Intiem met een robot

Dit artikel is verschenen in iFilosofie #62. Klik hier voor de volledige editie.

“Bzzzzzz.” Een zacht geluid was in mijn kamer hoorbaar. Terwijl ik lui op mijn bed lag te chillen, werd mijn kamer schoongemaakt door een automatische stofzuiger. Geweldig, zulke machines, maar een echte intieme relatie met mijn stofzuiger? Die heb ik niet. Ik keek uit mijn raam en zag mijn buurmeisje liefdevol haar robothondje knuffelen. Toen begon ik te twijfelen. Het meisje was zichtbaar dol op haar hondje. Ze had hem zelfs een naam gegeven en vertelde dat ze haar ‘Bobbie’ altijd overal mee naar toe neemt en ontroostbaar was toen hij een keer stuk ging. Kan het dan toch: intiem zijn met een vreemde of zelfs met een robot?

Tekst: Thorben van de Noort

Robots en mensen

De mens is al lange tijd bezig met het ontwikkelen van robots. De Grieken bouwden al kleine automaten die ze door mechanica lieten bewegen. Zelfs Leonardo da Vinci maakte al machines door kleine ridder-poppen, die je zou kunnen beschouwen als minirobots, te laten bewegen. Omdat het verschil tussen machines en robots klein is, zal ik in dit essay het begrip robot gebruiken.

De evolutie van robots is nog lang niet beëindigd. Robots worden steeds beter geprogrammeerd, kunnen steeds meer en zien er steeds beter uit. Robots zijn niet meer weg te denken uit onze wereld. Onder andere in de gezondheidszorg zijn robots heel normaal en nemen ze werk en taken van mensen over.

Volgens de hedendaagse filosoof Sven Nyholm zal een mens altijd belangrijker zijn dan een robot. Hij ziet belangrijke verschillen tussen liefde tussen mensen en liefde tussen mens en robot. Hij is van mening dat er voor liefde sprake moet zijn van wederzijdse toewijding en loyaliteit uit vrije wil. Een robot heeft geen brein, geen zenuwstelsel, geen bewustzijn en geen vrije wil zoals een mens. Dat maakt, zo redeneert Nyholm, dat er geen sprake kan zijn van liefde tussen robots en mensen. Nyholms stelling over liefde sluit volgens mij echter niet uit dat je intiem kunt zijn met een robot.

Intimiteit en robots

Wat we onder intiem zijn verstaan, is voor veel mensen verschillend: “close”, “dicht(bij)”, “dierbaar”, “gezellig”, “vertrouwelijk”, “nauw verbonden” en zo kan ik nog wel even doorgaan. Hoewel er geen eenduidige betekenis is van “intiem zijn”, heeft het volgens mij vooral te maken met emoties. Intiem zijn met iemand roept immers emoties op.

Veel filosofen denken verschillend over emoties en dus over de mogelijkheid intiem te zijn met een robot. Volgens aanhangers van de naturalistische benadering van emoties beschikken mensen over emoties, maar kunnen robots deze niet hebben. Volgens de zeventiende-eeuwse denker René Descartes zijn emoties “passies” die ons overvallen en die we vaak lastig met onze rede in bedwang kunnen houden. Deze substantiedualist stelt verder dat een mens en een robot van elkaar verschillen. Een mens bestaat uit een lichaam (res extensa) en een geest (res cogitans) en een robot enkel uit materie (res extensa). Afgezien van de vraag of je het eens bent met Descartes’ idee van scheiding tussen het stoffelijke en het onstoffelijke, sluit de redenering van Descartes over emoties niet uit dat een robot bij een mens emoties kan oproepen, zoals blijdschap, droefheid en begeerte. Dus kun je doorredenerend op Descartes’ emotieleer concluderen dat de mens intiem kan zijn met een robot, aangenomen dat intimiteit niet wederkerig hoeft te zijn.

Een relatie met een robot

Ikzelf zie meer in de fenomenologie van de moderne denker Maurice Merleau-Ponty. Merleau-Ponty stelt dat de mens gebonden is aan zijn lichaam en dat de manier waarop je lichaam gesitueerd is, bepaalt hoe je je bewust bent van de wereld om je heen.

Je lichaam is in feite een voertuig voor de waarnemingen die ons bewust maken van de wereld om ons heen. Mensen en robots zijn dan ook niet gelijk aan elkaar. De manier waarop we in ons lichaam zitten, maakt dat we op een bepaalde manier in de wereld staan. De vraag in hoeverre de mens intiem kan zijn met een robot, hangt dus af van de manier waarop de betreffende mens zijn wereld waarneemt en welke verlangens en behoeften de mens heeft.

Denk bijvoorbeeld aan iemand die aan Alzheimer lijdt. De geestelijke wereld van deze persoon is verstoord, verwarrend en kan angstig zijn. Een dementerende kan echter zeker (nog) veel behoefte hebben aan lichamelijk en of geestelijk contact. Hij is gesitueerd in een lichaam met een geest die niet (meer) in staat is om zich te realiseren of iets een levend organisme is of een robot. Zolang wordt voldaan aan de behoeften van de dementerende persoon, door bijvoorbeeld communicatie of fysiek contact, zal het niet uitmaken of een mens of een robot hiervoor zorgt. Een dementerende kan dus zeker intiem zijn met een robot.

Een mens kan, volgens de fenomenologische redenering, zelfs een intieme relatie aangaan met een robot. Wanneer je bijvoorbeeld jarenlang op een onbewoond eiland zit, mis je als sociaal wezen gezelschap, iets om tegen te praten of om te koesteren. Je kunt dan blij en dus intiem zijn met een ding. Het maakt dan zelfs niet meer uit of dat ding op jou reageert of niet. Denk aan de film Cast away, waarin Tom Hanks een relatie aangaat met een bal. Hij kent aan de bal menselijke kenmerken toe, zoals de mogelijkheid tot communicatie en empathie. Er kan dus niet alleen sprake zijn van intimiteit tussen een mens en een robot, maar zelfs tussen een mens en een ding. Het feit dat een ding geen enkele reactie uit zichzelf of uit vrije wil geeft, is niet eens belangrijk. De mens is in staat om die reactie zelf in te vullen en vorm te geven en zo aan zijn behoefte aan intimiteit te voldoen.

Een intieme relatie met een robot is dus mogelijk. Het hangt vooral af van je persoonlijke omstandigheden, wensen en behoeften. Met andere woorden: van je gesitueerde lichaam. Wanneer je in een gezond lichaam zit, beschikt over een gezonde geest en voldoende mensen om je heen hebt om aan je behoeften aan verschillende vormen van contacten te voldoen, zal je waarschijnlijk geen intieme relatie aangaan met een robot. Wanneer je echter op welke wijze dan ook beperkt bent, zal je geneigd zijn om een intieme relatie aan te gaan met een robot en bij gebrek daaraan zelfs met een ding.

Intiem met een robot

Terugkerend naar mijn buurmeisje. De kans is groot dat zij zelf geen huisdier heeft en juist veel behoefte heeft aan een vriendje dat altijd bij haar kan zijn, dat ze kan knuffelen en waartegen ze kan praten. Haar Bobbie voorziet in haar persoonlijke behoefte. Of zij nu wel of niet weet dat Bobbie maar een robothondje is, de emoties die het bij haar opwekt, zijn er niet minder om. Dit geldt in feite ook voor mij en mijn automatische stofzuiger. Hij stofzuigt mijn kamer en daar word ik blij van. Ik heb dus een intieme relatie met een robot.

🤖🤖🤖🤖🤖🤖🤖🤖🤖🤖

Winkelwagen
Scroll naar boven