Laden Evenementen

Filosofie en kunst in de moderniteit

Gingen we bij de Romantiek nog uit van landen, in de 20e eeuw gaan we uit van steden. Het Wenen van Wittgenstein en de Wiener Kreis, maar ook van Klimt en Mahler. Het Parijs van Picasso en het kubisme, maar ook van Sartre en De Beauvoir. Het Berlijn van Speer en Riefenstahl, maar ook van Benjamin en Grass. Het New York van Bernstein en Newman, maar ook van Danto en Langer. En laten we Amsterdam niet vergeten: de stad van Schat en Appel, maar ook van Van Duijn en Provo.

Reuring genoeg, zowel in de kunsten als in de filosofie.

Over de cursusweek

Dag 1: Wien, Wien, nur du allein
In de vernieuwing van artistiek erfgoed worden steden na 1900 belangrijker dan naties. Nationale stijlen, die zo kenmerkend waren voor de periode van de Romantiek, verdwijnen naar de achtergrond. De steden worden pleisterplaatsen die kunstenaars uit allerlei landen aantrekken. Rond de eeuwwisseling is de Habsburgse hoofdstad Wenen een ijkpunt van culturele verandering: de Wiener Secession, waarbij Gustav Klimt en anderen zich losmaakten van het academisme van het Wiener Künstlerhaus, staat aan het begin van vernieuwingsbewegingen die ook in andere steden worden overgenomen. Arnold Schönberg doorbreekt de vanzelfsprekendheid van de tonaliteit, en Wittgenstein en Popper kondigen een nieuwe stijl van filosoferen aan, die zich tegen het traditionele Duitse denken afzet. Beiden verlaten Wenen en komen uiteindelijk in Londen terecht, waar hun methodisch strenge redeneerstijl bepalend wordt voor de Britse bijdrage aan de moderne filosofie. Dezelfde stap zet Sigmund Freud, wiens droomanalyse een doorbraak was in het zelfinzicht van de moderne mens. Geen medicus heeft ooit in de geschiedenis zoveel kunstenaars en zoveel filosofen geïnspireerd.

Dag 2: Paris s’éveille
Parijs is rond 1910 de wereldhoofdstad als het gaat om vernieuwing in de beeldende kunst. Van alle buitenlanders die vandaaruit hun revolutionaire zegetocht begonnen is Picasso de bekendste gebleven, maar zijn naam is met vele aan te vullen. Zoals Schönberg een einde maakt aan de vanzelfsprekendheid van het tonale centrum, zo doen de kubisten dat met het centraalperspectief. Maar ook voor musici is Parijs een pleisterplaats; Nadia Boulanger trekt er leerlingen van over de hele wereld. Allerlei kunstvormen komen er samen wanneer de Ballets Russes er furore maken. Veel later trekt Parijs de aandacht als centrum van nieuwe filosofische stromingen: het existentialisme van Sartre en De Beauvoir, het differentiedenken van Jacques Derrida.

Dag 3: Ich bin ein Berliner!
In de roaring twenties is Berlijn een tijdlang net zo’n zinderende metropool geweest. Maar hier groeien de politieke tegenstellingen snel uit tot een desastreuze tweedeling, die al voor de oorlog veel kunstenaars dwingt tot emigratie, en die na de oorlog ook staatkundig bekrachtigd wordt. Bertolt Brecht, die net als Ernst Cassirer, Thomas Mann, Arnold Schönberg en vele anderen na zijn vlucht in 1933 uiteindelijk in de Verenigde Staten terechtkomt, wordt daar na de oorlog vervolgd, en vestigt zich in Oost-Berlijn – waar hij opnieuw vervolgd zal worden.

Dag 4: If I can make it there…
Terwijl de Europese steden zichzelf herbouwen, neemt New York rond 1950 het vaandel van de vernieuwing over. De eigen verwerking van Europese invloeden leidt tot nieuwe syntheses, die op hun beurt de Europese kunst weer inspireren. Zo integreren Jackson Pollock en de andere leden van de New York School de Europese impulsen van het expressionisme en de abstracte kunst, en voor het eerst in de geschiedenis gaat Amerika in de kunst een dominante rol spelen. De volgende lichting kunstenaars reageert op dit abstract expressionisme met een eigensoortige terugkeer naar de figuratie; met kunstenaars als Roy Lichtenstein en Andy Warhol levert de pop-art een oorspronkelijke stroming, waar ook Europa zich op oriënteert. Al voor de oorlog had George Gershwin triomfen geoogst door zijn vermogen de jazz te integreren in de symfonische muziek. Na de oorlog maakt Leonard Bernstein zich onsterfelijk met zijn West Side Story. Susanne Langer verenigt de impulsen van Wittgenstein en van Cassirer in haar symboolfilosofie, die door haar landgenoten niet op waarde wordt geschat.

Dag 5: Er staat een huis aan de gracht…
In Amsterdam verwerft het modernisme zich na de oorlog een stevig platform door het optreden van de vijftigers en van CoBrA; daarbij is het Stedelijk Museum onder leiding van Willem Sandberg een belangrijke ankerplaats die het bestaansrecht van de voor velen nog zo vreemde abstracte kunst bevestigt. Voor toneel en muziek speelt het Holland Festival die rol, en het zet Amsterdam internationaal op de kaart. In de jaren zeventig wordt de stad hét gezicht van een tolerante en vooral ludieke samenleving. De hippiecultuur gaat verder waar Provo zichzelf heeft opgeheven.

Data

Maandag 24 t/m vrijdag 28 februari 2020.

Aanvang maandag om 10.30 uur, einde vrijdag om 17.00 uur.

Deelname

Arrangement 1: € 781,45 (inclusief 4 x diner met wijn, 5 x lunch en koffie/thee).

Arrangement 2: € 973,65 (arrangement 1 + standaardkamer en ontbijt).

Arrangement 3: € 1.013,65 (arrangement 1 + pluskamer en ontbijt).

Arrangement 4: € 1.043,65 (arrangement 1 + comfortkamer en ontbijt).

Wil je korting? Schaf dan de Gold Card aan of kijk of je in aanmerking komt voor ambassadeurskorting.

Docenten

Karin Braamhorst is kunsthistoricus en docent kunstgeschiedenis. Ze studeerde kunstgeschiedenis in Leiden. Als auteur is ze bekend van o.a. het Ikonen Lexicon (2004), Nederland in de negentiende eeuw (2006), een vijftal luisterboeken en samen met Joost Visser Het poppenhuis van Petronella Oortman (Luitingh-Sijthoff 2014).
 
 
 
Jan Brokken is schrijver en journalist. In de jaren 70 was hij betrokken bij diverse bladen, waaronder Trouw en HP. In 2014 verscheen van zijn hand De vergelding bij Atlas Contact, dat inmiddels veertien keer is gedrukt. Recentelijk schreef hij Baltische zielen (Atlas Contact, 2018), dat ook internationaal hoge ogen trok.
 
 
 
Gerard van der Leeuw is musicoloog, publicist en hoofdredacteur van het muziektijdschrift De Rode Leeuw. Na een langdurige carrière aan een conservatorium en de (opgeheven) Staatsexamens Muziek geeft hij nu cursussen en lezingen door heel Nederland, o.a. voor Hovo en het Residentie Orkest.
 
 
 
Dr. Albert van der Schoot doceerde esthetica, cultuurfilosofie en muziekfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde muziekwetenschap en filosofie aan dezelfde universiteit. Hij redigeerde recentelijk Basisboek esthetica (ISVW, 2017) samen met Frank Rebel.