgens de logica valt te stellen: non dubito ergo non sum.
Dan kan je je misschien afvragen wat de denkstap tussen zorgen maken en twijfelen is. Het antwoord daarop is eigenlijk vrij eenvoudig. Twijfelen is nodig voor het maken van afwegingen. Wanneer afwegingen gemaakt worden, is dat de verwerking van input – zelfs als dit onbewust is en we dus niet doorhebben dat dit gebeurt. Als je gelooft in dingen die de wetenschap (nog) niet kan bewijzen, dan zal dit misschien een stap te ver zijn. Maar als fysicalist (iemand die van mening is dat alleen materie en natuurwetten bestaan) vind ik dit de meest logische benadering. Het brein verwerkt door middel van een uitgebreide pros and cons list. In werkelijkheid bestaat die lijst uit verschillende positieve of negatieve effecten van stoffen of signalen. De negatieve gevolgen worden afgewogen tegen de positieve gevolgen. Er wordt dus nagedacht over de negatieve consequenties van gemaakte keuzes. En zo komen we bij zorgen terecht. Want zijn zorgen niet gedachten over dingen die fout gaan of kunnen gaan? Ik ga mijn deadlines niet halen. Ik word misselijk op de boot. Mijn kinderen durven niet te vliegen. Is het nog te verantwoorden om te vliegen? Kan ik die hele vakantie überhaupt betalen? Dit zijn allemaal cons in een afweging. Het zijn allemaal zorgen.
Maar mis je hier niet de emotie die vaak met zorgen gepaard gaat? Als we aan zorgen denken, dan is dat toch vaak iets dat je wakker houdt. Maar zorgen hoeven niet per se die emotionele lading te hebben. Bij sommige zorgen voel je meer emotie dan bij anderen. Het niet kunnen betalen van de huur heeft een andere lading dan zorgen maken over het weer van morgen. Maar het zijn beide toch echt zorgen. Er is dus een gradueel verschil in de mate van emotionele lading. Dat betekent dat er zorgen kunnen zijn met nul emotionele lading. We herkennen ze misschien niet als zorgen, omdat ze geen problemen of dilemma’s opleveren, maar we hebben ze wel nodig om te functioneren in het dagelijks leven. Heb ik gegeten? Heb ik gedronken? Sta ik stabiel? Ben ik gezond? Dit zijn eigenlijk de meest basale zorgen die er zijn. En gelukkig maar. Het feit dat we er niet bij stil staan of er geen emotie aan verbinden betekent niet dat het geen zorgen zijn.
Afwegingen maken betekent dus zorgen hebben. Is het mogelijk om te ‘zijn’ zonder het maken van afwegingen? Wat mij betreft niet. Als je geen afwegingen meer maakt, kan dat twee redenen hebben: er is geen input meer om te verwerken of het verwerken van de input kan niet meer.
De eerste houdt in dat er niks is om te verwerken, of dit nou een zintuiglijke prikkel of een gedachte is maakt niet uit. Beide vormen van het ontbreken van input impliceren dat je dood bent. Want geen zintuiglijke prikkels betekent geen waarneming. De werkelijkheid niet waarnemen betekent geen onderdeel van de werkelijkheid zijn. En gedachten zijn er zolang het brein werkt. Voor zover ik weet ben je dood als je brein niet meer werkt.
De tweede reden is dat er wel input is, maar dat je die niet verwerkt. Het verwerken gebeurt namelijk in je hersenen. En nogmaals, wanneer je brein niet meer werkt, ben je (hersen-)dood. Wanneer beide oorzaken spelen, heb je helemaal pech. Er zijn natuurlijk best wat mensen die de dood niet als het einde van het ‘zijn’ beschouwen. Maar als atheïst kan ik daar niet in mee gaan.
Leven kan niet zonder afwegingen maken. En voor die afwegingen zijn zorgen nodig. Leven bestaat dus niet zonder zorgen. Die conclusie heeft een interessant gevolg. Dat is dat, aangezien zorgen noodzakelijk zijn om te leven, de behoefte om geen zorgen te hebben het leven direct ondermijnt. Het is dus in wezen een suïcidale gedachte. Persoonlijk vind ik dit – al is het hele argument enorm fysicalistisch – een prachtige, spirituele constatering. Juist dat wat zo veel mensen als het einddoel van leven zien, of zelfs als het perfecte leven beschouwen, is alleen haalbaar in de dood. Hoe pijnlijk of deprimerend dit misschien klinkt, het betekent wel dat iedereen dit ‘einddoel’ bij hun laatste einde zal bereiken.

