Geen onderdeel van een categorie

Published on december 20th, 2018 | by ISVW Uitgevers

0

Zit er daadwerkelijk iets achter?

Ben je ooit wel eens door een museum of een galerij gelopen met de gedachte: wat doet dit hier? Een soepblik? Een doos schuursponsjes? Die staan bij mij ook in de voorraadkast. Is dit kunst? Wie denkt Warhol wel niet dat hij is? Het zal je wellicht verbazen, maar er zit iets achter! In het volgende fragment (pp. 305-307) uit Arthur d’Ansembourgs Er zit iets achter wordt duidelijk waarom (foto: Lasse Olsson, Pressens bild).

In de twintigste eeuw zien we dat kunstenaars in toenemende mate beginnen te schrijven over hun werk. Cézanne, Van Gogh, Kirchner, Matisse, Kandinsky, Mondriaan en vele andere kunstenaars formuleren hun visie op kunst in brieven, notities, manifesten en essays. Arthur Danto wijst daarom op de groeiende rol van de kunstfilosofie in de ontwikkeling van nieuwe kunststromingen. Om door de verschillende kunstinstellingen geaccepteerd te worden, is het van belang dat de kunstenaar een filosofische visie op de kunst heeft.

Om deze stelling kracht bij te zetten schrijft hij in 1984 een essay over de betekenis van Hegels opvatting van het einde van de kunst. Het einde van de kunst betekent niet dat er geen kunst meer gemaakt zal worden, maar dat het begrip ‘kunst’ in de tweede helft van de twintigste eeuw een volstrekt andere betekenis zal krijgen. Het kunstwerk is niet meer de uitdrukking van een absolute realiteit, maar wil uitnodigen tot reflectie op de vraag wat kunst is. Daarmee wordt de filosofie van de kunstenaar over de kunst belangrijker dan het kunstwerk dat hij maakt.

Het belangrijkste voorbeeld in dit verband is volgens Danto de Brillo-doos van Andy Warhol. Brillo is een merk van schuursponsjes en voor de toeschouwer bestaat er geen visueel verschil tussen het kunstwerk in een museum en de Brillo-dozen in de supermarkt. Warhol haalt een alledaags object uit zijn context en geeft het een plek binnen de wereld van de kunst met haar instituties. Doordat het alledaagse object een plek krijgt in een museale context ondergaat het een fundamentele verandering, hoewel er visueel niets verandert. Het enige verschil tussen het consumentenobject in de supermarkt en het kunstwerk in het museum bestaat erin dat het kunstwerk uitnodigt tot reflectie. Daarmee krijgt de kunst een conceptueel karakter. Het publiek krijgt de gelegenheid om te filosoferen en met elkaar in gesprek te gaan over de vraag waarin een Brillo-doos in een museum verschilt van een Brillo-doos in de supermarkt. Als men zich daaraan overgeeft, dan krijgt men gaandeweg te maken met een hele reeks van andere vragen rondom kunst.

Voor de uitwerking van deze kwestie knoopt Danto weliswaar aan bij Hegels opvatting over het einde van de kunst, maar tegelijkertijd stelt hij dat we in de kunst van de tweede helft van de twintigste eeuw kunnen zien hoe Hegels kijk op de kunst omvergeworpen wordt. Danto filosofeert vanuit Hegel tegen Hegel in. Achter de Brillo-doos van Warhol gaat een algehele afbraak van de esthetica van Hegel schuil. Warhol suggereert dat alles kunst kan zijn en haalt daarmee een streep door de gedachte dat kunst enkel begrepen kan worden als uitdrukking van een absolute realiteit. Met dat deze opvatting wordt afgebroken, komt ook de hiërarchische indeling van de kunsten op losse schroeven te staan. Vervolgens blijkt dan dat kunst ook niet meer begrepen kan worden vanuit een voortschrijdende, historische ontwikkeling. Volgens Danto kent de geschiedenis geen lineaire ontwikkeling in de richting van een einddoel en leven we daarom in een posthistorische tijd.

Danto publiceert zijn essay over het einde van de kunst in 1984. Hij was niet de enige die bij dit hegeliaanse thema aanknoopte. In 1983 publiceerde de Duitse kunsthistoricus Hans Belting een werk met de titel Das Ende der Kunstgeschichte en in 1985 verscheen La Fine della modernità van de Italiaanse filosoof Gianni Vattimo. Danto meent dat dit einde van de geschiedenis van de kunst wordt bereikt met de Brillo-doos van Andy Warhol in 1964 en de opkomst van de popart met werken van Roy Lichtenstein, Claes Oldenburg en anderen. Dat betekent voor Danto echter niet dat er na het einde van de kunst geen kunst meer zal worden gemaakt. De opvatting over het einde van de geschiedenis van de kunst wil vooral aangeven dat kunst niet meer wordt gezien in het licht van een historische ontwikkeling.

De Brillo-doos van Warhol staat daarom niet alleen voor het einde van de kunst, maar wordt tevens gezien als het begin van het tijdperk na het einde van de kunst. Met de opkomst van de popart treedt er een radicale verandering op in de kunst. Arthur Danto analyseert deze situatie in een reeks essays, die bijeen werden gebracht in een werk met de titel After the End of Art. Contemporary Art and the Pale of History.

In het tijdperk na het einde van de kunst wordt er nog wel kunst gemaakt, maar ze houdt zich niet meer op binnen een historische omheining. De omheining ontstaat indien de ontwikkelingen binnen de kunst worden bepaald door een maatgevende opvatting van wat kunst is. Voor Hegel was dit het idee dat kunst uitdrukking is van een absolute realiteit. Alle werken die daaraan beantwoorden verdienen – wat hem betreft – een plaats in de canon van de geschiedenis van de kunst. Zij worden bijeengehouden binnen de omheining en de werken die geen uitdrukking willen zijn van een absolute realiteit vallen buiten de omheining.

Voor Hegel betekent dit dat bepaalde vormen van kunst in een bepaald tijdperk historische relevantie hebben voor de ontwikkeling van de absolute geest. De Egyptische piramide is het resultaat van een noodzakelijke ontwikkeling vanwaaruit weer een nieuwe historische beweging mogelijk wordt. Gevolg is dat bijvoorbeeld Egyptische volkskunst en handwerk buiten de omheining van de kunstgeschiedenis komen te liggen. Zij hebben geen historische relevantie voor ons begrip van de voortschrijdende ontwikkeling van de kunst. Elke vorm van kunst heeft slechts in een bepaalde tijd betekenis.

D’Ansembourg, Arthur. Er zit iets achter, ISVW Uitgevers, 2017.


About the Author



Comments are closed.

Back to Top ↑
    • nl
  • Winkelmand

  • Laatste kans!

    za 26

    Proust toujours!

    26 januari om 10:30 tot 27 januari om 12:30
    feb 01

    ISVW Vrijdagavondsalon – 1 februari 2019

    1 februari om 18:00 tot 22:00
    feb 02

    Op leven en dood: De 20e eeuw (1)

    2 februari om 10:30 tot 3 februari om 12:30
    feb 09

    Start: opleiding filosofische gespreksmethoden

    9 februari om 10:00 tot 17:00
    feb 09

    Inleiding in de filosofie: De mens

    9 februari om 10:30 tot 10 februari om 12:30
    feb 12

    Start: Opleiding scholing van de geest

    12 februari om 17:00 tot 13 februari om 17:00
  • NIeuw bij ISVW uitgevers

  • Meld je aan voor onze nieuwsbrieven

  • Word Vriend van de ISVW