Annette Nobuntu Mul is auteur van het boek Opsoek naar Ubuntu, veelgevraagd spreker en hoofddocent van de leergang Ubuntu, leiderschap en wereldburgerschap. Ze is opgeleid tot gestalttherapeut vanuit de overtuiging dat geen probleem is op te lossen op individueel niveau. Die gedachte kreeg diepgang toen ze in Zuid-Afrika in contact kwam met de ubuntufilosofie. Ze introduceerde Ubuntu – ik ben omdat wij zijn omdat de aarde is – in Nederland met de oprichting van Ubuntu Society.
Nobuntu, hoe kom je aan die naam?
Mensen denken soms dat ik getrouwd ben met meneer Nobuntu. Het is een erenaam die ik kreeg van Gladys, een vrouw uit township Khayelitsha. Op een dag belde ze: haar voorouders waren tot haar gekomen met een belangrijke boodschap. Ik moest meteen komen. Toen zat de hele gemeenschap bij elkaar en kreeg ik die naam. Nobuntu betekent ‘mother of humanity’. Ik draag de naam met eer en liefde.
Hoe kwam je in aanraking met de ubuntufilosofie?
Ik heb een beladen familiegeschiedenis. Opa aan moederskant zat in het verzet, opa aan vaderskant was als ss-officier gestorven aan het Russische front. Er was veel schaamte. Mijn familiegeschiedenis is er een van breuken vanwege geloof en oorlog. Tussen verstand en gevoel. Tussen presteren en zijn wie je bent. Ik noem het soms de apartheid in mezelf.
Na het gymnasium wilde ik psychologie gaan studeren, maar ik stortte in met een eetstoornis. Ik geloofde niet meer dat ik dat op individueel niveau kon oplossen. Uiteindelijk ben ik opgeleid tot gestalttherapeut. Het fundament daarvan is: het probleem zit niet in het individu, het zit in het fenomenale veld tussen ons. Dat ligt al dichtbij Ubuntu.
In 1999 ging ik met mijn gezin op vakantie naar Zuid-Afrika. Van tevoren las ik Its a long walk to freedom van Nelson Mandela. Daar las ik voor het eerst over Ubuntu. Ik heb als een gek met een pen zitten strepen. Toen kwam voor mij de vraag: hoe is het mogelijk dat iemand 28 jaar in een gevangenis heeft gezeten en geen wraak koestert? Want tot die tijd was ik toch wel enorm boos op mijn opa, de ss-officier. Ik gaf hem de schuld van het intergenerationele trauma in ons gezin. Ik had bewondering voor Mandela, ik vond zijn verzoening fascinerend, maar ik kon het niet doorvoelen.
Toen kwam je in Zuid-Afrika.
Op het moment dat ik voet op de grond zette, moest ik enorm huilen. Ik kon niet verklaren wat er met me gebeurde. Achteraf zei mijn goede vriend Stef Bos: ‘je moet niet alles willen verklaren, voor je het weet, verklaar je elkaar de oorlog’.
Het was een moment van raaksien, zoals ze dat in Zuid-Afrika noemen. Een moment waarop iets wat je al lang bewust of onbewust bezighoudt, ineens samenvalt met weten wat je te doen staat, zonder dat je het kunt uitleggen.
Wat is er sindsdien voor jou veranderd?
Vanaf dat moment ben ik gaan onderzoeken en doorleven wat vergeving is. Dat is zwaar werk en het is nooit af. Ik ontwikkelde een vragende houding. Mijn partner Jan Terlouw zei altijd ‘hoed u voor hen die het zeker weten.’
Ik ben vaak teruggekeerd naar Zuid-Afrika en heb mensen ontmoet die me meer konden vertellen over vergeving. Zo kwam ik op het spoor van het verhaal van Amy Biehl. Zij was een wit meisje dat werd vermoord door kansarme zwarte jongens. De ouders van Amy Biehl waren uiteraard kapot van rouw, maar niet wraaklustig. Zij zagen de moord als een gevolg van kansenongelijkheid in de samenleving en hebben de Amy Biehl Foundation opgericht om jongeren betere kansen te bieden. Uiteindelijk hebben ze zelfs twee van de vier moordenaars als hun eigen zonen geadopteerd. Het was een ongelooflijk verhaal van herstelrecht.
Toen vond er in 2016 vond een traumatische gebeurtenis plaats met één van mijn kinderen. Ze heeft het overleefd; de dader kreeg een zware gevangenisstraf. Ik wilde nobel zijn, zoals de ouders van Amy Biehl, maar dat lukte niet. Je wilt mijn haat niet weten! Ik heb raad gezocht bij Mpho Tutu. Zij zei: ‘Niet erkende, begraven pijn sterft nooit’. Om de wraak te doorbreken moest ik eerst mijn eigen pijn erkennen. Maar niemand heeft een knop die je kunt indrukken om de pijn toe te laten. Dat krijg je in je eentje niet opgelost. Dan lopen we met onze mooie ideeën van zelfredzaamheid en autonomie al snel vast.
Hoe dan wel?
Eerst eens erkennen dat wraak aantrekkelijk is. Wraak is verslavend, omdat je dan de pijn niet hoeft te voelen. Maar Mandela zei al: ‘als ik in wraak was ontstoken, had ik de rest van mijn leven gevangen gezeten.’ Wraak koesteren is jezelf gevangenzetten. Je hoopt dat de ander dood neervalt, maar intussen ben je zelf de gifbeker aan het leegdrinken.
Dan eens onderzoeken waar ons denken vandaan komt. Schuld en boete zit diep in onze calvinistische cultuur. Ben je schuldig? Dan moet je boeten. Ubuntu geeft een alternatief hoe kunnen we recht doen aan wat er gebeurd is, verantwoordelijkheid in alle gelaagdheden erkennen, en allemaal bijdragen aan een oplossing?
Hoe helpt ubuntu ons daarbij?
Neem de worsteling met het koloniale verleden. Het heeft zoveel jaar gekost om excuses aan te bieden. Daar hebben we moeite mee, want we denken: als ik excuses aanbied, ben ik schuldig en moet ik boeten. In Ubuntu gaat het om erkenning en herstel: ik zie jou. Ik zie de gevolgen. Ook hier geldt: niet-erkende, begraven pijn sterft nooit. Vanuit erkenning en respect kun je samen op zoek naar herstel. Samen met Kathleen Ferrier formuleerde ik een werkbare definitie van verzoening: verzoening is een wederkerig commitment aan een ethisch betere toekomst voor ons allemaal. Pas dan heb je een gezamenlijk nieuw verhaal.
Waarom maak je van Ubuntu je werk?
Ik sprak een voormalig politiek gevangene op Robbeneiland. Ik vroeg: ‘Hoe komt het dat je mij als witte Nederlandse vrouw niet haat?’ Hij wees op een andere witte man en een groepje zwarte kinderen. ‘Als wij strijden, vernietigen we hun toekomst,’ zei hij. Ineens dacht ik aan al die gezinnen in mijn praktijk die in een echtscheiding zaten. Alle arbeidsconflicten, alle debatten in de Tweede Kamer en de media. Toen dacht ik: dit gaat ver voorbij mijn eigen verhaal.
Nog een voorbeeld: ik bezocht het geboortedorp van een andere gevangene. Een man had mais gestolen. Iedereen werd gehoord. De dorpsoudste zei: ‘hier is sprake van een misdaad in vier ordes: 1 de man had niet mogen stelen. 2 Hij heeft gestolen van ons, daarmee is de gemeenschap beschadigd. 3. Hij heeft niet om hulp gevraagd, hij heeft ons niet vertrouwd. Maar de hoogste orde is: 4. Niemand van ons heeft gezien dat zijn gezin honger had.’ Pas dat maar eens toe, in je organisatie. Wat hebben wij niet willen zien? Wat hebben wij toegelaten?
Door dit soort ervaringen wilde ik een leergang ontwikkelen die onderzoekt wat Ubuntu betekent voor jezelf, je werk, de economie, de natuur, je wereldburgerschap en hoe al die dingen zijn verbonden. Dat komt ook tot uiting in hoe we met elkaar omgaan. Iedereen heeft een taak en een buddy. Je staat er niet alleen voor. Je bent deelgever, niet deelnemer. Je geeft aan een geheel waar je zelf onderdeel van bent.
Heb je een tip?
Zet bij elke vergadering een lege stoel neer. Daar zitten onze ongeborenen op. Laat hun stem meewegen. Dat is een idee van Jan Terlouw, geheel in de geest van Ubuntu. Dat mag ook een groene stoel zijn, voor Moeder Aarde.
Leestip?
Afrikaanse filosofie van Pius Mosima en Henk Haenen en Ubuntu van Mogobe Ramose.
Favoriete denkers?
Mogobe Ramose en Nelson Mandela, uiteraard.
