Marlou van Paridon: ‘Ruimte maken, en dan het geduld hebben om in die ruimte iets te laten ontstaan. Dat is het mooiste dat er is.’

Marlou van Paridon heeft een achtergrond in de marketing en reisjournalistiek. Na haar studie filosofie en Philosophy of Management en Organisations besloot ze van filosofie haar werk te maken. Inmiddels runt ze al sinds 2012 haar bedrijf Het socratisch gesprek, waarmee ze als socratisch gespreksleider optreedt en trainingen geeft . Ze schreef Socratisch gesprek voor beginners (ISVW Uitgevers) en is hoofddocent van de leergang Praktische filosofie; wijsheid aan het werk, waarbij professionals praktische filosofie leren toepassen binnen hun werk en leven.

Hoe kwam je met filosofie in aanraking?

Na 12 jaar als hoofdredacteur en uitgever van een tijdschrift over reizen met kinderen constateerde ik dat ik onvoldoende liefde had voor mijn werk. Het idee om me filosofisch bezig te houden met de werkpraktijk deed mijn hart sneller kloppen en ik besloot om op mijn veertigste filosofie te gaan studeren.

Het heeft me van jongs af aan geboeid waarom mensen doen wat ze doen. Mijn eerste filosofische boek De zin aan het werk, was een persoonlijke zoektocht, die begon met de vraag: ‘Bestaat er voor iedereen – maar dan ook voor iedereen- werk dat aansluit bij diens ziel waarmee je óók nog kan voorzien in je levensonderhoud?’

Ik interviewde 16 mensen in allerlei beroepen over hun zingeving in werk. Ik herinner me een trammonteur die zei: ‘Ik houd van storingen. Je kunt mij er ‘s nachts voor wakker maken.’ Ik besefte dat echte zin in je werk betekent dat je het ook zou doen als niemand kijkt, je doet het omdat je het wilt dóen. Voor mij was dat filosofie.

Dat is gelukt. Hoe ging dat?

In eerste instantie lukte dat niet. Ik dacht: ik ken het bedrijfsleven. Als ik een beetje netwerk, dan kom ik vast wel aan opdrachten waarmee ik professionals kan ondersteunen met zingeving in hun werk. Maar ik bleek een heel andere taal te spreken dan mijn doelgroep. Achteraf gezien bekeek ik het te veel vanuit mijn eigen perspectief: ik vond filosofie zo geweldig dat ik dacht dat iedereen die vonk had.

Toen maakte je van het socratisch gesprek je werk.

Ja. Ik vroeg me af: ‘Waar werd ik nou tijdens mijn studie zo blij van?’ Ik dacht terug aan de lessen over de socratische methode en realiseerde me dat ik daar innerlijke jubel van kreeg. Ik wist dat ik dat moest doen.

Maar dat je goed bent in het begeleiden van een socratisch gesprek, betekent nog niet dat er ook vraag naar is.

Het socratisch gesprek is tegenwoordig erg populair. Veel mensen realiseren zich dat ze te vaak oordelen in gesprekken en slecht luisteren. In een socratische training leer je juist je oordeel uitstellen, nauwkeurig luisteren, argumenteren, confronteren en verdiepen. Met deze methode leren deelnemers ruimte te maken en het geduld op te brengen om in die ruimte iets te laten ontstaan. Dat is het mooiste dat er is.

Zoeken deelnemers van de leergang Praktische filosofie; wijsheid aan het werk dat ook?

De mensen komen, denk ik, in eerste instantie voor de heerlijke gastlezingen door filosofen als Paul van Tongeren en Marli Huijer. Ik zie hoe inspirerend het voor ze is om nieuw gedachtegoed aangereikt te krijgen. Met behulp van allerlei denk- en gespreksvormen help ik ze vervolgens om dat gedachtegoed te betrekken op de werkvraag die ze aan het begin hebben geformuleerd. Zo gaan we bijvoorbeeld aan de slag met een deugdenoefening gebaseerd op de ethiek van Aristoteles en een gesprek over ‘het ontsluiten van de organisatiecultuur’ geïnspireerd op het denken van Heidegger.

Ook hierbij gaat het over ruimte maken, door mij als docent en tussen de deelnemers onderling, om een dieper denken te stimuleren. Ik heb veel cursisten die al allerlei leiderschapsopleidingen hebben gedaan. ‘Ik weet al wat voor type ik ben,’ zeggen ze dan: ‘rood’. Maar tijdens deze leergang tappen we uit een heel ander vaatje en komt er een reservoir aan zaken bij mensen naar boven waar ze niet eerder over nagedacht hebben.

Wat doen deelnemers met wat ze geleerd hebben?

Daar kan ik wel een paar voorbeelden van geven. Een teamleider in een auditbedrijf zei: ‘ik kan mij niet meer voorstellen dat ik genoegen heb genomen met de vaagheid van de antwoorden van degene die ik ondervraag.’ Dat vond ik mooi om te horen.

Een andere deelnemer coördineert de belangen van zes gemeentes aangaande mobiliteitsvraagstukken. Er zijn tegenstrijdige belangen: de een wil huizen, de ander wegen, de volgende natuur. Door deze leergang besloot ze eens een vraag te stellen in plaats van met oplossingen te komen. Ze vroeg aan het begin van een heidag: ‘Waar kunnen we elkaar wél vinden?’ Nadat ze op die manier het gesprek had geopend, eindigde die dag met verbroedering en het voornemen dat het gewoon moest lukken.

Heb je een tip?

Begin te praten, je hebt veel meer gemeenschappelijk met anderen dan je denkt. Stel gewoon de vraag, maar dan zonder dat je het antwoord al denkt te weten.

Een leestip?

De mythe van Sisyphus van Albert Camus, over hoe wij mensen zin vinden in het absurde bestaan, is mijn lievelingsboek. Maar voor praktische filosofie toch Scholing van de geest van Jos Kessels.

Een favoriete denker?

Iris Murdoch. Haar werk gaat over aandacht en liefde. Alles draait daarom. Ontzelven, wérkelijk durven kijken en luisteren, voorbij het ongemak.

Winkelwagen
Scroll naar boven