Uitgeverij

Published on mei 26th, 2014 | by ISVW

Jacobs kent niet het dossier en de feiten

Ton Derksen

In mijn boek Verknipt bewijs: de zaak Baybasin heb ik Jacobs serieuze verwijten gemaakt. Hij was de deskundige die bij de CEAS een beoordeling moest geven van de twee onderzoeken naar (mogelijke) manipulatie van de telefoongesprekken. Omdat hij zelf erkende geen audio-specialist te zijn, aanvaardde hij alleen datgene waarover beide deskundigen, Bek Tek en Peller, het eens waren. Wanneer de deskundigen hetzelfde soort onderzoek hadden gedaan, was dat een prima idee. De deskundigen deden echter niet hetzelfde onderzoek. Het commentaar dat Bek Tek gaf, was vooral auditief onderzoek: ze luisterden heel goed. Peller deed vooral signaal-analytisch onderzoek: hij onderzocht de frequenties van beltonen, einde gesprekstonen en besefte dat dit waardevolle informatie gaf over de locatie waarnaartoe gebeld werd — de frequentie verschilt per land— en over het soort gesprek — vaste lijn of mobiel — . Dat deze onderzoekers verschillende resul­taten boeken, is niet verrassend. Ook onderzoekers die met het blote oog kijken krijgen andere uitkomsten dan onderzoekers die met een microscoop of telescoop kijken. Daarbij komt dat Peller beter materiaal van de CEAS (van Jacobs) had gekregen. Dat alleen al kan ertoe leiden dat de uitkomsten verschillen.

Jacobs verwijt nu Peller, op wie ik ‘in mijn boek leun’, dat hij ‘honderd vreemde dingen zag terwijl Bek Tek slechts twee grote zwiepers ontdekten die wezen op manipulatie’, waarvan één die niet in Pellers rapport te vinden is. De suggestie is dat Peller overal spoken ziet, maar een echt teken van manipulatie over het hoofd mist. Hoe kan ik op zo’n man leunen? De situatie is echter: Peller deed ander onderzoek met  beter materiaal en vond daardoor andere tekenen van manipulatie. Moet ik besluiten dat Jacobs, de man die het manipulatie­onderzoek bij de CEAS moest coördineren, nooit heeft geweten dat de twee experts ander­soortig onderzoek deden? Is zijn uiterst terughoudend rapport op basis waarvan de CEAS in 2010 tot een negatief oordeel in de zaak-Baybasin kwam, gebaseerd op deze onwetendheid? In mijn eigen onderzoek naar manipulatie maak ik gebruik van nog weer drie andere methoden. Die geven ook weer andere tekenen van manipulatie. Moeten we die ook maar niet meetellen?

Jacobs kent ook op een ander punt het dossier niet. Ik geef aan dat het ontbreken van een tegennummer (in bepaalde gevallen) verdacht is. Jacobs werpt tegen dat de telecom­experts hem  verteld hebben dat er voor augustus 1998 geen tegennummers werden vastgelegd. Ik geloof graag dat ze dat hem verteld hebben, maar de feiten zijn anders. Het wemelt van tegennummers in het dossier dat lang vóór augustus 1998 afsluit. Ik noem twee voorbeelden: op 15 november 1997 belt de neef Nizamettin naar Baybasin, op diezelfde dag belt neef Giyamettin. In beide gesprekken is er een tegennummer.

 


About the Author



Back to Top ↑
    • nl
  • Winkelmand

  • Laatste kans!

    za 26

    Proust toujours!

    26 januari om 10:30 tot 27 januari om 12:30
    feb 01

    ISVW Vrijdagavondsalon – 1 februari 2019

    1 februari om 18:00 tot 22:00
    feb 02

    Op leven en dood: De 20e eeuw (1)

    2 februari om 10:30 tot 3 februari om 12:30
    feb 09

    Start: opleiding filosofische gespreksmethoden

    9 februari om 10:00 tot 17:00
    feb 09

    Inleiding in de filosofie: De mens

    9 februari om 10:30 tot 10 februari om 12:30
    feb 12

    Start: Opleiding scholing van de geest

    12 februari om 17:00 tot 13 februari om 17:00
  • NIeuw bij ISVW uitgevers

  • Meld je aan voor onze nieuwsbrieven

  • Word Vriend van de ISVW