De filosofie van het symbool

Basisopleiding ISVW Leusden Februari – Juni 2017

Reeds eeuwen lang volgen de officiële westerse filosofie en theologie het spoor van de positieve wetenschappen, waarin slechts twee bronnen van kennis hun bestaansrecht hebben: de zintuiglijke kennis die, zoals dat heet, empirische gegevens oplevert, en de conceptuele kennis, die deze empirie volgens een vaststaande logica bestudeert. Natuurlijk bestaan er allerlei nuanceringen op die tweedeling, maar steeds weer zien we tussen zintuiglijke waarnemingen en intellectuele categorieën een lege plek. Datgene wat daar een plaats zou dienen te krijgen, te weten, de verbeelding, werd aan de dichters overgelaten. Dat imaginatie een eigen weten en kennen verschaft, dat wil zeggen, ons toegang geeft tot een gebied van de werkelijkheid dat zonder haar een afgesloten en verboden terrein is, dat konden een rationele filosofie en theologie zich niet voorstellen. Zij waren er immers van overtuigd dat zich-iets-verbeelden neerkomt op zich-iets-inbeelden.

Ons normale dagbewustzijn, rationeel bewustzijn zoals we het noemen, is slechts één speciaal type bewustzijn, terwijl overal eromheen, door de allerfijnste vliezen ervan gescheiden, potentieel geheel andere vormen van bewustzijn liggen. Wij kunnen door het leven gaan zonder hun bestaan te vermoeden, maar dien de vereiste prikkel toe en op slag zijn ze er in heel hun volledigheid. Hoe men ze moet beschouwen is de vraag. Toch kunnen ze houdingen bepalen, hoewel ze geen formules kunnen leveren, en een gebied ontsluiten, hoewel ze geen landkaarten verschaffen.

Dit gebied – dat we hierboven beschreven hebben in formuleringen ontleend aan de filosofen Henri Corbin en William James – noemt de Britse psychoanalyticus Winnicott een ‘overgangsgebied’, a transitional sphere, met typisch eigen overgangsobjecten, namelijk SYMBOLEN. Hij spreekt ook regelmatig over een derde werkelijkheid.

In het algemeen wordt over symbolen gesproken als over ‘codes die voor iets anders staan’. Symbolen worden dan tekens die men ontcijfert en rationeel verklaart. Hier is weinig of geen sprake van ‘symbolisch bewustzijn’. Daarvoor is het kenmerkend dat men participeert aan een werkelijkheid die juist onpeilbaar is. Symbolen trekken het alledaagse bewustzijn juist buiten zijn grenzen. Een symbool betekent niet iets, maar is iets. Echte symbolen gaan verstandelijke ontcijfering te boven, ze geven toegang tot de donkere kamers van de werkelijkheid. De dichter Leo Vroman onthult deze verhulde wereld indringend.

Er zijn reusachtige deuren
die alleen in gedachten bestaan
maar waarachter dingen gebeuren
die geen mens kan hebben gedaan.

Zijn eigen Engelse vertaling van deze strofe is zo mogelijk nog indringender:

There is an enormous door
that only exists in our mind.
Still, things happen behind it
That will never happen before.

In vijf weekenden zullen we deze ‘symbolische derde werkelijkheid’ vanuit diverse perspectieven benaderen. In de eerste twee weekenden is dat perspectief meer van algemene aard, in de andere is dat specifieker.

Weekend 1 Archetypische symbolen volgens Carl Gustav Jung en Donald Winnicott

Zaterdag 18 en zondag 19 februari 2017

Volgens Jung bestaat er geen psychische werkelijkheid los van een fysieke. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Voor ons denken is dat onbegrijpelijk, maar als iets of iemand tot symbool wordt, erváren we dat wel. Onbewuste strevingen zijn hier juist de stuwende factor. De motoren van deze strevingen noemde Jung ‘archetypen’, archaïsche, instinctieve ankerplaatsen in ons psychisch-fysieke wezen.

Weekend 2 De numineuze symbolen volgens Rudolf Otto en Willem Jan Otten

Zaterdag 18 en zondag 19 maart 2017

Er zijn symbolische ervaringen die ter plekke zin geven aan het bestaan. Ze verwijzen niet naar iets anders, vragen niet om geloof maar zijn er gewoon, moments of being. Ze overvallen ons, soms met een lichte, dan weer met een hevige schok. Ze zijn niet het product van ons verstand of van onze wil, maar van onze verbeelding. Ze zijn gratuit en geven ons een onbegrijpelijke zekerheid. Rudolf Otto spreekt over een ‘mysterium fascinosum et tremendum’, Willem Jan Otten over ‘het wonder van de losse olifanten’.

Weekend 3 De ‘ceci-n’est-pas-une-pipe’-symbolen in de kunst

Zaterdag 29 en zondag 30 april 2017

Een kunstwerk bestaat essentieel op basis van zijn symbolische uitstraling. Hoe dikwijls worden de symbolen in de kunst echter niet als tekens uitgelegd. Welnu, een ‘pijp’ op een schilderij is geen pijp! Kunst stelt niets voor! Jezus hangt niet aan het kruis bij Grünewald of Bach. Lees maar, er staat niet wat er staat, kijk maar, wat je ziet is onzichtbaar, luister maar, het onhoorbare klinkt. ‘De kunst is de kunstenaar aangeboren als een drift die hem in beslag neemt en tot instrument maakt. Wat uiteindelijk iets in hem wil, is niet hijzelf, de persoonlijke mens, maar het kunstwerk. Als persoon kan hij nukken en een wil en eigen doelstellingen hebben, als kunstenaar daarentegen is hij drager en vormer van de onbewuste actieve ziel van de mensheid.’ (Jung)

Weekend 4 De mythische symbolen in het Oude Egypte en het Jonge Christendom

Zaterdag 27 en zondag 28 mei 2017

Religie en spiritualiteit bestaan bij de gratie van symbolen, bij de gratie van een verbeelde werkelijkheid, en hebben niets van doen met dogmatische leerstelligheid. Het zijn, gemeten naar rationele maatstaven, illusies. Zo ook in het christendom. Niet in het orthodoxe Jeruzalem, het klassieke Athene of het wettische Rome, maar in de smeltkroes van het gnostieke Alexandrië ontstonden de grote mythen van het jonge christendom. Daar ontleenden een groep niet-orthodoxe joden, zij het meestal onbewust, hun identiteit aan een drieduizend jaar oude Egyptische religie.

Weekend 5 De alchemistische symbolen in Die Zauberflöte

Zaterdag 17 en zondag 18 juni 2017

In de achttiende eeuw probeerden de vrijmetselaars de oude symbolische wijsheid van de mysteriegodsdiensten vast te houden en te te verenigen met de niet meer te stuiten rationaliteit van de moderne tijd. Ze streefden niet alleen rationele verlichting na, Aufklärung, maar juist ook mystieke, Erleuchtung.
In Die Zauberflöte hebben Mozart en de zijnen, allen vrijmetselaars, deze spiritualiteit op de bühne gestalte gegeven. Het was een spiritualiteit die, met behulp van eeuwenoude alchemistische symbolen, het ‘huwelijk’ wilde uitbeelden van de duistere en lichtende krachten in een mens. In dit kunstwerk komen ze allemaal bijeen: de archetypen, het numineuze, de kunst en de religie.

 

Dr. Tjeu van den Berk studeerde theologie in Rome, Lyon en Nijmegen. Hij werkte aan de Katholieke Universiteiten Amsterdam en Utrecht. Hij houdt zich in zijn boeken sterk bezig met symboliseringsprocessen. Bekende boeken van hem zijn: Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie (5de druk), Mystagogie, inwijding in het symbolisch bewustzijn (5de druk), Het mysterie van de hersenstam (4de druk), Het numineuze (2de druk), Het Oude Egypte bakermat van het Jonge Christendom (3de druk), In de ban van Jung (2de druk). In 2017 verschijnt van hem Papageno en Papagena. In 2014 ontving hij, samen met Marjeet Verbeek, de Louis Hartlooper Prijs voor de Nederlandse Filmjournalistiek voor hun boek: Het filmgesprek: woorden aan droombeelden wijden (2013).


Comments are closed.

Back to Top ↑
    • nl
  • Bildung scheurkalender 2018


    Nu leverbaar. Met bijdragen van koning Willem Alexander, Ben Feringa, Jet Bussemaker e.a.

  • Laatste kans!

    ma 18

    Spinozaweek: de weg naar geluk (uitverkocht!)

    18 december om 10:00 tot 22 december om 12:30
    wo 27

    Liefdeweek: kun je leren liefhebben?

    27 december om 10:30 tot 30 december om 12:30
    wo 27

    De spelende mens

    27 december om 10:30 tot 30 december om 17:00
    zo 31

    Bruisend Oud & Nieuw 2017

    31 december om 17:00
    jan 02

    Filosofie en film: ‘An imitation of life’

    02/01/2018 om 10:30 tot 06/01/2018 om 17:00
  • NIeuw bij ISVW uitgevers

  • Meld je aan voor onze nieuwsbrieven

  • @isvwijsbegeerte