Laden Evenementen

« All Evenementen

Esthetica en kunstfilosofie

20/01/2018 om 10:30 tot 21/01/2018 om 12:30

Wanneer spreken wij van een geslaagd kunstwerk? Waarom is kunst eigenlijk belangrijk? En wat is schoonheid? Is het noodzakelijk dat een kunstwerk mooi is om betekenisvol te zijn? Kunnen we wel een definitie van schoonheid geven? In deze cursus komen dit soort vragen aan de orde.  

Wat leer je?

Je maakt kennis met opvattingen van filosofen over schoonheid en kunst. Wat hebben zij daarover te zeggen, naar welke kunstwerken verwijzen zij en welke kunstenaars hebben zich door bepaalde filosofen laten inspireren? Je krijgt inzicht in de belangrijkste vragen van de esthetica en de kunstfilosofie. Tevens krijgt je de gelegenheid om met elkaar na te gaan hoe ze een rol spelen in de klassieke en hedendaagse kunst. Na afloop beschik je over enkele handvatten om zelfstandig en met elkaar te filosoferen over schoonheid en kunst.

Voor wie?

Deze cursus is geschikt voor mensen met een filosofische belangstelling in schoonheid en kunst. Er is geen voorkennis vereist.

Programma

 

Weekend I: Kunst, moraal en de verbeelding van het kwaad – Plato en Giotto, Nietzsche en Ophuis

Tijdens dit weekend onderzoeken we in hoeverre een mooi kunstwerk altijd is verbonden met een bepaalde opvatting over wat moreel goed is. Om die samenhang inzichtelijk te maken staan we stil bij de relatie tussen kunst en moraal bij Plato en Giotto, Nietzsche en Ophuis. Aandacht gaat naar Plato’s opvattingen omtrent de eenheid van het schone en het goede. Daardoor komt de kunst bij hem in dienst te staan van de morele opvoeding.

In de 19de eeuw stelt Nietzsche deze opvatting ter discussie. Zijn kritiek op de platoonse eenheid van het schone en het goede wordt verbonden met een oproep om de bestaande zedelijke orde omver te werpen. Vraag is wat dit betekent voor de verbeelding van het kwaad in de kunst. Wat zijn de verschillende manieren waarop het kwaad in de klassieke traditie werd verbeeld en wat valt op aan de moderne verbeelding van het kwaad.

 

Weekend II: Over lineair perspectief en het bezielde lichaam – Descartes en Alberti, Merleau-Ponty en Cézanne

In deze bijeenkomst onderzoeken we de rol van het lichaam in de ervaring van het kunstwerk. In Oog en Geest (1961) knoopt Merleau-Ponty aan bij de opvatting van Panofsky dat het lineair perspectief begrepen moet worden als een symbolische vorm van een Cartesiaanse denkwijze. Om inzicht te krijgen in deze stelling zal de aandacht uitgaan naar de opvattingen van Alberti over het lineair perspectief, de betekenis ervan voor de schilderkunst van de renaissance en de relatie met de filosofie van Descartes. Merleau-Ponty meent dat Descartes een mechanistische opvatting van de waarneming ontwikkelt. Dit lijdt tot een verlies van de lichamelijke betrekking met de wereld en nodigt uit tot een afstandelijke manier van kijken. Het werk van Cézanne vraagt om een nieuwe manier van kijken die gepaard gaat met een herstel van de lichamelijke betrekking met de wereld. In het verlengde van deze problematiek zullen we tevens aandacht schenken aan een studie van Deleuze van het werk van Francis Bacon.

 

Weekend III: De actualiteit van het schone – Kant, Gadamer, Benjamin

Wat bedoelen we als we zeggen dat een landschap of een kunstwerk mooi is? Met het oog op de uitwerking van die vraag wordt aandacht besteed aan Kants’ analyse van de ervaring van schoonheid in de natuur en in de kunst. Daarbij zullen we nagaan hoe zijn opvattingen over het spel van de verbeelding en verstand een rol spelen in de ervaring van schoonheid.

Vervolgens zullen we ingaan op de manier waarop Gadamer inzicht verschaft in de hermeneutische structuur van de esthetische ervaring. Tevens zullen we nagaan wat daarin de rol is van noties zoals spel, symbool en feest. Om deze hermeneutisch georiënteerde opvatting van Gadamer beter in beeld te krijgen zullen we tevens aandacht schenken aan de anti-esthetische traditie. Met name bij Benjamin komt de opvatting naar voren dat het in de moderne kunst niet meer gaat om schoonheid, maar dat de kunst in eerste instantie een schok teweeg wil brengen. Welke argumenten draagt hij daarvoor aan en hoe verhoudt deze manier van denken zich tot de opvattingen van Gadamer over de actualiteit van het schone.

 

Weekend IV: Het sublieme in de kunst – Burke en Kant, Lyotard en Newman, Rancière en On Kawara

Kant ontwikkelt zijn analyse van het sublieme of verhevene vanuit een discussie met de 18de eeuwse Engelse filosoof Edmund Burke. Vraag is wat zij over het sublieme hebben te zeggen, hoe het een rol ging spelen in de romantiek en wat het betekent voor de moderne kunst en het postmoderne denken van Lyotard. Daarbij zullen we nagaan wat Lyotard onder postmodern verstaat, wat de politieke implicaties zijn en wat hij toevoegt aan de bestaande opvattingen over het sublieme. Met het oog daarop zullen we aandacht schenken aan de manier waarop Lyotard aanknoopt bij Kants analyse van het sublieme en hoe het sublieme volgens hem en rol speelt in het werk van Barnett Newman.

Om tot een beter begrip te komen van het debat rondom het belang van het sublieme voor de moderne kunst zullen we tevens kennis maken met de kritische kanttekeningen van Rancière bij het denken van Lyotard. Hij meent dat in de moderne kunst de aandacht niet uit moet gaan naar het sublieme, maar naar het alledaagse.

 

Weekend V: Het einde van de kunst en daarna – Hegel en de geschiedenis, Danto en Warhol, Groys en Bartana

Tijdens dit weekend gaat de aandacht naar de opvattingen van Hegel (1770 – 1831) over het einde van de kunst en de betekenis van dit thema voor het hedendaagse debat over de kunst. Hegel meent dat de geschiedenis van de kunst tot een voltooiing is gekomen en er in de moderne tijd nog wel kunstwerken gemaakt kunnen worden, maar dat er geen wezenlijke vernieuwing meer mogelijk is. Vraag is wat Hegel daarmee bedoelt en hoe dit thema een rol is gaan spelen in het hedendaagse denken van Arthur Danto (1924) en Boris Groys (1947).

Arthur Danto ziet het werk van Warhol als een teken dat de kunst zich bevrijdt van een maatgevende maatstaf die bepaalt wat kunst is. Daardoor leven we in een tijd waarin alles kunst kan zijn en krijgt het domein van de kunst een pluralistisch karakter.

Boris Groys meent dat in het westen te weinig aandacht is voor de utopische aspiratie die kenmerkend is voor de kunst van de Russische avant-garde en het sociaal realisme in de eerste helft van de 20ste eeuw. We zullen nagaan op welke wijze het controversiële werk van Yeal Bartana volgens Groys getuigt van een utopische aspiratie.

 

Data

Zaterdag 20 en zondag 21 januari 2018
Zaterdag 24 en zondag 25 februari 2018
Zaterdag 24 en zondag 25 maart 2018
Zaterdag 5 en zondag 6 mei 2018
Zaterdag 2 en zondag 3 juni 2018
Aanvang zaterdag 10.30 uur, einde zondag 12.30 uur met afsluitende lunch.

Deelname

Arrangement 1: € 1.557,45 (programma inclusief 2 x lunch, 1 x diner met wijn en koffie/thee en het boek Er zit iets achter. Over filosofie en kunst).
Arrangement 2: € 1.844,95 (arrangement 1 + standaardkamer en ontbijt).
Arrangement 3: € 1.894,95 (arrangement 1 + pluskamer en ontbijt).
Arrangement 4: € 1.932,45 (arrangement 1 + comfortkamer en ontbijt).

 

De weekenden van deze basiscursus zijn ook los te volgen:

Arrangement 1: € 302,50 (programma inclusief 2 x lunch, 1 x diner met wijn en koffie/thee).
Arrangement 2: € 360,- (arrangement 1 + standaardkamer en ontbijt).
Arrangement 3: € 370,- (arrangement 1 + pluskamer en ontbijt).
Arrangement 4: € 377,50 (arrangement 1 + comfortkamer en ontbijt).

 

Docenten

Hoofddocent

Arthur d’ Ansembourg studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en München. Daarna was hij werkzaam als onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. Sinds 2002 is hij als filosoof werkzaam in het volwassenenonderwijs. Hij geeft voornamelijk cursussen op het gebied van de esthetica- en kunstfilosofie. Tevens begeleidt hij socratische gesprekken over kunst en verzorgt hij filosofische rondleidingen voor museale instellingen. In 2018 verschijnt van hem: Er zit iets achter. Over filosofie en kunst.

 

 

Gastdocenten
Marjolijn van den Assem studeerde aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam. Zij is bijzonder goed thuis in de werken van Nietzsche. Dit werkt door in haar tekeningen, schilderingen en ruimtelijke papieren of plaatstalen werken.

Roland Schimmel studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem, waar hij later ook lesgaf. Hij exposeerde onder andere in Rotterdam, Amsterdam, Porto, Berlijn en New York.

Dr. Ike Kamphof promoveerde in 2002 aan de Katholieke Universiteit van Leuven op het proefschrift De twijfel van Lyotard. Over het sublieme als een gevoel van deze tijd. Zij is universitair docent aan de Universiteit Maastricht. In 2013 verscheen van haar Iedereen Voyeur. Kijken en bekeken worden in de eenentwintigste-eeuw

Bas van den Hurk leeft en werkt in Tilburg. Hij studeerde aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving St. Joost te Breda en filosofie van de esthetica aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn werk wordt wereldwijd geëxposeerd.

 

Locatie

Landgoed ISVW
Dodeweg 8
Leusden, 3832 RD Nederland
Telefoon:
033 – 465 07 00
Website:
isvw.nl

Organisator

ISVW
Telefoon:
033 465 0700
E-mail:
receptie@isvw.nl
Website:
www.isvw.nl

Back to Top ↑
    • nl
  • Bildung scheurkalender 2018


    Nu leverbaar. Met bijdragen van koning Willem Alexander, Ben Feringa, Jet Bussemaker e.a.

  • Laatste kans!

    dec 02

    Ethiek en politiek III: Immanuel Kant

    2 december om 10:30 tot 3 december om 14:30
    dec 04

    Hitlers Mein Kampf

    4 december om 10:30 tot 8 december om 17:00
    dec 10

    Willen, kiezen en handelen

    10 december om 10:00 tot 17:00
    dec 18

    Spinozaweek: de weg naar geluk

    18 december om 10:00 tot 22 december om 12:30
    dec 27

    Liefdeweek: kun je leren liefhebben?

    27 december om 10:30 tot 30 december om 12:30
  • NIeuw bij ISVW uitgevers

  • Meld je aan voor onze nieuwsbrieven

  • @isvwijsbegeerte